Nieuws/Financieel
907549580
Financieel

Steeds minder kinderen gevaccineerd: ’We zien ziektes terugkeren’

Foto ter illustratie.

Foto ter illustratie.

Amsterdam - Steeds minder ouders laten hun kinderen inenten tegen de bof, mazelen, rodehond, polio, kinkhoest en andere ziektes die in het rijksvaccinatieprogramma zitten. Het gaat om een daling van 1 tot 2 procentpunt, zo blijkt uit het rapport ’Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2021’ dat maandag is verschenen. „Daar maken wij ons zeker zorgen om.”

Foto ter illustratie.

Foto ter illustratie.

De daling klinkt niet heel alarmerend, maar volgens Jeanne-Marie Hament, programmamanager rijksvaccinaties bij het RIVM is het zeker wel belangrijk om die vaccinatiegraad weer omhoog te krijgen. „We zien het liever stijgen, dan dalen. Kijk bijvoorbeeld naar de mazelen. Daarvoor is een dekkingsgraad van 95% nodig volgens de World Health Organization (WHO). In Nederland zitten we nu tegen de 92%.”

Mazelen lijken in eerste instantie onschuldig, maar wanneer veel kinderen het krijgen, zitten daar volgens Hament vaak sterfgevallen tussen. „We waren afgelopen jaren goed op weg om de mazelen de wereld uit te krijgen, maar doordat tijdens de coronapandemie wereldwijd veel vaccinatieprogramma’s hebben stilgelegen zien we ziektebeelden, waaronder mazelen, terugkeren.”

Ook polio terug

Ook polio is een voorbeeld van een ziekte die terugkeert. Nog niet in Nederland, maar wel in Oekraïne, Afrika en het Midden-Oosten. „Eigenlijk bestaan voor infectieziekten geen grenzen. Al is het natuurlijk van belang dat ieder land zijn vaccinatieprogramma goed op orde heeft”, zegt Hament.

De coronapandemie heeft impact gehad op het reguliere vaccinatieprogramma. „Groepsvaccinaties zijn uitgesteld en mensen konden vaak niet komen omdat ze thuis in quarantaine zaten. Hierdoor zijn vaccinatie-afspraken gemist. Maar ook als de vaccinaties meegeteld worden die wat later zijn gegeven dan normaal, is de vaccinatiegraad voor de meeste vaccinaties nog steeds iets lager dan een jaar eerder. Voor baby’s tot 2 jaar is het verschil dan nog ongeveer 1 procentpunt. Voor oudere kinderen is dat 1-2 procentpunt.

Veel meer vragen

Tegelijkertijd merken jeugdartsen bij de GGD’en dat er sinds de coronapandemie veel meer vragen zijn over de vaccinaties. „Ouders komen vanaf het moment dat hun kind een paar weken oud is totdat het op de middelbare school zit meerdere keren langs voor vaccinaties. Voor corona kreeg ik daar nauwelijks vragen over. Dat is nu echt heel anders. Ouders zitten vol met vragen”, zegt Roselin van der Torren, jeugdarts bij GGD Hollands Midden in Katwijk.

Van der Torren juicht de vragen toe. „Hoe meer vragen hoe beter. Dan kunnen wij ouders juist goed informeren.” Veel vragen zijn corona-gerelateerd. „Ouders willen weten of de vaccinaties iets met corona te maken hebben. Daar is heel veel weerstand tegen. Er heerst veel wantrouwen”, merkt ze. „Gelukkig kunnen we ouders vaak geruststellen en besluiten ze hun kind te laten vaccineren.”

De wijken in

Bij de vereniging van jeugdartsen AJN vinden ze de dalende vaccinatiegraad een teken dat ’alle zeilen bijgezet moeten worden’. „Tijdens de pandemie is er een achterstand ontstaan in de wereld met vaccinatieprogramma’s. Nu gaan we weer reizen. En daarmee worden de risico’s op uitbraken van ziektes weer groter. Daar maken wij ons zeker zorgen om”, zegt Astrid Nielen, voorzitter van de AJN. Ze vindt het belangrijk om meer maatwerk toe te passen. „We kunnen niet achterover gaan leunen tot ouders met hun kind naar ons toe komen. We gaan de wijken in waar de vaccinatiegraad nog lager is, zoals in bepaalde steden en in de biblebelt, zodat we mensen gerichter kunnen voorlichten en met hen een gesprek over de vrijwillige vaccinaties kunnen aangaan.”