Nieuws/Financieel
861064
Financieel

Mistig in pensioenwereld

Vorige maand schreef ik over problemen in de pensioenwereld. Ook de wet- en toezichthouders houden zich daar mee bezig; er zijn zelfs werkgroepen die jaren bezig zijn om tot een beter systeem te komen.

Onlangs is eindelijk een ’voorontwerp van wet herziening financiële toetsingskader’ gekomen. Wat levert dit consultatiedocument op voor de pensioensector? Een aantal dingen wordt vastgelegd. Ieder pensioenfonds moet bijvoorbeeld een expliciete keuze maken tussen een nominaal of reëel contract.

Een nominaal pensioencontract stuurt op de nominale garantie zonder rekening te houden met de gevolgen voor inflatie. Mocht de inflatie verder oplopen, dan is dit dus heel ongunstig voor de pensioengerechtigden omdat geldontwaarding de koopkracht van de toekomstige pensioenuitkering uitholt.

Het reële contract houdt wel rekening met indexatie. Bij zo’n reëel contract loopt het pensioenfonds een groter risico dat toekomstige verplichtingen de pan uitrijzen. Er moet dus ook een hoger rendement worden gemaakt en daarbij komt een hoger risico. Daarom moet in dit geval rekening worden gehouden met een risico-opslag en eventueel ook een buffer voor financiële tegenvallers in de berekening van de financiële positie en het beleid van het pensioenfonds. De reële dekkingsgraad ligt dan ook lager dan de nominale dekkingsgraad.

Opgebouwde pensioenrechten

Een vraag is ook wat er met reeds opgebouwde pensioenrechten gebeurt. Blijven deze achter in een ’oud fonds’ of gaan ze mee naar een nieuwe regeling? Zoals het er nu uitziet, wil het ministerie dat oude rechten ’ingevaren’ worden.

Ondanks het langdurig broeden zijn essentiële onderdelen van het nieuwe kader nog niet ingevuld. Mensen in de pensioenwereld zijn hier jaren mee bezig, en nog is het onduidelijk waar wij naartoe gaan. Het zou voor iedereen goed zijn als er snel een duidelijk kader wordt vastgesteld, zodat gepensioneerden helder krijgen waar zij aan toe zijn.