Nieuws/Financieel
835394
Financieel

Jip, Janneke en de Appelbeoordelaar

Regelmatig ontvang ik een berichtje of de werking van de OK-Score® ook in jip-en-janne­ke­taal kan worden uitgelegd. Nou moet u weten dat ik een fan van Annie ben, niet in het minst door onze samenvallende verjaardatum maar ook door onze Zeeuwse afkomst, dus dat moet goedkomen.

In dit verhaaltje introduceer ik voor het begrip een viertal “bekende” partijen. Het zijn er in praktijk meer, maar dan wordt het verhaal te complex. Het zijn: 1) de Appelhandel “de Maat­schappij”, 2) “de Bank”, 3) de “Appelbeoor­delaar” en ten slotte 4) de OK-Score.

De transacties van de appelhandel

De Maatschappij produceert 100.000 appels. Iedere appel brengt € 1 op dus de omzet is goed voor €100.000. De bedrijfsleiding weet vóóraf dat er van iedere 100.000 appels ca. 1.700 appels rot zijn; dit is helaas niet zichtbaar tot aan de verkoop óf tot het doorsnijden ervan.

De Appelbeoordelaar

De beste manier om te vermijden dat die rotte appels bij de klant komen – althans volgens de Bank – is de Appel­beoor­delaar in te schakelen. Dat bedrijf kan de 100.000 appels op grond van uiterlijke zichtbare kenmerken verdelen in minstens 9 groepen. Groepen die lopen van AAA-AA-A-BBB-BB-B-CCC-CC-C, ofwel van goed naar slecht.

Uiteraard is het ook bekend, dat de echte absolute zekerheid over de status van de appel pas komt NA het doorsnijden van de appel; daarna zijn logischerwijze zowel de rotte als de nog gezonde - doorgesneden - appel onver­koopbaar en kunnen als bedrijfsschade worden gekwalificeerd.

De kunst is om op grond van de kenmerken van het uiterlijk, vooraf de rotte er uit te halen en om zoveel moge­lijk gezonde appels aan de markt aan te bieden. Het is dan ook logisch dat bij de bepaling van die selectie criteria er naar gestreefd wordt om alle rotte appels uiteindelijk in de Klasse C te kunnen doen rubriceren. Dat zou een fantastische 100% uitkomst zijn. Als ze ook in AAA zitten hebben wij eenzelfde probleem als bij de rommelhypotheken.

In dit geval*  heeft de appelbeoordelaar in de slechtste groep, t.w. groep C met de meeste indi­ca­ties van het rottingsproces, het aantal van 2400 potentieel slechte appels geïden­ti­fi­ceerd. Omdat er per definitie maar 1700 appels rot zijn, weten wij u nu al meteen dat er dan al ten minste 700 fout moeten zijn. Het zullen er aanzienlijk meer blijken te zijn. Desalniettemin volgt het advies om die gehele groep C van 2400 appels maar niet aan te bieden, omdat zich daarin (althans volgens de beoordelaar) de meeste rotte appels zouden bevinden. Het zijn er met uw welnemen echter maar 630. M.a.w. 630 hits uit 2400 suspects. Een betrouwbaarheid van 26,25%. De overige 1070 van de 1700 rotte appels zitten nog in de andere, lees beter/hoger gekwalifi­ceer­de groepen. M.a.w. het aantal fout geïndiceerde rotte appels die eigenlijk allemaal in groep C zouden moeten thuishoren is nu 1070/1700 = 62,9%.

Maar ook het aantal fouten in groep C zelf speelt een rol. Er zijn in die groep van 2400 stuks maar 630 stuks rot, of te wel 1770 stuks zijn GEZOND. Een fout van 1770/2400 = 73,75% [Uiteraard het complement van de betrouwbaarheid].

Het resultaat is inderdaad dat de Appelhandel door de groep uit C niet aan te bieden op deze manier het risico om zijn klant een rotte appel te verkopen heeft verkleind. Maar zijn omzet is echter óók verlaagd. Er waren er al 2400 minder die tijdens het selecteren waren afgevallen, maar er blijven ook nog de 1070 rotte stuks in de overige groepen over. Het totaal van de schade voor de Maatschappij is dus 2400+1070 stuks = 3470 stuks ofwel 3,47% nog afgezien van de kosten van het onderzoek.

