Nieuws/Financieel
861023
Financieel

Wat te doen met spaargeld? (1)

Nog nooit is de rentevergoeding op spaargeld zo laag geweest. Op een direct opvraagbare spaarrekening ontvangt u op dit moment een rente die tussen de 1% en de (maximaal) 1,75% rente ligt. Spaart u bij één van de grootbanken dan is de kans groot dat u zelfs minder rente ontvangt dan 1% per jaar.

Met een inflatiepercentage van 1,1% per jaar, wordt u dus niet rijker van uw spaargeld. Los nog wanneer uw vermogen meer bedraagt dan de vermogensvrijstelling in box 3. Bedraagt uw vermogen meer dan 21.139 euro (of 42.278 euro bij partners) dan betaalt u 1,2% vermogensrendementsheffing over uw spaarsaldo. In dat geval wordt u zelfs bij de hoogste rente van dit moment alleen maar armer!

 

Alternatieven: aflossen

Logisch dat mensen opzoek gaan naar alternatieven voor hun spaargeld. Aflossen op de hypotheek is het meest gehoorde alternatief. Banken stimuleren het aflossen van de hypotheek. Volgens het CBS is in de eerste 3 maanden van dit jaar 1,8 miljard extra afgelost op hypotheken en 600 miljoen euro op persoonlijke leningen. Maar er zijn meer alternatieven mogelijk.

 

U zou uw vermogen ook op een andere manier kunnen inzetten en daarmee mogelijk een hoger rendement behalen dan aflossen op de hypotheek.

 

Om u inzicht te geven wat u met uw vermogen kunt doen, zal ik in de komende columns de volgende opties voor u uitwerken:

  1. Aflossen op uw hypotheek
  2. Sparen in uw hypotheek
  3. Rente omzetten
  4. Starten met een familiebank
  5. Beleggen

 

Buffer

Voordat u echter besluit om uw spaargeld een andere bestemming te geven, dient u zich eerst af te vragen of u op korte termijn een bedrag verwacht nodig te hebben. Als dat zo is, dient u dat bedrag zeker op uw spaarrekening te laten staan. Want de kosten van tijdelijk lenen of rood staan bij de bank, lopen al snel op tot meer dan 10% rente per jaar!

Daarnaast is het belangrijk dat u sowieso een buffer aanhoudt. Een reservepotje om grotere, onverwachte uitgaven direct te kunnen betalen, zoals het vervangen van de wasmachine, onverwachte kosten aan de auto of andere niet geplande uitgaven.

 

Hoe groot die buffer moet zijn, kunt u bijvoorbeeld via de bufferberekenaar van het Nibud berekenen. U krijgt dan een advies wat u minimaal als buffer moet aanhouden en wat de meeste mensen in dezelfde situatie aan buffer aanhouden.   

 

Stop met sparen en lenen tegelijk

Bij de ondergang van de DSB bank bleek dat veel consumenten met een doorlopend krediet er ook nog een spaarrekening op na houden (vaak ook nog bij dezelfde bank). Sparen en lenen tegelijk is geen goede combinatie. Aan de ene kant leent u geld waarvoor u de bank een rente tussen de 6 en 15% moet betalen, terwijl u aan de andere kant geld wegzet tegen een rente van misschien  minder dan 1%.

 

Heeft u zowel een krediet als een spaarrekening, dan is mijn advies, om het spaargeld zo snel mogelijk af te lossen op de lening. U hoeft in dat geval geen buffer aan te houden, want een kenmerk van een doorlopend krediet is dat eenmaal afgeloste bedragen, ook weer kun heropnemen. Uw buffer zit hem dan in het kunnen (her)opnemen van bedragen, terwijl u zich in tussen veel kosten bespaart.

 

Deze column is onderdeel van Van Nunens serie Alternatieven voor sparen. Hieronder ziet u de andere vijf bijdragen.