Nieuws/Financieel

Keuze stress voor ETF-beleggers

Passief beleggen is helemaal niet passief. Passief beleggen dwingt beleggers tot het maken van veel keuzes. Niet alleen de asset allocatie is van belang, ook de frequentie van herbalanceren en de keuze van de te volgen index. Wilt u deze keuzes bewust en goed afwegen dan kan dit zomaar leiden tot keuze stress.

In het debat tot actief en passief beleggen wordt passief beleggen verheerlijkt vanwege de lage kosten en de eenvoud van het volgen van de index. Zo eenvoudig is het volgen van een index niet en de keuzes die noodgedwongen moeten worden gemaakt hebben een enorme impact op het rendement. Een impact die vele malen groter is dan de kosten die worden bespaard door gebruikmaking van ETF's. Asset allocatie is een logische eerste keuze en is in mijn vorige column besproken. Maar er zijn meer keuzes te maken.

Herbalanceren

Een echte passieve belegger doet zo weinig mogelijk transacties nadat eenmaal de asset allocatie is vastgesteld. Het langdurig ongewijzigd laten van de initieel ingenomen asset allocatie is echter ongewenst. Door de stijging of daling van aandelen of obligaties raakt de portefeuille uit balans en moet deze weer terug gebracht worden naar de beginwaarden. Dit heet herbalanceren. De frequentie waarmee de portefeuille weer in balans wordt gebracht is de keuze van de belegger. De meest voorkomende frequenties zijn per kwartaal of per jaar. Anderen herbalanceren alleen als de verhouding aandelen en obligaties buiten een vooraf gekozen bandbreedte treedt. Bijvoorbeeld als het percentage aandelen groter wordt dan 70%.

 

De verschillen tussen wel of niet herbalanceren blijken klein te zijn. In de bovenstaande figuur is voor de kalenderjaren 2011 tot en met 2013 een keuze gemaakt tussen niet herbalanceren, eens per jaar en eens per kwartaal met een 50-50% asset allocatie als vertrekpunt. Het kleine verschil is ook wel te verklaren aangezien de keuze voor een terugkeer naar de oorspronkelijke balans tussen aandelen en obligaties soms goed en soms fout uitpakt. Dat ontslaat de belegger niet van het nadenken over de vraag op welke manier wordt omgegaan met herbalanceren. Uiteindelijk zal ook dit antwoord een invloed hebben op het rendement. Besluit de belegger om niet te herbalanceren dan is in dit voorbeeld na drie kalenderjaren de oorspronkelijke verhouding 50-50% uitgelopen naar een 56-44% verhouding in het voordeel van aandelen.

Index keuze

Nu dat de asset allocatie en de frequentie om te herbalanceren is bepaald moet nog de keuze worden gemaakt welke index wordt gevolgd. Laten we het dit keer dichter bij huis zoeken. Nederlandse beleggers hebben alleen al binnen Europa genoeg te kiezen. Nog los van de individuele landenindices hebben zowel MSCI als Stoxx een grote reeks Europese indices om uit te kiezen. Voor de Nederlandse belegger mag de AEX-index niet ontbreken.

 

In de bovenstaande figuur is het 3-jaars geannualiseerde rendement te zien van indextrackers die de MSCI Europe, de Eurostoxx50 en de AEX-index volgen. Had de belegger de keuze gemaakt voor de Eurostoxx50, dan was dat een goede keuze. De MSCI Europe en de AEX-index verschillen niet veel maar rendeerden de laatste 3 jaar 5% minder dan de Eurostoxx 50. Dat is een veelvoud van de kosten en onderstreept het belang van het maken van de juiste keuze.

Naast de hierboven besproken Europese indices kan ook nog worden gekozen voor een bepaald thema. Kiest de belegger liever small caps, dividendaandelen of laagrisico aandelen. Deze laatste soort is interessant en maakt onderdeel uit van een nieuwe ontwikkeling, 'smart beta'. Traditionele indices worden gewogen naar de marktkapitalisatie van de individuele aandelen die onderdeel uitmaken van de index. Oftewel, de aandelen met de grootste marktkapitalisatie en de hoogste koers hebben het zwaarste gewicht in de index. Hierdoor neemt het belang in de index van aandelen die flink stijgen structureel toe. Een toenemend aantal beleggers vindt dit onwenselijk omdat hiermee in zekere zin wordt belegd in bubbels. Vandaar dat indices in opkomst zijn die alle aandelen een gelijk gewicht geven of alleen aandelen in de index opnemen die een lage beweeglijkheid of een lage koers-winstverhouding hebben. Deze slimmere indices hebben met de traditionele indices gemeen dat ze gebaseerd zijn op vooraf transparant gemaakte regels. Er is weliswaar geen fondsbeheerder die eigen beslissingen maakt maar dit soort 'slimme' indices bevindt zich wel op de scheidslijn van actief en passief beheer. Gecorrigeerd voor risico doen deze 'slimme indices' het vaak beter dan traditionele indices. Weer een keuze om goed en actief over na te denken. Al keuze stress? Er zijn echter nog meer keuzes te maken bij een goed gespreide portefeuille. Daarover meer in de volgende column.

Hendrik Jan Davids is partner bij T&E inmaxxa vermogensbeheer in Utrecht. De standpunten en vooruitzichten geven zijn persoonlijke mening weer. De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.