Nieuws/Financieel

'Lastige keuzes voor Grieken en crediteuren'

Een geloofwaardige overeenkomst tussen Griekenland en zijn geldschieters vergt moeilijke keuzes voor beide kampen. Dat stelde hoofdeconoom Olivier Blanchard van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Het uitgangspunt in gesprekken over de Griekse financiën is volgens Blanchard eenvoudig. ,,Hoe groot moeten de aanpassingen zijn voor de Grieken en hoe ver moeten de geldschieters nog buigen?''

In 2012 spraken Griekenland en de trojka van de EU, de ECB en het IMF af dat Griekenland in ruil voor noodsteun in 2015 een primair begrotingsoverschot moest bewerkstelligen van 3 procent en van 4,5 procent in 2016. Ook moest het land hervormingen doorvoeren om de economische groei op de middellange termijn te bespoedigen. Volgens Blanchard moeten beide eisen worden herzien.

Limiet

De geldschieters stelden vorige week voor dat Griekenland voor 2018 mikt op een primair overschot op de begroting van 3,5 procent in plaats van 4,5 procent in 2016. Dit jaar zou het overschot 1 procent moeten zijn in plaats van 3 procent.

,,Een lager doel voor het overschot betekent minder pijnlijke bezuinigingen voor Griekenland, maar ook een grotere leenbehoefte voor het land en toezeggingen van de Europese crediteuren om de schuldenlast te verlichten'', aldus de econoom. ,,Zoals er een grens is aan wat Griekenland kan doen, is er ook een limiet voor wat de geldschieters willen en kunnen''.

Blanchard stelde dat de Grieken ,,daadwerkelijk geloofwaardige'' stappen moet voorstellen om aan de verlaagde eisen te voldoen. ,,Wij denken dat zelfs de bijgestelde doelstellingen buiten bereik blijven zonder hervormingen van de belastingwet en het pensioenstelsel''. Pensioenkosten staan gelijk aan 16 procent van het bruto binnenlands product. ,,Een reductie met 1 procentpunt is noodzakelijk. We staan er open voor de hiervoor benodigde hervormingen te bespreken.''