Nieuws/Financieel

Black Monday nog niet vergeten

Banken waarschuwen voor nieuwe beurscorrectie

Hans Peters/Bloomberg

Amsterdam - Het is oktober 1987. Van Agt zit in het torentje, Rick Astley’s Never Gonna Give You Up staat op nummer 1 in de top 40. En op het Damrak worden vermogens verdiend met de handel in Hoogovens, Unilever en Gist-Brocades. Tot maandag 19 oktober aanbreekt.

Hans Peters/Bloomberg

„We stonden erbij en keken ernaar. Handelaren waren in paniek. Zelf zat ik als verlamd te staren naar het Reuters-scherm, dat bloedrood kleurde.” Strateeg Corné van Zeijl van Actiam kan zich de dag die de geschiedenis in ging als Black Monday nog zo voor de geest halen. Hij werkte destijds bij Staal Bankiers als analist, net een jaartje in dienst. „Ik zag nog net geen mensen huilen. Maar een collega die grootaandeelhouder van Philips was, moest die dag de bouw van zijn geplande zwembad cancellen.”

Na een dramatische handelsdag sloot de S&P500 ruim 20% lager, de Dow Jones-index verloor 23%. De EOE-index, voorloper van de AEX, werd 12% lichter.

Wat de krach versterkte, was de introductie van technologie. Tegenwoordig vindt bijna alle beurshandel plaats via computers, maar dit deed in 1987 pas net zijn intrede op de handelsvloer. „Toentertijd was ’programmed trading’ net nieuw”, legt Emiel van den Heiligenberg uit. Hij is hoofd asset allocatie van vermogensbeheerder LGIM. „Mensen spraken dan met hun bank af dat zodra de markt zou dalen, zij automatisch zouden verkopen tot nul om hen te beschermen tegen verder vallen.”

Beurzen hebben wel geleerd van de beurskrach, zegt hoofdeconoom Paul Donovan van UBS Wealth Management. „De handel was al verplaatst van open outcry, met roepende en duwende handelaren op de beursvloer, naar dealing rooms. Maar de mentaliteit was nog niet veranderd. Er was een cultuur dat bevriende handelaren met elkaar handelden, van de gentleman stock broker die pas om 10.00 uur begon en om 15.00 uur naar huis ging. Na 1987 werd handelaar een serieuze baan, met veel meer analyse en onderzoek. En een grotere rol voor risicomanagement en de toezichthouder.”

Inmiddels stapelen met name Amerikaanse aandelenindices record op record. De Dow Jones brak deze week voor het eerst in de geschiedenis door de grens van 23.000 punten heen. Tegelijk stapelt ook het aantal waarschuwingen hoe lang dit door kan gaan op.

De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwde vorige week in het Overzicht Financiële Stabiliteit dat er acuut risico is op een forse marktcorrectie. Goldman Sachs stelt in een rapport dat de kans maar liefst 88% is dat aandelen binnen twee jaar in een langdurige dip belanden. Economisch adviseur Joachim Fels van Pimco schrijft in een commentaar dat economen en beleggers griezelig opgewekt zijn, ook al hebben centrale banken nauwelijks ruimte om in te grijpen bij een nieuwe dip.

„Net als eind jaren ’80 staan we aan de vooravond van een periode van structurele verandering in de wereldeconomie. Toen was het de opkomst van internet, nu is dat artificiële intelligentie en robotisering. Zo’n dramatische verandering brengt potentieel disruptie mee”, zegt Donovan.

Toch is hij niet negatief over het beursklimaat. „We zitten in het midden van de cyclus. Een recessie wordt getriggerd door een oververhitting van de economie of grote fouten in het beleid. Bijvoorbeeld wanneer de VS uit het handelsverdrag Nafta stapt. Maar ik acht die kans niet heel groot.” Ook Van Zeijl zet vraagtekens bij de voorspelling van DNB. „In 1996 noemde Fed-voorzitter Alan Greenspan de markt ’irrationeel uitbundig’. Het duurde nog vijf jaar voordat de bubbel barstte.”

Mocht het toch komen tot een forse daling, dan adviseert Van Zeijl beleggers zich niet gek te laten maken. „Wie dinsdag 20 oktober in de AEX was ingestapt, had zijn geld vervijftienvoudigd. Al moet je wel tegen die schommelingen kunnen.” Van Heiligenberg raadt beleggers aan goed te spreiden als bescherming tegen correcties. „Stop niet alles in aandelen, maar verspreid over verschillende categorieën, dan spreid je ook de risico’s.”

Bekijk meer van