Nieuws/Financieel
861272
Financieel

Doordenken

Als u vanavond met een drankje of een sapje naar de lichtjes in de kerstboom of in de vlammen van de open haard loopt te staren, dan denkt u allicht wat 2015 voor u in petto heeft?

De verrassing voor dit jaar kwam namelijk niet uit het westen (Yellen), ook niet uit het oosten (Poetin), maar uit de grond: olie. De prijs van een vat olie halveerde zowat vanaf de top van $107, die op 20 juni werd neergezet.

Terwijl we met zijn allen probeerden in te schatten wanneer FED president Janet Yellen de rente in de VS zou gaan verhogen, of met welke nieuwe dreigementen Poetin de wereldorde zou willen verstoren, op dat moment cirkelde er al enige tijd een zwart oliezwaantje boven de beurs dat de gemoederen danig zou bezighouden.

Kat in de gordijnen

De gedaalde olieprijs was de kat die in de gordijnen hing. Daar hangt-ie naar onze mening ook in 2015. Wat zijn hiervan de gevolgen en waar moeten beleggers op letten om kansen te benutten?

Lagere olieprijzen zijn slecht voor olieproducerende landen; vooral voor die landen die er afhankelijk van zijn en hun begroting erop hebben afgestemd. Ze zijn slecht voor de oliemaatschappijen, omdat hun inkomsten afnemen. Ze zijn slecht voor alle toeleveranciers aan de olie-industrie, dus voor de bedrijven die zich bezig houden met de opsporing van olie en het onderhoud van bestaande installaties. Ze zijn slecht voor de investeringen in alternatieve energiebronnen zoals biobrandstof, wind- en zonne-energie. Bij de gedaalde energieprijs zullen ze op een lager pitje worden gezet.

Lagere olieprijzen zijn goed voor de consumenten van energie. Benzine en diesel worden goedkoper en de kosten dalen om onze huizen te verwarmen. Een deel van dat uitgespaarde geld wordt weer uitgegeven, hetgeen een positief effect heeft op de economie. En hoe absurd ook, in de VS is de vraag naar grotere auto’s binnen korte tijd fors toegenomen. De kosten voor grootverbruikers van energie, zoals luchtvaartmaatschappijen, gaan omlaag. En door de afgenomen vraag zullen de opsporingsbedrijven in de olie-industrie hun prijzen verlagen, hetgeen weer ten goede komt aan de producenten.

Smeteffect

Er zijn ook neveneffecten, ofwel indirecte gevolgen. Een lagere olieprijs leidt tot lagere productie, waardoor er meer olie in de grond blijft zitten, die later weer verkocht kan worden voor een hogere prijs. De verminderde productie leidt tot teruggeschroefde opsporing in de toekomst, waardoor het aanbod weer afneemt en de prijs op termijn weer kan stijgen. Door de goedkopere benzine gaan we meer rijden, waardoor het verbruik vanzelf toeneemt.

Komen we bij het smeteffect zoals zich dat op de financiële markten manifesteert. Obligaties van energiebedrijven maken een relatief groot deel van de ‘high yield’ markt uit. ‘High yield’ is de term voor hoogrenderende obligaties met een bijpassend hoog risicoprofiel. We zagen de laatste weken dat de koersen van obligaties van deze sector fors daalden, zowel bij de slechte als ook de goede debiteuren.

Beleggers verkochten dus alles wat in de sector zat zonder op de kwaliteit te letten. Hier liggen de kansen voor de oplettende belegger, omdat er genoeg bedrijven tussen zitten die in goede conditie verkeren. De slechte zullen de komende maanden vanzelf boven komen drijven en hun couponbetalingen staken, hetgeen weer een nieuwe paniekreactie tot gevolg kan hebben.

Het gevolg daarvan kan zijn, dat de verkoopgolf in de obligaties van de energiesector overslaat naar andere sectoren, waardoor de hele ‘high yield’ markt een correctie ondergaat. Zaken die dus in fundamentele zin niets met elkaar te maken hebben, worden wel door elkaar beïnvloed.

Weinig logica

De conclusie van dit verhaal is dat er weinig logica in de psychologie van beleggers valt te ontdekken. We zijn tevreden als we een antwoord hebben gevonden op de eerste vraag, terwijl de echte vragen (en antwoorden) pas op het tweede, diepere niveau liggen. Mensen denken niet na over de gevolgen van de gevolgen. Op dat tweede niveau gaan de zaken pas goed mis, omdat we daar in paniek de verkeerde beslissingen nemen.

Omgekeerd geldt natuurlijk dat daar ook de kansen liggen, in de trant van ‘koop als het bloed door de straten loopt’ (Baron Rothschild) of ‘we proberen hebzuchtig te zijn als anderen bang zijn’ (Warren Buffett).

Gereedschapskist

Bij ons op kantoor hangt een foto van twee oude mannen. Ze zitten in donkergroene, leren fauteuils en kijken met hun pretoogjes in de lens, de een breeduit lachend, de ander glimlachend. Het zijn Warren Buffett (84) en zijn zakenpartner Charlie Munger (bijna 91). Al tientallen jaren zijn ze beleggers te slim af door op een andere manier tegen zaken aan te kijken.

Charlie Munger beweert niet dat beleggen gemakkelijk is. Integendeel, het vergt een gedisciplineerde werkwijze waarbij een belegger dient te beschikken over een breed arsenaal aan vaardigheden. Die vaardigheden omschrijft hij als ‘mentale modellen’, een gereedschapskist met manieren om anders te denken. Zijn filosofie is een van pijlers onder het fenomenale succes van hun beleggingsfonds Berkshire Hathaway. Munger, zelf ook niet helemaal achterlijk, formuleert zijn bijdrage als volgt:

“Het is best leuk om beter te kunnen doordenken dan mensen die veel slimmer zijn dan jij, gewoon omdat je jezelf getraind hebt om objectiever en multidisciplinair te zijn. Verder kun je er een hoop geld mee verdienen, waarvan ik kan getuigen uit mijn eigen, persoonlijke ervaring.”

Prettige overpeinzingen en evenzo goede kerstdagen.

Ron Boer is partner bij Het Effectenhuis Commissionairs B.V., een onafhankelijke specialist in de advisering en handel in obligaties en tevens beheerder van het OK Wereld Fonds, dat in aandelen belegt en het Wereld Rente Dividend Fonds, dat in vastrentende waarden belegt. Cliënten van Het Effectenhuis kunnen een positie hebben in de behandelde fondsen op het moment van publicatie. Mocht u tot koop of verkoop overgaan, overleg vooraf altijd met uw adviseur/beheerder.