Financieel/Geld
827792
Geld

Wereld staat vandaag stil bij armoede

Zeven tips om de eindjes aan elkaar te knopen

Aan het eind van je geld nog een beetje maand over.

Aan het eind van je geld nog een beetje maand over.

Rotterdam - In Nederland is armoede een groeiend probleem: in de steden, maar ook in grote delen van de noordelijke provincies, leven mensen rond of onder de lage-inkomensgrens. Dat betekent dat ruim 200.000 huishoudens moeten rondkomen van minder dan €1030 per maand.

Aan het eind van je geld nog een beetje maand over.

Aan het eind van je geld nog een beetje maand over.

Natuurlijk hebben die huishoudens vaak een structureel probleem dat ze in armoede drukt: hoge woon- of zorgkosten, geen baan, of eentje met weinig uren of een laag (zzp-)tarief. Maar als elke euro telt, helpen misschien ook deze zeven tips, verzameld door de redactie van DFT Geld ter gelegenheid van de dertigste Wereldarmoededag.

1. Weet waar je recht op hebt

In Nederland bestaan veel, heel veel regelingen voor mensen die het wat minder breed hebben. Van de toeslagen voor huur, zorgverzekering en kinderopvang, tot aan de (bijzondere) bijstandsuitkering.

Toegegeven: het hele stelsel is ingewikkeld, zeker voor mensen die meer aan hun hoofd hebben dan allerlei regelingen doorgronden. Gelukkig zijn er vrijwilligers die daarbij kunnen helpen. Vraag ernaar bij vrijwilligerscentrales, de gemeente of bijvoorbeeld de lokale bibliotheek.

En bij de website Berekenuwrecht.nl, van de budgetcoaches van het Nibud, is al een derde van alle gemeenten aangesloten. Grote kans dus dat je naast nationale ook lokale voordeeltjes kunt opdoen in die tool.

2. Korting, korting, korting

Veel gemeenten hebben hun eigen beleid om armoede te bestrijden, of om het leven te veraangenamen van mensen die het minder breed hebben. Veel grote steden bieden bijvoorbeeld passen aan voor inwoners die rond of onder het sociaal minimum leven: de Ooievaarspas in Den Haag, de RotterdamPas in Rotterdam, en de U-Pas in Utrecht.

Daarmee kunt u bijvoorbeeld met korting naar de dierentuin, of één keer met korting een ijsje kopen. Ook muziek- of theatercursussen zijn met zo’n pas vaak goedkoper.

3. Zorg

De kosten voor de zorgverzekering en extra kosten die buiten de zorgpolis vallen, nemen niet zelden een heel grote hap uit de portemonnee van arme huishoudens. Ook daar valt wel iets op te bezuinigen: wie lid is van bijvoorbeeld een vakbond, kan daar een collectieve zorgverzekering afsluiten.

En ook hier springen sommige gemeenten bij: Rotterdam en VGZ hebben samen de Rotterdampolis opgezet. Daarvan ligt het eigen risisco op €50, de rest van de wettelijk verplichte €385 is meeverzekerd. Voor zijn zeer arme inwoners betaalt Rotterdam ook nog een stukje van de premie.

4. Buffer

Het klinkt gek als je inkomen niet hoog genoeg is om je uitgaven te dekken, maar toch: hou een buffer aan, en probeer die met rust te laten. In elk huishouden gaat de wasmachine wel eens kapot, of dienen zich andere grote, onverwachte uitgaven aan.

Voor die situaties is de buffer bedoeld, niet om kleine tekorten aan te vullen. Wie eenmaal dit soort financiële discipline aan de dag weet te leggen, heeft daar een leven lang profijt van.

5. Huishoudboekje

En over financiële discipline gesproken: het helpt vaak al enorm om een maand lang alle inkomsten en uitgaven bij te houden. Dat kan ouderwets in een schriftje, maar veel websites bieden ook al de mogelijkheid om digitaal een huishoudboekje bij te houden. Meten is weten: in dit geval weten hoe inkomsten en uitgaven beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

6. Energie

Natuurlijk, je kunt een trui aandoen als het ’s avonds koud wordt, en daarmee flink op stookkosten besparen, maar het kan nog beter: stap van tijd tot tijd over van stroom- en gasleverancier.

De concurrentie op de markt is moordend, en consumenten kunnen volop profiteren van ’welkomsttarieven’ en allerlei cadeaus – zoals een slimme thermostaat, die weer kan helpen stroom te besparen. Win-win!

7. In de startblokken

Veel mensen zijn arm omdat ze geen werk hebben, of te weinig uren maken om te kunnen rondkomen. Natuurlijk moet je dan op zoek naar een betere baan, maar werkgevers hebben nog altijd de luxe om te kunnen kiezen.

Zorg daarom dat ze jou kiezen, door ’arbeismarktfit’ te zijn: hou een strak dagschema aan, alsof je een baan hebt, doe vrijwilligerswerk, onderhoud waar mogelijk een netwerk. Zodat bij de eerstvolgende passende vacature jíj degende bent die aan de armoedeval ontsnapt.