De Bank

De  Appelhandel vindt dit maar niets en klaagt bij de Bank. Die wil zekerheid voor zijn krediet en zegt tegen de Appelhandel dat het krediet alleen maar in stand kan blijven als aantoonbaar is dat er alleen nog maar wordt gehan­deld in appelen van onberispelijke kwaliteit. Sterker nog, volgens het profiel dat de Appel­handel heeft ingeleverd bij de aanvraag van het krediet heeft zij van zichzelf gezegd een “behoudend profiel” te hebben en daarin past geen krediet over slechte appels. De Appel­handel – ten einde raad – vraagt aan de Appelbeoordelaar of hij niet beter kan selecteren.

Het resultaat – Te idioot voor woorden

Natuurlijk kan dat, de Appelbeoordelaar kan zelfs een garantie geven dat men 95% ofwel 1615 rotte appels eruit haalt. Maar in dát geval mogen van de resterende klassen alleen de eerste vier ge­se­lecteerde groepen t.w. de groepen AAA tot en met BBB verkocht worden; de volgende vier klassen BB,B, CCC en CC vallen dan óók af. In de praktijk heet dit de non-investable group versus de inves­table group. De betrouwbaarheid loopt daarmee gierend terug. Een aantal van 1615 hits op 36000 suspects betekent een betrouw­baar­heid van slechts 4,5%. Een weinig hoopgevend verdien­model.

Weliswaar worden er dan in totaal 36.000 stuks terzijde gelegd en niet verkocht maar dan is het absoluut zeker dat er zich nog Het risico is afgenomen van 1,7% tot 0,13%. Het totaal aan schade voor de Maatschappij is nu echter € 36.000 waarvan € 34.385 onterecht. Dat waren namelijk al die gezonde appels die nu het etiketje “rot” opgespeld kregen.  De maatschappelijke waste is dus rond de 35%.

Alhoewel de maatschappij dit van de zotte vindt, geven de bank en de appelbeoordeellaar geen krimp. Totdat…. er volledig onverwachts een ander keurmerk ontstaat. In plaats van met de hand is er een elektronische MRI-scan (OK-Score) gebouwd, die iedere appel niet alleen bekijkt maar ook intern kan scannen. En in plaats van 9 klassen gebruiken zij voor hun scan 81 klassen, die voor het gemak worden teruggebracht tot 10, t.w. de OK-Klasse 1 tot 10; van goed naar slecht.

Bij eenzelfde selectie van de 100.000 appels komt de OK-Score tot 1700 suspects in OK-Klasse 10. Als die allemaal dus rot zouden zijn, zou de OK-Score 100% hebben gescoord. Het blijken er 1670 stuks te zijn, ofwel een gemeten betrouwbaarheid van ca. 98% tegen slechts 26,25% van de Appelbeoordelaar. Door ook de OK-Klasse 9 (31 stuks) er bij te betrekken, worden ook de resterende 30 gevonden. De eindscore komt daarmee op 1700 hits op 1731 suspects ofwel een betrouw­baar­heid van >98% tegen slechts 4,5% van de Appelbeoordelaar, hetgeen als een 22x verbeterde betrouw­baarheid t.o.v. de gevestigde beoordeelaars als een redelijk triviaal verschil genoemd mag worden.

Onderstaand tabelletje zegt genoeg, zeker als het woordje “appels” door “kredieten”, “aan­de­len” of “obligaties” wordt vervangen. Het is nu nog wachten op de wake-up call van de Appelbeoor­delaar, de Bank, of misschien van u. Als slotopmerking kan nog worden gesteld dat de Bank zelf ook niet verder komt dan de Appel­beoor­delaar, maar door naar hun resultaten te wijzen én ervan gebruik te  maken, zij zelf niet meer aansprakelijk zijn..…..

 

Willem D. Okkerse MBA is CEO van het OK-Rating Institute BV in Nederland en Executive Board­member van het European Rating House in België

  • Twintig jaar onderzoek S&P
  • Bronnen : website S&P en European Rating House