Nieuws/Financieel

Column

Op dit soort fusies zit niemand te wachten

Jaap van Duijn

Jaap van Duijn

TLG

Amsterdam - Het mislukte bod van Kraft Heinz op Unilever heeft het Brits-Nederlandse concern wel wakker geschud. De strategie wordt tegen het licht gehouden. Er moet nu snel aandeelhouderswaarde worden gecreëerd, aldus de financiële directeur van Unilever.

Jaap van Duijn

Jaap van Duijn

TLG

Een overname van Unilever door Kraft Heinz was maatschappelijk gezien een heel slechte zaak geweest. Kraft en Heinz fuseerden zelf in 2015 – twee bedrijven in de voedingsmiddelensector, die nauwelijks meer groeien en de winst alleen maar kunnen laten toenemen door steeds verder in de kosten te snijden. Dat is dan ook gebeurd. Een overname van het veel grotere Unilever was alleen maar mogelijk geweest met heel veel geleend geld. Dus zou het bedrijf zijn volgehangen met schulden, zouden er onderdelen zijn verkocht, waarna het grote saneren had kunnen beginnen. Voor het personeel geen prettig vooruitzicht en voor consumenten een slechte zaak. Op dit soort fusies zitten we niet te wachten.

Niet dat we het met Unilever te doen moeten hebben. Er is wel gesuggereerd dat het bedrijf van strategisch belang voor ons land zou zijn, maar daar is geen sprake van. De nationale veiligheid komt niet in gevaar als Omo ineens van een Amerikaans bedrijf blijkt te zijn of als Magnum-ijsjes nog duurder worden omdat Kraft Heinz meer winst moet maken. Van de werkgelegenheid die Unilever creëert hoeven we het ook niet te hebben. In 1995 gaf het concern wereldwijd nog werk aan 308.000 mensen, twintig jaar later is daar nog 55% (171.000) van over.

Ook kan moeilijk worden volgehouden dat Unilever zo’n belangrijke bron van innovatie is. Van de brutowinst die het bedrijf in 2015 maakte, ging nog geen 5% naar onderzoek & ontwikkeling. Unilever-ceo Polman mag zich graag als duurzaamheidsgoeroe presenteren, maar doet dit wel tegen een jaarlijkse vergoeding van ruim € 8 miljoen. Zijn voorganger in 2000 deed zijn werk nog voor 15% van dit bedrag en aan duurzaamheid hangt dus wel een prijskaartje.

Unilever is vooral een marketingmachine. Het is een illusiefabriek. Consumenten moeten merken ‘beleven’ en bereid worden gevonden voor Unilever-merken een premie te betalen. Om die consumenten zover te krijgen besteedt Unilever jaarlijks €8 miljard aan marketing. Dat is acht keer zoveel als wat het concern aan onderzoek & ontwikkeling uitgeeft en om het bedrag in perspectief te plaatsen: het is ook evenveel als wat het Koninkrijk der Nederlanden jaarlijks aan zijn defensie besteedt.

Bedrijven en overheden moeten allemaal hun eigen afweging maken, maar maatschappelijk gezien dringt de vraag zich op: welke euro is nuttiger besteed? Een die mannen verleidt om de deodorant van Axe te kopen, door ze de illusie te geven dat ze dan beter scoren bij de vrouwen, of een die ons leger in staat stelt om beter uitgerust aan internationale vredesmissies deel te nemen?

Ik denk dat ik het antwoord wel weet.