Nieuws/Financieel
632715787
Financieel

Grote bedrijven zitten aan maximum voor coronasteun TVL

DEN HAAG (ANP) - Er zijn grote bedrijven die geen verdere aanspraak maken op de coronasteunmaatregel TVL. De Europese Unie heeft een maximum van €1,8 miljoen per jaar gesteld aan de Tegemoetkoming Vaste Lasten vanwege staatssteunregels. Onder meer grote winkelketens, horecaondernemers met meerdere bedrijven en toeleveranciers voor de horeca zitten inmiddels aan dat plafond.

Dat bevestigen brancheverenigingen voor werkgevers en ondernemers VNO-NCW en ONL na eerdere berichtgeving van BNR Nieuwsradio.

De TVL is één van de belangrijkste steunmaatregelen die het kabinet in het leven heeft geroepen om bedrijven overeind te houden in de coronacrisis. Door de strenge coronaregels die de afgelopen tijd golden, moesten veel ondernemers hun deuren sluiten of konden ze minder omzet draaien.

In aanmerking

Dit jaar komen naast mkb-bedrijven ook grote bedrijven in aanmerking voor de steunmaatregel. Voor het eerste kwartaal deden 174 grote bedrijven een beroep op de TVL. Daaronder vallen ondernemingen met meer dan 250 voltijdswerknemers of meer dan €50 miljoen omzet per jaar. Als voorwaarde geldt dat het bedrijf minimaal 30% omzetverlies heeft in vergelijking met het eerste kwartaal van 2019.

Het maximale subsidiebedrag was in het eerste kwartaal €600.000 en in het tweede kwartaal €1,2 miljoen. Daarmee zitten bedrijven halverwege het jaar al aan het Europees gesteld maximum. Ondernemingen die al €1,8 miljoen aan TVL hebben ontvangen, moeten gebruikmaken van hun eigen reserves. „Als die er al zijn, dan is dit wel minimaal”, zegt een woordvoerster van Ondernemend Nederland.

Udo Delfgou, directeur van winkeliersbrancheorganisaties INretail, zegt dat hij dit probleem al zag aankomen. „Daarom hebben we in samenwerking met het kabinet een steunmaatregel opgesteld die onder een ander wetsartikel valt”, zegt hij. Zo hadden grote winkelbedrijven zoals Hema en Jeans Centre meer steun kunnen krijgen. „Deze maatregel is uiteindelijk gesneuveld en we weten niet waarom.”