796117
Financieel

Echtgenoot mag bezwaar maken tegen WOZ-waarde

Ook de echtgenoot van degene die een WOZ-beschikking krijgt, mag daar bezwaar tegen maken. De wederhelft moet wel kunnen aantonen dat hij of zij een fiscaal belang heeft bij vaststelling van de waarde van de woning.

Dat is het gevolg van een arrest dat de Hoge Raad vorige week wees.

Fiscaal belang

In de zaak maakte een vrouw bezwaar tegen de WOZ-beschikking die de gemeente een jaar eerder had gestuurd aan haar echtgenoot, met wie zij in gemeenschap van goederen was getrouwd. De gemeente wees haar verzoek af, maar de vrouw kreeg gelijk van de rechtbank Gelderland.

Zij had volgens de rechters alsnog recht op een medebelanghebbendebeschikking, waarmee zij bezwaar kan maken tegen de WOZ-waarde van de echtelijke woning. Dat de echtgenoot van de vrouw geen bezwaar had gemaakt tegen de WOZ-waarde, deed daar niets aan af.

De rechtbank vond dat de vrouw een fiscaal belang had bij de hoogte van de WOZ-waarde van het huis, omdat de hoogte van de WOZ van belang is voor de onroerendezaakbelasting en waterschapsbelasting.

Belasting betalen

De gemeente ging in sprongcassatie bij de Hoge Raad, die de vrouw voor de tweede keer in het gelijk stelde. Volgens fiscalist Sandra Ligtenberg van Fiscaal up to Date is de beslissing van de Hoge Raad in lijn met een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag.

'Iedere burger die belasting betaalt naar de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, moet de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken tegen de waardevaststelling', vatte de Waarderingskamer de kern van het wetsartikel in kwestie, artikel 28 van de Wet WOZ, al eens samen.

Herkansing

'Dat is nu precies wat de beslissing van de Hoge Raad behelst', zegt Ligtenberg. 'De echtgenoot (m/v) die door de huwelijksgemeenschap mede-eigenaar is van de woning en uit dien hoofde een fiscaal belang heeft bij de waardevaststelling, heeft recht op een eigen WOZ-beschikking op zijn naam. Met deze "medebelanghebbendebeschikking" krijgt die echtgenoot een eigen bezwaarmogelijkheid met een eigen bezwaartermijn. Met deze extra bezwaartermijn krijgt de wederhelft een herkansing voor het maken van bezwaar dat eerder - om welke reden dan ook - niet werd gemaakt.'