Nieuws/Financieel

Dure dollar kost speelgoedmaker Hasbro omzet

De Amerikaanse speelgoedfabrikant Hasbro heeft in het eerste kwartaal veel last gehad van de dure dollar. Die heeft het bedrijf, vooral bekend van G.I. Joe, Transformers, My Little Pony en het bordspel Monopoly, 62,6 miljoen dollar (58,3 miljoen euro) aan omzet gekost. Dat meldde Hasbro maandag.

Ondanks die tegenvallers wist de speelgoedmaker de omzet met 5 procent op te voeren tot 713,5 miljoen dollar. Zonder nadelige wisselkoerseffecten zouden de opbrengsten met 14 procent zijn gestegen. De nettowinst daalde, van 32,1 miljoen naar 26,7 miljoen dollar.

Topman Brian Goldner sprak in een toelichting van een goede start van het jaar. Wereldwijd zat de vraag naar het speelgoed van Hasbro in de lift. Daarnaast incasseerde het bedrijf flink meer licentiegelden voor het gebruik van merken als My Little Pony en Transformers in bijvoorbeeld televisieprogramma's.

Concurrent Mattel liet vorige week al weten last te hebben van de sterke dollar. Daar daalde de omzet ten opzichte van het eerste kwartaal van 2014. Mattel en Hasbro zijn wereldwijd de nummers twee en drie op de speelgoedmarkt. De grootste speler is sinds vorig jaar de Deense bouwsteentjesmaker Lego.