Nieuws/Financieel
861207
Financieel

Onderwijs moet op de schop

Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg moet ons onderwijs op alle niveaus snel op de schop. Al op de basisschool moet rekening worden gehouden met een samenleving, arbeidsmarkt en nieuwe economie (4.0) die gedomineerd worden door digitalisering en nieuwe technologie, zoals 3D-printen, internet of things, big data, robots en cloud computing. Daarom zijn ze blij met de door staatssecretaris Sander Dekker aangekondigde onderwijsvernieuwing in het basis- en voortgezet onderwijs.

Afgelopen week lanceerde Sander Dekker, staatssecretaris van Onderwijs, het Platform Onderwijs 2032. Het is bedoeld als een nationale brainstorm voor een nieuw onderwijscurriculum voor het basisonderwijs en het voorgezet onderwijs.

Omdat onderwijshervormingen in ons land veel discussies en emoties oproepen is het een gedurfd initiatief. Dat bleek vorig jaar november al toen Dekker zijn plan naar buiten bracht. De Algemene Onderwijsbond reageerde onmiddellijk met de vraag of het wel nodig was dat iedereen ging meedenken over onderwijsvernieuwingen. De voorzitter van deze bond vond dat de inhoud van het onderwijs vooral een taak van leraren is.

Gelukkig werd deze arrogantie onmiddellijk afgestraft. ‘Onzin’, zei leider van het Platform Paul Schnabel en hij wees er fijntjes op dat onderwijs veel te belangrijk is om alleen aan leraren over te laten. Onderwijs is niet alleen van grote betekenis voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen, maar ook voor de gehele samenleving. Zo is de inhoud van opleidingen van cruciale betekenis voor onze economie en de arbeidsmarkt.

Daarom verdient de staatssecretaris applaus voor zijn initiatief. Onze samenleving en economie veranderen door de opmars van digitalisering en nieuwe technologie razendsnel. Herzieningen van onderwijsprogramma’s zijn op alle niveaus broodnodig.

In de brainstorm die nu loopt, lijken twee kampen te ontstaan. Aan de ene kant herzieners die de nadruk leggen op kennis en vaardigheden waarmee leerlingen op de arbeidsmarkt van de toekomst goede baankansen hebben. Daarbij zijn toepasbare kennis en gevoel voor ondernemerschap belangrijke elementen.

Het andere kamp meent dat de arbeidsmarkt van de komende decennia niet valt te voorspellen en is daarom van oordeel dat vooral moet worden ingezet op tijdloze vaardigheden en daarnaast op ‘persoonsvorming’, zoals mindfulness en creativiteit.

Ontwikkelingen moeilijk te voorspellen

De geschiedenis leert inderdaad dat voorspellingen over de toekomstige economie en arbeidsmarkt veel weg hebben van het kijken in een glazen bol. Bovendien is de kans groot dat de meeste leerlingen in hun werkzame leven te maken krijgen met wisselende functies in verschillende bedrijfssectoren.

Volgens onderzoek van de Britse verzekeraar LV zullen jongeren die nu voor het eerst aan het werk gaan in hun leven gemiddeld negen verschillende banen hebben en één keer zelfs een complete carrièreswitch maken. Deze verwachting onderstreept niet alleen de noodzaak van een leven lang (blijven) leren, maar ook het probleem om het ‘beste’ curriculum te ontwikkelen.

Op de bureaus van de ontwikkelaars van een nieuw curriculum ligt ook een stapel boeken en onderzoeksrapporten over de (econmische) wereld van morgen die hun opdracht eigenlijk onuitvoerbaar maken. In verschillende studies wordt voorspeld dat door slimme software programma’s en robotisering de komende twintig jaar bijna de helft van de bestaande banen, vooral op het administratie middenniveau, zullen verdwijnen. Ook op het hoogste niveau zullen onderdelen van het werk worden overgenomen door slimme technologie. Zogenoemde ‘zelflerende’ computers kunnen straks snellere en betere diagnoses stellen dan klassiek opgeleide artsen. Door de onstuitbare opmars van de online wereld in combinatie met nieuwe technologie, zoals 3D-printen, het internet of things, big data, robotica en cloudcomputing, zullen onze samenleving en economie spectaculair veranderen.

