Financieel/Geld
693234884
Geld

Kabinet: geen spaartaks over eerste 440.000 euro

Den Haag - Vermogende mensen hoeven straks over een veel groter gedeelte van hun vermogen geen belasting te betalen. De vrijstelling voor spaargeld gaat vanaf 2022 omhoog naar 440.000 euro.

Dat meldt staatssecretaris Snel vrijdagmiddag in een toelichting. Niet alleen de vrijstelling gaat omhoog, de fiscus gaat ook met een veel lager verwacht rendement over iemands spaargeld rekenen.

Voor 2019 geldt nu dat mensen over de eerste 30.360 euro – voor fiscale partners gezamenlijk 60.720 euro – van hun vermogen geen belasting hoeven te betalen. Nu gaat die belastingvrije voet voor spaargeld omhoog naar 440.000 euro en zelfs naar 880.000 euro voor mensen met een fiscaal partner. Die maatregel zorgt ervoor dat 1,35 miljoen spaarders straks geen belasting meer hoeven te betalen, meldt Snel.

Beleggen

Mensen die beleggen blijven wel een hogere belasting betalen over hun vermogen. En tegenover de grotere vrijstelling voor de spaartaks staat een hogere belasting voor mensen die beleggen met geleend geld. Die mogen die schulden straks niet meer wegstrepen tegen de bezittingen, waardoor hun belastingdruk hoger uit zal vallen.

Spaartaks

Met deze stap wil het kabinet spaarders tegemoet komen. Die lopen nu vaak te hoop tegen de gewraakte spaartaks. Omdat de rente op de meeste spaarrekeningen momenteel nauwelijks boven nul uitkomt, betalen spaarders vaak meer belasting dan ze aan rendement op hun spaargeld krijgen.

De Hoge Raad oordeelde laatst al dat dit onrechtvaardig en buitensporig is. Maar het was volgens de hoogste rechter aan het kabinet om te bepalen hoe de schade hersteld moet worden.

Volgens Snel kan de aanpassing niet eerder dan 2022 ingevoerd worden. De wetgeving hiervoor moet nog geschreven worden en de systemen van de Belastingdienst aanpassen vergt tijd.

Schommelen

De belastingvrije voet kan in de toekomst wel gaan schommelen. Nu gaat het kabinet uit van een rente van 0,09 procent. Met een maximaal heffingsvrij inkomen van 400 euro over het spaargeld, komt de grens dan uit op 440.000 uit. Als de rente omhoog gaat, zal de vrijstelling dalen. Maar als de rente nog verder daalt, gaat de grens ook omhoog.