823054
Financieel

‘Angst voor goedkope olie ongegrond’

Beleggers moeten de val van de olieprijs niet vrezen, maar met beide armen omhelzen. Goedkope olie bedreigt de aandelenmarkt niet, maar vraagt mogelijk wel om andere beleggingen.

Van honderd Amerikaanse dollar afgelopen zomer naar minder dan vijftig in de eerste maand van dit jaar. Een vat ruwe olie is ruim de helft minder waard geworden. Beleggingstrateeg Russ Koesterich van BlackRock rekent dit jaar op een lage olieprijs die flinke uitslagen zal laten zien. Veel hangt af of het Midden Oosten de productie op peil weet te houden, of de OPEC het mes in de productie zal zetten en met welke volumes  Amerikaanse olieproducenten hun productie terugschroeven in reactie op de huidige lage olieprijs.

Dat de prijs voor een vat ruwe olie dit jaar onder de vijftig Amerikaanse dollar zou duiken, heeft vriend en vijand verrast. Voor die afzwakkende olieprijs zijn drie belangrijke oorzaken aan te wijzen:  de productie van olie en gas stijgt in de Verenigde Staten, terwijl het aanbod in het Midden Oosten niet inkrimpt, de vraag naar olie daalt doordat de wereldeconomie minder hard groeit dan gedacht en de sterke Amerikaanse dollar drukt de olieprijs. De grondstof wordt afgerekend in dollars.

Energiebedrijven

Goedkope olie veroorzaakte eind vorig jaar een korte marktcorrectie van circa 7% doordat beleggers een verdere afzwakking van de groei van de wereldeconomie vreesden, maar bedreigt aandelen niet, zegt Koesterich. De wereldeconomie is erbij gebaat. Het IMF rekende uit dat iedere 10% prijsdaling van olie voor 0,2% extra groei zorgt. Een 50% lagere olieprijs ten opzichte van de zomer van 2014 geeft de mondiale economie dus een stevige zet in de rug.

Snellere groei is goed voor aandelen, waarbij de daling van koersen van energieaandelen voldoende wordt gecompenseerd door de hogere koersen van consumentenaandelen. Energiebedrijven wegen in Europese en Amerikaanse indices voor ongeveer 8% mee, terwijl aandelen van bedrijven die zich op de consument richten dat voor 20% doen. Consumentenaandelen profiteren naar verwachting doordat door lagere brandstofkosten huishoudens meer geld overhouden voor andere uitgaven. “Het investeringsklimaat verandert aanzienlijk door goedkope olie, maar voor het overgrote deel is het een welkome verandering,” aldus Koesterich.

Opkomende markten

Goedkope olie splijt opkomende markten. Olie-importerende Aziatische landen als China, India, Taiwan, Zuid-Korea, Indonesië en Thailand zijn minder kwijt aan energie en hebben hun uitgaven en inflatie beter onder controle. Olieproducenten als Rusland, Venezuela en landen in het Midden Oosten incasseren juist rake klappen. Uit onderzoek van BlackRock en UBS blijkt dat China, India en Brazilie het meeste baat hebben bij een daling van de prijs van een vat ruwe olie. Gebaseerd op cijfers uit 2013 bespaart China 1,9 miljard euro als de olieprijs daalt met één dollar. De economie van India groeit dit jaar 1% harder door goedkope olie, volgens de centrale bank van het land.

Voor obligatiekoersen is de uitwerking van goedkope olie minder eensluidend. In theorie is een lage olieprijs positief voor schuldmarkten doordat zij inflatie dempt en de volatiliteit ervan, met name in de Verenigde Staten. Beleggers maakten zich eind vorig jaar echter vooral zorgen over obligaties, in het bijzonder die uitgegeven voor Rusland. In de Verenigde Staten zijn olie- en gasconcerns, die high yieldobligaties hebben uitgegeven in de problemen gekomen, waardoor de markt voor risicovolle bedrijfsobligaties meer onder druk is komen te staan. De energiesector is goed voor 15% tot 18% van de Amerikaanse high yieldmarkt. BlackRock ziet meer pijn aankomen voor deze bedrijven.