794961
Financieel

Baanarme groei dreigt

Kabinet moet inzetten op scheppen van banen in mkb

Wij mogen blij zijn met de goede prestaties van onze economie en de hogere groeicijfers. Maar een hogere groei leidt niet automatisch tot meer banen en een daling van de werkloosheid. We waarschuwen voor een baanarme groei en roepen het kabinet op om daarmee nu al rekening te houden. Dat kan door volop in te zetten op het scheppen van banen bij kleinere bedrijven en het stimuleren van start-ups.

Volgens de Wet van Okun uit de economische leerboekjes en de praktijk in de meeste landen zal meer economische groei tot extra banen leiden. Dat is een belangrijke reden waarom politieke beleidsmakers alles uit de kast halen om met overheidsmaatregelen, zoals belastingverlagingen, de economie aan te jagen. Ze gaan ervan uit dat een aantrekkende groei vanzelf tot meer banen zal leiden.

In de Europese politiek is dan ook met veel enthousiasme gereageerd op de jongste prognoses voor de economische groei in de EU. Na jaren kwakkelen en zelfs krimp gaan steeds meer lidstaten richting een groei van 2 procent per jaar. Nederland zit al rond dit groeicijfer en behoort daarmee tot de koplopers. Maar dit is nog aanzienlijk lager dan de 3 procent die we voor de crisis wel gewend waren. Toch verwacht politiek Den Haag dat met een groei van 2 procent de werkgelegenheid in ons land de komende jaren zal toenemen, waardoor onze hoge werkloosheid van rond de 7 procent flink zal dalen. Bij deze verwachting worden steeds meer vraagtekens gezet.

Zo zien we een toenemend aantal economische publicaties waarin de vrees wordt uitgesproken dat het banenscheppend vermogen van groei aan het afnemen is en de westerse industrielanden rekening moeten houden met een baanarme groei. Dat geldt ook voor Nederland. Voor de afnemende banencreatie wordt als belangrijkste oorzaak genoemd de snelle opmars van digitalisering en nieuwe slimme technologie waardoor vooral bestaande banen in het middensegment van de arbeidsmarkt verloren gaan.

Vorig jaar baarde een studie van de universiteit van Oxford internationaal veel opzien door de conclusie dat in de meeste westerse economieën de komende decennia bijna de helft van de bestaande banen wordt weggeautomatiseerd door slimme softwareprogramma’s en robotisering. Tegenover dit verlies aan werkgelegenheid staan nieuwe functies en banen in andere bedrijfssectoren die samenhangen met de invoering van nieuwe technologie en digitale toepassingen. De ervaring met alle technologische revoluties in het verleden leert dat de winst- en verliesrekening per saldo positief is; het eindresultaat is meer welvaart zonder netto verlies aan werkgelegenheid.

In kringen van economen bestaat veel aanhang voor deze opvatting. Maar we zien een kentering. De visie van tegenstanders die er op wijzen dat de huidige trend van automatisering zowel qua aard als snelheid onvergelijkbaar is met vroegere industriële revoluties krijgt steeds meer medestanders. Die aanhang neemt ook toe door de ongekende snelheid van het automatiseringsproces, waardoor banen verloren gaan, terwijl nieuwe banen (nog) onvoldoende compensatie bieden. Daarnaast neemt ook de mismatch op de arbeidsmarkt toe en als ‘bijeffect’ een toenemende inkomensongelijkheid tussen hoger en lager opgeleiden. Daar komt nog bij dat in de overheidssectoren en semipublieke sector de werkgelegenheid de komende jaren zal afnemen.

Door deze ontwikkelingen ziet het er niet naar uit dat de werkloosheid in ons land de komende jaren substantieel zal dalen. We lopen zelfs het risico van een oplopende werkloosheid en een sterke toename van mensen die op een uitkering zijn aangewezen. Op dit moment overheerst in politiek Den Haag de blijheid over het economische herstel en optimisme over toekomstige mooie groeicijfers.

Dat mag maar het zou toch verstandig zijn dit risico niet te negeren en nu al na te denken over een beleid waarmee pro actief op deze mogelijke trend wordt ingespeeld. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de CPB/SCP-studie die afgelopen week is verschenen over onze toekomstige arbeidsmarkt. Daarin zijn scenario’s opgesteld die laten zien hoe de werkloosheidskansen, loonongelijkheid, armoede en hoog- en laagbetaald werk zich de komende jaren kunnen ontwikkelen. En die bieden geen geruststellend beeld.

Bij het ontwikkelen van toekomstig beleid zal het centrale uitgangspunt moeten zijn dat Nederland voor extra banen is aangewezen op het bedrijfsleven. Niet op de grote concerns die vooral bezig zijn met afslankprocedures, maar het mkb. Politieke partijen die menen dat je met een grotere overheid (meer ambtenaren) en zorgsector de werkloosheid kan terugdringen moeten we teleurstellen. Nederland behoort op dit moment al tot de internationale kopgroep van landen met het grootste overheidsbeslag op de economie.

Dit beslag wordt weerspiegeld in een hoge belasting- en premiedruk waarmee ons land internationaal flink uit de pas loopt. Ook onze zorgkosten behoren tot de hoogste in de wereld. Een grotere overheids- en zorgsector betekenen een nog hogere belastingdruk op burgers en bedrijven en dat leidt tot een vernietiging van banen in de marktsector.

Het komende decennium zal nieuwe werkgelegenheid in hoofdzaak gecreëerd moeten worden in bedrijven met minder dan 50 werknemers en start-ups in toekomstige groeisectoren, zoals smart industry ( www.smartindustry.info).Voor het stimuleren van groei en banencreatie is politiek Den Haag aangewezen op deze marktsector. De politieke beleidsmakers kunnen daaraan een bijdrage leveren door maatregelen die leiden tot een optimaal ondernemingsklimaat voor kleine bedrijven.

Kernelementen zijn een lagere lastendruk op arbeid, een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten, meer flexibiliteit bij vaste arbeidscontracten en een ruimere kredietverlening. Daarnaast moet er voor gezorgd worden dat ons onderwijs op alle niveaus meer aansluit bij ontwikkelingen in het bedrijfsleven en de toekomstige arbeidsmarkt. Nu worden veel studerenden opgeleid voor banen die er straks niet meer zijn. In de onderwijswereld is deze urgentie nog onvoldoende doorgedrongen. Snelheid is geboden, de arbeidsmarkt van morgen klopt al aan de deur.