Financieel/Stan Huygens Journaal
870128309
Stan Huygens Journaal

Mokum beleefde gouden eeuw mede dankzij invasie Vlamingen

Amsterdam kritisch op ’patserige sinjoren’ uit Antwerpen

De Dam met daarop het stadhuis in aanbouw en de zeevismarkt.

De Dam met daarop het stadhuis in aanbouw en de zeevismarkt.

De Antwerpse burgemeester Bart de Wever wil zich met zijn stad graag aansluiten bij Nederland, zo zei hij onlangs. Maar in feite is dat eind 16e eeuw al gebeurd. Toen vluchtte een groot deel van de Antwerpenaren naar het noorden, met name Amsterdam.

De Dam met daarop het stadhuis in aanbouw en de zeevismarkt.

De Dam met daarop het stadhuis in aanbouw en de zeevismarkt.

„Protestanten moeten zich tot het katholicisme bekeren of anders vertrekken”, verordoneerde Alexander Farnese, hertog van Parma, nadat zijn Spaanse troepen op 17 augustus 1585 Antwerpen hadden veroverd. De calvinistische predikers in de ’republiek van Calvijn’ zette de stadhouder van de Spaanse koning in de Nederlanden meteen op een boot naar het noorden. „Binnen vier jaar ging de helft van de stedelingen hen achterna”, schrijft de Brit Michael Pye in zijn boek Antwerpen. De Gloriejaren.

Holland en Zeeland

Deze protestante Antwerpenaren gingen naar Duitsland, Engeland maar vooral naar Holland en Zeeland die zich tegen de Spanjaarden bleven verzetten en alle katholieken uit hun steden hadden verjaagd. Circa 20.000 van hen gingen naar Amsterdam, dat zijn inwonertal in één klap met een derde zag toenemen. Maar dankzij de invasie van kooplieden, drukkers en uitgevers uit het zuiden beleefde Mokum zijn gouden 17e eeuw.

Spaanse soldaten randen in Antwerpen een bruid aan.

Spaanse soldaten randen in Antwerpen een bruid aan.

De gloriejaren van Antwerpen waren echter afgelopen. In een paar jaar tijd verloor de op zijn hoogtepunt 100.000 inwoners tellende Scheldestad de helft van zijn bevolking én zijn plaats van machtigste haven- en handelscentrum in West-Europa. De stad lag in puin na veertien maanden Spaanse belegering en de Schelde was afgesloten, eerst door de Spanjaarden en daarna door de Noord-Nederlanders.

Amsterdam profiteerde volop van de ondergang van zijn concurrent. „Amsterdam doet zich te goed aan het lijk van Antwerpen”, was een gevleugelde uitspraak.

Kaart van het zestiende eeuwse Amsterdam.

Kaart van het zestiende eeuwse Amsterdam.

Mokum was eind 16e eeuw niet veel meer dan het Damrak met langs beide zijden bebouwing. Veel Antwerpse kooplieden en handelaars vestigden zich in de Warmoesstraat. Voor de aanleg van de grachtengordel, ontworpen door Philips Vingboons, een Amsterdammer met -hoe kan het ook anders-Vlaamse wortels, was deze smalle straat evenwijdig aan het Damrak de deftigste van de stad.

Een van hen was Joost van den Vondel, die met zijn vrouw Sara een winkel in zijde en kousen dreef in het pand De Rechtvaerdige Trou, op nummer 39. Hun zoon Joost junior zou uitgroeien tot de grootste dichter van de Nederlanden.

Sodom en Gomorra

De immigranten uit Antwerpen, onder wie rijke Portugese Joden als handelaar Emanuel Rodrigues Vega, werden met argwaan ontvangen. De bourgondische gewoonten en grootspraak van ’patserige sinjoren’ vielen niet in goede aarde bij de Amsterdammers. Predikant Jacobus Trigland beklaagde zich in 1614 in een donderpreek over ’diegene die uit Brabandt ende Vlaenderen door de vervolginghe hier in Hollandt gevlucht zijn’. Ze hadden ‘vremde fatsoenen van kleederen’ en door hun ’hoovaardije’ dreigde het ‘eenvoudich, nederich landt’ dat Holland altijd was geweest, te veranderen in Sodom en Gomorra.

Het nieuwe stadhuis van Amsterdam aan de Dam.

Het nieuwe stadhuis van Amsterdam aan de Dam.

Het beroemde werk De Spaansche Brabander uit 1617, van de Amsterdamse dichter en toneelschrijver Gerbrand Bredero gaat over deze migratiestroom en de daarbij komende vooroordelen. Deze weerhielden de Amsterdamse vroede vaderen niet om Antwerpenaar en beroemd beeldhouwer Artus Quellien in 1648 te vragen om het beeldhouwwerk aan de binnen- en buitenkant van het nieuwe, protserige stadhuis op de Dam voor zijn rekening te nemen.