Nieuws/Financieel
818033
Financieel

Trending Value

James O’Shaughnessy is bekend van What works on Wall Street. In het boek passeren bekende en minder bekende selectietechnieken, simpele en minder complexe beleggingsstrategieën de revue. Trending Value is daarin de best presterende strategie.

Medio jaren negentig verscheen de eerste druk van What Works on Wall Street. James O’Shaughnessy heeft in de loop der jaren het cijfermateriaal driemaal grondig bijgewerkt en uitgebreid, waardoor het boek eind 2011 als vierde uitgave op de markt kwam. Leren van het verleden Hoewel historische beleggingsresultaten geen garantie zijn voor de toekomst, bieden rendementen uit het verleden niettemin houvast. Aandelen kun je op verschillende manieren selecteren en wat het in het ene jaar goed werkte, doet het vaak in het jaar daarop minder goed. Ook James O’Shaughnessy is er tot op heden niet in geslaagd om het ultieme selectiecriterium boven water te halen dat jaar in jaar uit winst oplevert. Koningskoppel Wat O’Shaughnessy wel ontdekte is dat de combinatie van waarde en momentum het koningskoppel is van de beleggingsindustrie. De eerste editie van What Works on Wall Street leunde zwaar op de duale analyse van het kengetal koers/omzet en het momentumeffect, in de vierde uitgave worden de aandelen maar liefst op zes fundamentele maatstaven gescreend vooraleer de koersontwikkeling centraal komt te staan. Zes met bonusratio Volgens James O’Shaughnessy is de combinatie van zes waarderingsmaatstaven met het zesmaands prijsmomentum de best presterende strategie sinds 1963. Hiertoe rangschikt hij de aandelen aan hand van het aandeelhoudersrendement (de som van het dividendrendement en de percentage van inkoop eigen aandelen), het brutobedrijfsresultaat/ondernemingswaarde, de koers/boekwaarde, de koers/omzet, de koers/vrije kasstroom en de koers-winstverhouding. Op elk punt krijgt het aandeel een score van 1 (slechtste) tot 100 (beste) waarna hiervan de som wordt genomen. Vervolgens selecteert James O’Shaughnessy uit het topdeciel (de top 10 procent) de 25 grootste stijgers. Het eindresultaat is een mandje van 25 spotgoedkope aandelen die goed in de markt liggen. Elk voordeel heeft zijn… Het nadeel van Trending Value is de maximale drawdown. Het grootste geleden verlies ligt in lijn met de maximale drawdown van de index. Voor de S&P 500 was dat ruim vijftig procent en dat is geen kattenpis! Dat maakt dat de meeste beleggers in tijden van rampspoed het geduld zullen verliezen om de storm uit te laten razen, ook al spiegelt Trending Value op termijn het hoogste rendement voor. Amerikaanse leest Het normaantal van 25 is geschoeid op de leest van Wall Street. Vertaald naar de Europese markten, meer bepaald de STOXX Europe 600, lijkt eerder een selectie van 10 aandelen gepast voor de Europese variant van Trending Value. Niettemin volgt hierna in chronologische volgorde de top-25: Cable & Wireless Communications (GB:CWC), Suez Environnement (F:SEV), Bouygeus (F:EN), Eiffage (F:FGR), SCOR (F:SCR), UPM Kymmene (SF:UPM1V), FLSmidth & Co (DK:FLS), Kingfisher (GB:KGF), Telecom Italia (I:TIT), AXA (F:CS), Ageas (B:AGS), Electrocomponents (GB:ECM), Endesa (E:ELE), Vinci (F:DG), Unipolsai (I:US), Rexel (F:RXL), Mapfre (E:MAP), Enel (I:ENEL), Iberdrola (E:IBE), Allianz (D:ALV), EDP P:EDP), John Wood (GB:WG), Standard Chartered (GB:STAN), Beazley (GB:BEZ) en tenslotte Boskalis (NL:BOKA). @ Ivan Snurer