Nieuws/Financieel
861172
Financieel

Nieuw pensioenprobleem doemt op!

Over enkele jaren worden veel werkgevers (maar ook de werknemers) geconfronteerd met een nieuw pensioenprobleem. De afwikkeling van de 15-jarenregelingen die in 2005/2006 in grote getalen onder de VPL-wetgeving tot stand zijn gekomen.

Immers, dan zijn de 15 jaar verstreken voor het gros van de deelnemers en zal er tot affinanciering en daarmee het onvoorwaardelijk worden van de aanspraken gekomen moeten worden. De laatste datum is 31 december 2020. (Of zoveel eerder als de deelnemers de pensioengerechtigde leeftijd bereiken).

 

Faillissement werkgever

Echter niet elke werkgever haalt de eindstreep. En ook niet elke werknemer haalt de eindstreep. Veronderstel dat de werkgever failliet gaat in de tussentijd? Veronderstel dat de werknemer wordt ontslagen in de tussentijd? Wat gebeurt er dan met de voorwaardelijke aanspraken? De voorwaardelijke aanspraken worden immers pas onvoorwaardelijk op het moment dat ze zijn toegekend en gefinancierd, uiterlijk na het verloop van 15 jaar.

In een procedure bij de Rechtbank Midden-Nederland heeft de rechter daar op 16 juli jl. een vonnis over gewezen. In die zaak waren een aantal werknemers voor wie per 2007 een zogenaamde VPL-overgangsregeling was afgesloten, een 15-jarenregeling, bij een reorganisatie in 2011 ontslagen. De werkgever had besloten hen bij het ontslag de voorwaardelijke aanspraken toe te kennen. Van het pensioenfonds die de pensioenregeling en ook de overgangsregeling uitvoerde ontvingen de deelnemers een opgave waarin het gedeelte voorwaardelijke pensioenaanspraken was omgezet naar onvoorwaardelijke pensioenaanspraken.

 

Geen onvoorwaardelijke aanspraken

Echter op betalingsverzoeken van het pensioenfonds aan de werkgever tot financiering van deze voorwaardelijke aanspraken ging de werkgever niet in. Na verloop van tijd berichtte de werkgever niet langer voornemens te zijn de overgangsregeling na te komen en nog iets later ging de werkgever failliet. De deelnemers die bij de reorganisatie waren ontslagen ontvingen van het pensioenfonds vervolgens een gecorrigeerde opgave, zonder de voorwaardelijke aanspraken. Deze waren, zo gaf het pensioenfonds aan, niet gefinancierd en daarmee dus niet onvoorwaardelijk geworden.

 

Gang naar de rechter

De deelnemers legden zich daar niet bij neer en stapten naar de rechter. Het pensioenfonds had de lasten van de financiering van de voorwaardelijke pensioenaanspraken immers ten laste van haar resultaat gebracht.

Bovendien gaf de overgangsregeling aan, dat bij een gedwongen ontslag, als in een reorganisatie, de aanspraken kunnen worden toegekend. Op deze basis meenden de deelnemers, dat het vereiste van financiering was komen te vervallen en ten laste van het pensioenfonds zelf aanspraak kon worden gemaakt op de voorwaardelijke aanspraken.

Dat vond de rechter te kort door de bocht en geen redelijke uitleg, want deze resulteerde er in, dat voor een deel van de deelnemers het pensioenfonds uit eigen zak de aanspraken zou moeten betalen en de overige deelnemers door het faillissement van de werkgever het nakijken hadden. De rechter oordeelde dat nu er uiteindelijk geen financiering had plaatsgevonden de aanspraken ook niet onvoorwaardelijk zijn geworden. Jammer, maar helaas.

 

Geen ontkomen aan zwaard van gelijke behandeling

Ook dat het pensioenfonds een interne technische voorziening had getroffen kon de deelnemers niet baten. Dat was slechts gedaan met het oog op nog te verkrijgen financiering van de werkgever. Helaas kwam die niet. En ook deze optie kan het zwaard van de gelijke behandeling niet ontkomen.

Ook de vordering tot vervangende schadevergoeding werd afgewezen, die kwam immers in aanraking met dezelfde hierboven al aangehaalde argumenten. En tenslotte kon een beroep van de deelnemers op de eerste UPO van het pensioenfonds waarop de rechten als onvoorwaardelijk waren weergegeven niet slagen. Op grond van de bestaande jurisprudentie is één UPO géén UPO. Daar konden geen rechten aan worden ontleend, nog los van de disclaimer die het pensioenfonds er tevens op had aangegeven.

 

Dergelijke problemen zullen vaker voorkomen

Het is dan ook zaak om toe te zien op daadwerkelijke financiering van de pensioenaanspraken in deze tijd. Zeker als financiering wordt uitgesteld naar de toekomst. Dit zal over enkele jaren nog tot veel problemen leiden, omdat door de economische crisis bij veel werkgevers het vet van de botten is. En er straks toch gefinancierd moet gaan worden…