834377
Financieel

Voor banen moet politiek Den Haag bij het mkb aankloppen

Een nieuwe zeepbel?

De meeste beurzen staan historisch hoog en de euforie bij beleggers en beursgoeroes is ongekend. Economische denktanks die waarschuwen voor een nieuwe zeepbel worden weggezet als doemdenkers. Ten onrechte! Wie buiten de beurswereld kijkt naar de echte economie ziet op basis van harde feiten een totaal ander beeld. De koersen zijn losgezongen van de realiteit die laat zien dat de meeste economieën slechts matige presteren. Ook de nabije toekomst biedt geen basis voor feestvreugde. Dat werd deze week pijnlijk onderstreept door het IMF in zijn World Economic Outlook.

Tot 2020 moeten gevestigde industrielanden rekenen op slechts 1,6% potentiele groei; voor de econmische crisis lag dit percentage tussen 2-2,5%. Bovendien is er mede door vergrijzing sprake van een lage banencreatie. De opkomende economieën blijven zelfs twee volle procentpunten achter bij de groei van voor de crisis.

Slecht nieuws

De IMF-prognose is slecht nieuws voor Nederland. Omdat onze economie sterk afhankelijk is van ontwikkelingen in de wereldeconomie moeten we ons zorgen gaan maken over onze toekomstige groeicijfers en werkgelegenheid. Op dit moment lijkt het er op dat politiek Den Haag zich in slaap laat sussen door het lichte econmische herstel in ons land. Afgelopen twee weken hield de Tweede Kamer zich vooral bezig met de exorbitante beloningspakketten in de financiële sector. 

Bij het publiek blijft hangen dat de politiek machteloos staat tegenover wereldvreemde bestuurders en toezichthouders en dat een effectief wettelijk instrumentarium om ze politiek bij te sturen niet voorhanden is. Het is een schrale troost dat door de marktwerking van digitalisering en een nieuwe generatie bestuurders het beloningsniveau vanzelf zal dalen.

Door allerlei ontwikkelingen zal de sector de komende jaren verder krimpen en de oude garde die zich spiegelt aan Londen en New York zal vervangen worden door talentvol management dat de klant centraal stelt en weet dat bedrijfsresultaten  behaald worden door de gezamenlijke organisatie.  

Den Haag heeft weinig invloed

De afloop van de beloningsdiscussie heeft opnieuw duidelijk gemaakt dat invloed van de politiek op ontwikkelingen in de marktsector klein is.  Het zou goed zijn als politieke partijen dat ruiterlijk erkennen en tegenover kiezers niet de indruk wekken dat zij daarover gaan. 

Deze grootspraak wekt ergernis, want die weten al lang dat Den Haag maar een beperkte invloed heeft. Dat zien we ook terug in een recente studie van het SCP waaruit blijkt dat de gemiddelde burger in ons land meer vertrouwen heeft in ondernemingen dan in politici.

Dat vertrouwen kan politiek Den Haag alleen terugwinnen door meer realisme over de maakbaarheid van onze samenleving en economie. Dat geldt in het bijzonder over beloften over het scheppen van werkgelegenheid en welvaart.

Groei halen we onvoldoende

Voor Nederland zal  de komende tien jaar de gemiddelde economische groei in de buurt van 2,5% moeten liggen om welvaartsbehoud en een halvering van het huidige werkloosheidcijfer te garanderen. Met het huidige beleid halen we dat zeker niet.

De vraag rijst bovendien of een hogere groei net als in het verleden voldoende extra banen oplevert. Vorig jaar baarde een studie van de universiteit van Oxford internationaal veel opzien door de conclusie dat in de meeste westerse economieën de komende decennia bijna de helft van de bestaande banen wordt weggeautomatiseerd door slimme software programma’s en robotisering.

Compensatie nodig

Tegenover dit verlies aan werkgelegenheid staan nieuwe functies en banen in andere bedrijfssectoren die samenhangen met de invoering van nieuwe technologie en digitale toepassingen. Maar de vraag blijft of het tempo van het ontstaan van nieuwe banen voldoende compensatie biedt. 

Daar komt nog bij dat in de overheidssectoren en semipublieke sector de werkgelegenheid de komende jaren zal afnemen. Voor extra banen is Nederland aangewezen op het bedrijfsleven. Niet op de grote concerns die vooral bezig zijn met afslankprocedures, maar het Mkb.

Werk vooral bij kleinere bedrijven

Het komende decennium zal de nieuwe werkgelegenheid in hoofdzaak worden gecreëerd in bedrijven met minder dan 50 werknemers en start-ups in toekomstige groeisectoren, zoals smart industry ( www.smartindustry.info). Dit gegeven is tegelijk een antwoord op de vraag van premier Mark Rutte aan het bedrijfsleven om met ideeën te komen voor het scheppen van banen.

De politiek moet simpel gezegd een efficiënte bijdrage leveren aan een optimaal ondernemingsklimaat voor kleine bedrijven. Een wel zeer ongelukkig voorbeeld is de Wet werk en zekerheid die op 1 juli ingaat. Door deze nieuwe regelgeving wordt juist voor deze bedrijven het klimaat voor banencreatie verslechterd.

Meer flexibiliteit

De wet kost banen en is een voorbeeld van een achterhoede gevecht. In de meest landen is er sprake van een forse daling van vaste arbeidscontracten en door globalisering, digitalisering en toenemende internationale concurrentie zal de komende jaren de flexibele schil bij veel ondernemingen toenemen tot boven de 40%. 

De op zich goede doelstelling van deze wet had veel beter gerealiseerd kunnen worden met meer flexibiliteit in de huidige vaste starre cao-arbeidscontracten.

Goede ideeën voor overheidsmaatregelen die tot extra banen in het MKB leiden staan opgesomd in de vorige maande gepresenteerde MKB-nota van VNO-NCW. Kernelementen zijn een lagere lastendruk op arbeid,  een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten, meer flexibiliteit bij arbeidscontracten en een ruimere kredietverlening.

Meer aansluiting bij bedrijfsleven

Daarnaast moet er voor gezorgd worden dat ons onderwijs op alle niveaus meer aansluit bij ontwikkelingen in het bedrijfsleven en de toekomstige arbeidsmarkt.  Nu worden veel studeerden opgeleid voor banen die er straks niet meer zijn.

Voor sommige politieke partijen die weinig op hebben met het bedrijfsleven en werkgevers zal het even slikken zijn dat ze voor banen en welvaart vooral moeten aankloppen bij ondernemers. Dat zal even wennen zijn, maar eigenlijk wisten ze dat zelf ook al; politici scheppen geen banen. Daarom valt op dat de opstellers van het PvdA-manifest voor een linksere koers dat nog steeds denken. 

Het stuk wordt gekenmerkt door een hang naar het verre verleden en een ouderwetse socialistische opstelling anti ondernemers en werkgevers. Dat levert geen banen en welvaart op.