Nieuws/Financieel

Vak van internationaal fiscalist verandert na druk van buiten

Imagocoach vervangt techneut

Amsterdam - Nederland belastingparadijs wordt langzaam uitgekleed onder internationale druk. En dus krijgen Nederlandse fiscalisten het moeilijk. Verandering is broodnodig. „Wie op de oude voet verder wil moet echt goed zijn, anders kun je je beter laten omscholen.”

Er was een tijd dat Nederlandse fiscalisten met een simpel rekensommetje Amerikaanse multinationals konden laten watertanden. Voor die bedrijven viel er immers flink geld te besparen als de belastingplanning via Nederland liep. „Het ging ze alleen om de besparing. Wat daarachter zat was ons ‘pakkie an’. Ze vertrouwden erop dat het juridisch door de beugel kon”, schetst Marc Diepstraten, voorzitter van de Nederlandse belastingadviespraktijk van PwC, de vervlogen tijden.

Tegenwoordig gaat het anders. Belastingontwijkstructuren die ooit als juridisch waterdicht golden worden steeds vaker publiekelijk onder vuur genomen, door activisten en politici. Daar moeten typisch Hollandse belastingtrucs het ontgelden. Zo gaat er over een paar jaar definitief een streep door de Hollandse cv/bv-structuur die het voor Amerikaanse multinationals mogelijk maakt om de winstbelasting in eigen land te omzeilen.

„De Nederlandse fiscalist is wel een beetje door zijn instrumentarium heen aan het raken”, zegt fiscalist Arjan van der Linde. Hij behartigt de fiscale belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven in Nederland en voorspelt een slagveld onder jonge fiscalisten. „Ik denk dat van de honderd afgestudeerden er straks nog maar veertig goed geld kunnen verdienen in dit vak. De andere zestig hebben iets geleerd waar steeds minder vraag naar is.”

Ook Silvain Niekel, partner international tax bij belastingadviesreus EY verwacht dat het moeilijker zal worden. „Wie op de oude voet verder wil moet echt goed zijn, anders kun je je beter laten omscholen.”

Bij PwC gooien ze het over een andere boeg. Diepstraten verwacht tegenwoordig van zijn mensen „dat ze verder kijken dan de vaktechniek. We hebben mensen nodig die ook maatschappelijke gevolgen van advies overzien.” Voor wie dat niet kan is straks geen plaats bij PWC, zegt hij.

Diepstraten gaat zelfs zo ver dat hij niet-fiscalisten wil aannemen. Die moeten adviezen voortaan gaan toetsen op ’maatschappelijke aanvaardbaarheid’. Hij denkt aan „oud-commissarissen of mensen met een ngo-achtergrond”. Ook wil hij filosofen en historici opleiden tot fiscalist.

De PwC-baas beaamt dat bedrijven zich zorgen maken over de risico’s op reputatieschade als gevolg van ’agressieve’ belastingplanning. Zijn fiscalisten krijgen daardoor te maken met „andere gesprekspartners. Vroeger sprak je alleen met vakbroeders. Bij het hoofd belastingen van een multinational hield het op.

Nu wil ook de Raad van Commissarissen precies weten wat je doet en hoe dat past binnen de bedrijfsstrategie.” Soms stuurt een klant zijn eigen stakeholders op de adviseurs van PwC af. „Die moeten wij dan informeren over wat een agressieve structuur is, dat vergt een hele andere manier van communiceren.” Zo kloppen tegenwoordig ook pensioenfondsen bij hem op de deur.

„Die vragen ons of wij hun deelnemingen willen doorlichten op agressieve taksplanning. Zij vrezen op hun beurt weer de ngo’s die pensioenfondsen een voorbeeldfunctie toedichten.” Volgens Diepstraten wordt de nieuwe manier van werken nog onvoldoende onderwezen in de collegebanken waar een nieuwe generatie fiscalisten nu wordt klaargestoomd. „Het vakkenpakket is hetzelfde als toen ik 26 jaar geleden afstudeerde. Voor het vak ethiek is amper aandacht.”

Toch is de nieuwe manier van werken voor fiscalist Yannick Schuerman (28) geen probleem. Hij is nog maar een paar jaar afgestudeerd en werkt nu in de internationale praktijk bij Norton Rose Fulbright. „Ik zie nog steeds een bloeiende fiscale markt, zeker voor jongeren. Die zijn nog flexibel. Zij zullen zich makkelijker kunnen aanpassen aan nieuwe wetten en normen dan de oude generatie.”