Nieuw tijdperk

Volgens de Amerikaanse topeconoom Jeremy Rifkin luidt de digitale economie een totaal nieuw tijdperk in. Digitaal maakt alles anders. In zijn boek The Zero Marginal Cost Society beschrijft hij hoe het internet alle bedrijfsprocessen zal beïnvloeden, waardoor bestaande verdienmodellen op de schop gaan en de meeste ondernemingen zichzelf opnieuw moeten uitvinden.

Zo zal volgens Rifkin de productie in de industriële sector ingrijpend worden beïnvloed door digitalisering en de hierboven genoemde nieuwe technologie. Ondernemers die niet snel genoeg inspelen op deze smart industry lopen de kans dat hun onderneming niet zal overleven.

Het komende decennium zullen steeds meer bedrijven te maken krijgen met disruption (verstoring). De verdere opmars van digitalisering en nieuwste technologie dwingen ondernemers zich nog meer te richten op innovaties, snelle veranderingen en het aanpassen van verdienmodellen. Digitale voorbeelden die in 2014 de aandacht trokken waren Uber, dat de taxibranche in rep en roer bracht en Airbnb, dat de hotelsector concurrentie aandoet.

En daar blijft het niet bij. Wereldwijd verschijnen er start-ups op de markt met nieuwe diensten en producten die bestaande business modellen omver kegelen. Bestaande bedrijven die denken dat ze in een sector zitten die daarvan (voorlopig) geen last heeft, laten zich in slaap sussen: alle bedrijfssectoren, zonder uitzondering, worden door digitale en technologische vernieuwingen geraakt.

Deze ontwikkelingen leiden tot een arbeidsmarkt die onvergelijkbaar is met de huidige. Omdat binnen ons onderwijs het arbeidsmarktperspectief een belangrijke rol speelt, ontkomen Schnabel en zijn team er niet aan daarmee rekening te houden.

Hoe? In ieder geval niet door te kiezen voor een van de twee kampen. Het moet een optimale mix worden. Onze samenleving heeft behoefte aan onderwijs dat leerlingen stimuleert tot creativiteit, het oplossen van problemen, nieuwsgierigheid weet op te wekken, bijdraagt aan sociale vaardigheden maar ook tot kritisch denken.

Anderzijds moeteVolgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg moet ons onderwijs op alle niveaus snel op de schop. Al op de basisschool moet rekening worden gehouden met een samenleving, arbeidsmarkt en nieuwe economie (4.0) die gedomineerd worden door digitalisering en nieuwe technologie, zoals 3D-printen, internet of things, big data, robots en cloud computing. Daarom zijn ze blij met de door staatssecretaris Sander Dekker aangekondigde onderwijsvernieuwing in het basis- en voortgezet onderwijs. Vermeend en van der Ploeg prijzen ook zijn aanpak waarbij iedereen via een digitaal platform mee kan denken over vernieuwingen. In hun column leveren ze daaraan een bijdrage.

n leerlingen straks ook over voldoende kennis en vaardigheden beschikken die inspelen op de arbeidsmarkt van morgen. Hoewel die niet valt te voorspellen weten we wel dat deze gedomineerd wordt door digitalisering, nieuwe technologie en meer nadruk op ondernemerschap. Omdat bij veel (toekomstige) banen deze dominantie een rol speelt, zal in de lesprogramma’s daaraan voldoende aandacht besteed moeten worden.

Daarnaast blijven ‘klassieke’ vakken als wiskunde, natuurkunde, biologie, muziek, kunst, geschiedenis en vreemde talen onontbeerlijk voor de jongeren van nu om zich optimaal te kunnen ontwikkelen in de toekomstige dynamiek van het leven, de arbeidsmarkt en de nieuwe economie, aangeduid als 4.0. In zijn advies aan Sander Dekker zou Schnabel ook de vernieuwingen in andere landen moeten meenemen. Wij zien daar lesprogramma’s op het gebied van programmeren, technologie, 3D-printen, en ondernemerschap.