Nieuws/Financieel

Bedrijfsleven op zoek naar alternatieve markten

Mkb zet in op export

Het aantal Nederlandse mkb-bedrijven dat exporteert, is door de crisis en e-commerce de laatste jaren fors toegenomen.

Uit de meest recente cijfers van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), blijkt dat het aantal Nederlandse exportbedrijven tussen 2010 en 2012 met bijna een kwart is gegroeid tot ruim 120.000 ondernemingen. Volgens deskundigen is dat aantal sindsdien alleen maar toegenomen. Ook dit najaar stijgt de Nederlandse export nog stevig door. Ten opzichte van een jaar geleden lag de uitvoer in oktober 5,3% hoger, na een stijging van 6,2% in september.

Van de grote Nederlandse bedrijven – ondernemingen met meer dan 250 werknemers, een omzet van meer dan €50 miljoen of een balanstotaal groter dan €43 miljoen – is bijna de hele populatie actief in het buitenland. Samen met ondernemingen die deel uitmaken van een groot buitenlands concern is het grootbedrijf goed voor driekwart van de Nederlandse export.

Onder het mkb, dat de overige 99% van het Nederlandse bedrijfsleven omvat, ligt dat heel anders. Kleine bedrijven missen vanwege hun omvang vaak het netwerk, de kennis en de middelen om export efficiënt te organiseren. Van de 1,2 miljoen mkb’ers verkochten er in 2012 116.000 hun goederen of diensten over de grens. In 2010 waren dat er nog maar 94.000 en in 2009, toen de wereldeconomie in een diepe crisis zat, waren het er slechts 71.000.

Juist over de grens was nog enige groei te halen. Ook nadat de recessie ten einde was gekomen, was de groei van de Nederlandse economie tot dit najaar vrijwel volledig toe te schrijven aan de export. Er was daardoor een tijdlang een duidelijke scheiding tussen bedrijven en branches die het moesten hebben van de binnenlandse markt (zoals bouw en detailhandel), die het erg moeilijk hadden, en exportsectoren die goede tijden meemaakten.

Die ontwikkeling verklaart volgens Paul van Kempen, van ondernemersorganisatie VNO-NCW, de run op de buitenlandse markten onder mkb’ers. Dat gold volgens hem zeker ook nog in 2013, het slechtste jaar voor de Nederlandse binnenlandse vraag. Het feit dat het aandeel van het mkb in de waarde van de totale export niet toenam, terwijl het aantal exporterende bedrijven wel groeide, doet volgens Van Kempen vermoeden dat het inderdaad om bedrijven gaat die op zoek waren naar alternatieve afzetmarkten.

VNO-NCW is dan ook ’hartstikke blij’ met de stijging van het aantal exporterende mkb’ers. „We hebben er de laatste jaren op aangedrongen dat bedrijven minder afhankelijk worden van de Nederlandse markt”, zegt Van Kempen. Behalve de crisis ziet hij ook structurele ontwikkelingen die ervoor zorgen dat steeds meer mkb’ers de stap over de grens zetten. „Het is door internet veel makkelijker geworden om met een klein webwinkeltje de buitenlandse markt op te gaan. Je ziet steeds meer kleine webwinkeltjes die hun spullen over de grens weten te verkopen.”

Bovendien leidt de opkomst van productieketens tot nieuwe kansen voor meer internationale concurrentie, waarbij Nederlandse bedrijven kansen weten te pakken.