Nieuws/Financieel

De Mol: beursnotering slecht voor een bedrijf

Beursorganisatie Euronext doet zijn uiterste best om ondernemers te verleiden tot een beursgang. Het zou de ideale manier zijn om verder te groeien en die expansie te financieren. Maar uitgerekend een van de meest succesvolle ondernemers ter wereld draagt breed uit het daar pertinent mee oneens te zijn. John de Mol heeft een bloedhekel aan de beurs als instituut.

Kort na de aankondiging van de verkoop van Talpa aan het Britse ITV bekent hij „niet een miljoenste van een seconde” aan een beursgang te hebben gedacht.

„Die fout maak ik niet weer”, verwijst hij naar het eerdere avontuur met Endemol. Alle uren die hij voorafgaand aan die beursgang vergaderde met „grijze mannen in pak met rekenmachines”, mist hij als kiespijn.

Maar daar gaat het niet eens om. Volgens De Mol leidt een beursnotering tot kortetermijnbeleid. Een slechte zaak, vindt hij. Beleggers en analisten willen ieder kwartaal rendement zien. Zo kreeg hij het ooit niet voor elkaar om met Endemol een investering van 17 miljoen gulden rond de uitrol van Big Brother te plaatsen, omdat die zich – in het beste geval – pas jaren later terug zou verdienen.

Zoiets druist tegen zijn ondernemersgeest in. Hij kreeg het niet verkocht aan aandeelhouders. „Joop (van den Ende, red.) en ik hebben dat maar uit eigen zak betaald.”

De Mol heeft een punt. Evident is dat er voor Euronext werk aan de winkel is om ondernemers te overtuigen.

Als topondernemer zou hij de ideale ambassadeur voor Beursplein 5 zijn. Maar hij maakt juist reclame voor een bestaan buiten de beurs. En blijkbaar kun je ook daar een financiële klapper maken.