Financieel/Geld

Torenhoge boetes en sluitingen tegen illegale verhuur

„Nee, ik doe de deur niet open!”

— Het woonfraudeteam van de gemeente Amsterdam trekt twee keer per week met verschillende teams door de stad, op zoek naar illegale vakantiewoningen. De Telegraaf liep mee met de ambtenaren, die na controle direct twee kamers sloten. „Nee, ik doe de deur niet open! We leven hier niet in Rusland!”

Door Mike Muller

Als de deur niet wordt geopend, worden politie en een slotenmaker opgeroepen. Zo nodig kan een deur geforceerd worden.

Als de deur niet wordt geopend, worden politie en een slotenmaker opgeroepen. Zo nodig kan een deur geforceerd worden.

foto ronald bakker

Als de deur niet wordt geopend, worden politie en een slotenmaker opgeroepen. Zo nodig kan een deur geforceerd worden.

Als de deur niet wordt geopend, worden politie en een slotenmaker opgeroepen. Zo nodig kan een deur geforceerd worden.

foto ronald bakker

Wie zegt dat ambtenaren een negen tot vijf baan hebben, heeft het dit keer mis. In alle vroegte verzamelen we ’s morgens aan de Jodenbreestraat, waar de digitale recherche van de stad Amsterdam gevestigd is. Een team van zo’n veertig mensen is hier dagelijks actief om woningfraudeurs op te sporen. Aan de hand van meldingen van bezorgde bewoners, maar ook door eigen speurwerk op internet worden dossiers aangelegd en vervolgens huisbezoeken gepland. De ambtenaren en brandweerinspecteur willen niet met achternaam in de krant, want houden hun identiteit het liefst zo anoniem mogelijk.

Na de briefing aan een grote tafel en het verzamelen van de nodige bevel-formulieren, worden de onaangekondigde huisbezoeken gepland. Om kwart over acht ’s morgens is het eerste pand aan de deur. Helaas, niemand thuis. „We komen hier later sowieso terug”, zegt hij. Aan de Oudezijds Voorburgwal, in hartje centrum, heeft ambtenaar Jan-Anne beet. „Nee, ik doe de deur niet open! We leven hier niet in Rusland!”, zegt de bewoner in het Engels door de intercom, waarna de verbinding resoluut wordt verbroken. Ook de tweede poging is vruchteloos. „U komt mijn huis niet in, maak maar een afspraak.” De ambtenaar heeft echter een bevelformulier -ondertekend door de burgemeester- mee, waarop staat dat toestemming voor controle en betreding van de woning is verleend. Reden voor het handhavingsteam om een slotenmaker en de politie op te roepen. Nog één keer wordt aangebeld. „U kunt nu open doen, anders forceren we de deur.”

De aanwezigheid van de agenten brengt de bewoner op andere gedachten. Zichtbaar geïrriteerd opent hij de deur. „We willen graag de appartementen zien”, zegt Jan-Anne. „Maar mijn gasten slapen!”, probeert de eigenaar nog. „Dat maakt niet uit, wij willen de verblijven zien en controleren of de brandveiligheid in orde is. U kunt uw gasten wakker maken, anders doen wij het.” De agenten, ambtenaren en brandweerofficier overvallen de eigenaar en gasten duidelijk. Half slaperig openen zij de deur voor de ambtenarenbrigade.

Op de eerste etage blijken vier toeristen te verblijven: twee aan de voorzijde en in de tweede kamer nog twee. In beide kamers staat een tweepersoonsbed, bevindt zich een badkamer en staan koelkastjes. Prima verzorgd, daar ligt het niet aan. Maar, zo leggen de ambtenaren uit: het mag niet. Er zijn twee logiesverblijven op één etage en daarmee is volgens hen feitelijk sprake van een hotelsituatie. Voor een hotel gelden veel strengere brandveiligheidseisen, legt de brandweerman uit. Volgens de gemeenteregels moet de bewoner bij een bed and breakfast, zoals hier het geval zou zijn, naast ingeschreven staan ook daadwerkelijk wonen op dezelfde verdieping. Dat blijkt niet het geval, want de eigenaar van het bed and breakfastverblijf woont een etage hoger met zijn partner. Tegen de regels in, aldus de ambtenaren. „Omdat de bewoners samen wonen op een andere etage dan zij kadastraal gezien zijn ingeschreven, kan het theoretisch ook zo zijn dat er dubbele toelages worden aangevraagd”, suggereert de woonfraudeambtenaar. „Maar daar controleren wij hier nu niet op. Hier is sprake van een illegaal hotel. We gaan zo overleggen of dat beëindigd moet worden.”

Na de controle wordt direct een rapport opgemaakt. „We controleren vooral ’s morgens”, legt de brandweerofficier op de terugweg naar het stadhuis uit. „In alle vroegte heb je de meeste kans om toeristen aan te treffen en kunnen de medewerkers van de gemeente gemakkelijker bewijzen dat er inderdaad aan vakantieverhuur wordt gedaan.” Bij het binnentreden worden de gasten bovendien ondervraagd: ambtenaren willen weten wat er voor de kamers betaald is, zien de verblijfdata en via welke site gereserveerd is. „Sorry voor het storen”, verontschuldigen zij zich nog tegenover de toeristen.

In de Stopera wordt direct met juristen een overleg gestart over de aangetroffen situatie. In dit geval zijn de kamers zichtbaar geweest op Airbnb en op de eigen website, zo blijkt uit digitaal recherchewerk van de afdeling Wonen. „Er hingen in beide kamers goede rookmelders”, zegt de inspecteur die alles op een rijtje zet. „Maar ze zijn niet doorgeschakeld en staan ook niet in verbinding met de meldkamer, zoals wel hoort te zijn.” De brandweerman is echter resoluut: de brandveiligheid is in het geding, omdat aan een hele waslijst aan regels niet is voldaan. „Sluiten”, klinkt het uit zijn mond. En dus tikt de jurist een besluit, wordt er telefonisch contact opgenomen met de eigenaar: om 16.00 uur moeten de kamers leeg zijn.

Klokslag 16.00 uur staat hetzelfde team voor de deur, samen met een slotenmaker en twee agenten. De deur wordt niet geopend bij het aanbellen en dus klaart de slotenmaker het klusje: we zijn binnen. Een van de eigenaren is thuis, moet de sleutels inleveren en ziet met lede ogen toe dat cilinders worden vervangen. „We hebben het uitgezocht: het mag volgens de regels”, probeert hij de ambtenaren nog te overtuigen. De gemeentemedewerkers zijn niet op andere gedachten te brengen: de verblijven zijn voor minstens drie maanden gesloten. „Er zal bovendien nog een boete worden opgelegd ter hoogte van 20.500 euro voor woningonttrekking.”