Nieuws/Financieel

Stocks for the Long Run

Beleggen doe je voor de lange termijn. Gemiddeld genomen, presteren aandelen beter dan obligaties. Reden te over om voor aandelen te gaan. Maar ook dan, welke kies je? Biotech, goudaandelen, smallcaps, valuestocks of toch maar de index?

In 1994 verscheen de eerste uitgave van Stocks for the Long Run. Inmiddels is de klassieker van professor Jeremy Siegel al aan zijn vijfde editie toe. Het is een van de boeken die je als belegger gelezen moet hebben. Leesplank Ook zeer lezenswaardig zijn Common Stocks and Uncommon Profits van Philip Fisher, A Random Walk Down Wall Street van Burton Malkiel, Beating the Street van Peter Lynch, The Intelligent Investor en Securities Analysis van Benjamin Graham en Winning on Wall Street van Martin Zweig. Op zich kun je de lijst met beursklassiekers eindeloos aanvullen, met The Little Book that still Beats the Markets van Joel Greenblatt, What Works on Wall Street van James O’Shaughnessy en Trader Vic van Victor Sperandeo, maar dat even terzijde. Twintig jaar In het boek Stocks for the Long Run betoogt Siegel dat aandelen door de bank genomen over een periode van 20 jaar tussen de zes en zeven procent opleveren. Met een samengesteld rendement van 7,1 procent was dat de voorbije twintig jaar niet anders. En dat ondanks de Azië-crisis in 1998, het tranendal van internetaandelen in 2000 en de kredietcrisis van 2007. Siegel stelt dat naarmate de aanhoudperiode toeneemt, het risico van aandelen kleiner wordt. Als je je aandelen al na een jaar verkoopt, dan moet je niet opkijken als je onder extreme omstandigheden 50 procent van je inleg kwijt bent. Op individueel aandelenniveau kan het verlies zelfs oplopen tot 100 procent! Verkoop je je aandelen na tien jaar, dan moet je immer nog uitgaan van een eventueel velies van pak hem beet 30 procent. Het is pas bij een aanhoudperiode van 15 jaar dat aandelen altijd winst opleveren. Je zit dan nog wel met de tijdwaarde van geld. Hou je rekening met inflatie, dan mag je stellen dat aandelen over een periode van 20 jaar altijd winst opleveren. Alles aardig en wel, hoe ziet dat eruit in een grafiek van de S&P 500? Omdat de tijdreeksen van de S&P 500 Pure Growth en diens directe tegenhanger Pure Value pas halverwege 1995 starten, wordt het totaalrendement van alle navolgende indices vanaf 30 juni 1995 weergegeven. Medio 1995 als vertrekpunt In aanloop naar de Azië-crisis in 1998 realiseerde een rendement van dik 130 procent, waarop de index bijna 20 procent inleverde. Gemeten vanaf dat dieptepunt sprokkelde de S&P 500 een rendement bijeen van pak ‘m beet 60 procent. Toen echter bleek dat het sprookje van internetaandelen uit was, halveerde de graadmeter. In oktober 2002 volgde het herstel en de dikte de herbeleggingsindex van de S&P 500 ruim 120 procent aan. Maar ja, toen brak de kredietcrisis uit. Het aggregate totaalrendement van de 500 belangrijkste aandelen van Wall Street zakte daarop 55 procent. Om vervolgens aan te dikken met 230 procent, althans voorlopig. Al met al komt dit neer op een samengesteld jaarrendement van 9,5 procent, dividenden incluis. De navolgende grafieken zijn volgens hetzelfde stramien. De blauwe en de rode lijnen komen overeen met de bull- en bearmarkten in de koersgrafiek van de S&P 500. En ook hier wordt de  rendementsontwikkeling logaritmisch weergegeven opdat procentuele veranderingen door de tijd heen in dezelfde orde van grootte worden weergeven. Een stijging van 10 naar 20 is even groot als van 1000 naar 2000 maar gaat snel verloren in een grafiek met lineaire schaalverdeling. Smallcaps zijn zeg maar de natuurlijke tegenhanger van de large-caps. De S&P 600 is de opponent van de S&P 500. Aandelen kun je ook onderverdelen in groei en waarde. De theorie wil dat valuestocks op termijn de voorkeur verdienen boven growth. Maar als je naar het totaalrendement kijkt van beide beleggingsstijlen dan is het verschil in rendement miniem. Valuestocks harken door de jaren heen een hoger rendement bijeen dan laagvolatiele aandelen. Laagvolatiele aandelen presteren ook beter dan high risk. Dat verschijnsel staat bekend als het volatiliteitseffect en is een van de meest onderkende anomalieën in de beleggingsindustrie. In de regel geldt: saai is fraai. Saai is fraai, geldt ook voor dividendaandelen. Strikt genomen, behoren dividendaandelen tot de categorie van value, maar de aandelen van bedrijven die consistent een (hoger) deel van de winst aan hun aandeelhouders uitkeren, worden in de Verenigde Staten gerekend tot de categorie van income stocks, zeg maar rendementsaandelen. Voor zover bekend, bestaat hiervoor geen Nederlandse term. Maar bedrijven die jaar in jaar uit hun dividend verhogen, worden dividendaristocraten genoemd. Een geuzennaam die verwijst naar de middeleeuwen. Anderzijds is het ook maar de vraag, hoeveel groei wil je hebben? Internetaandelen staan aan het voorfront van technologische ontwikkelingen. En ondanks het feit dat de internetzeepbel in 2000 knapte, mag het totaalrendement van internetaandelen immer nog gezien worden. Als belegger dien je wel over stalen zenuwen te beschikken. Een drawdown van 90 procent is geen kattepis. Biotechaandelen doen het wat dat betreft een stuk beter, zelfs een beduidend stuk beter. De drawdown kan niet op tegen de winst van de dividendaristocraten of laagvolatiele aandelen, maar op lange termijn presteren zij beter dan eender welke categorie van aandelen ook. Nu we toch bij de sectoren zijn aanbeland, kunnen net zo goed bankaandelen, semi’s alsook goudmijnaandelen de revue passeren. De sector van halfgeleiders. De goudmijnen Het moraal van het verhaal is dat passief beleggen loont. Als je gaat beleggen moet je inderdaad een keuze maken tussen actief beleggen en passief, met andere worden tussen zelf doen of laten doen. Maar net als bij individuele aandelen, ligt de moeilijkheidsgraad bij de juiste keuze. Welke indices, sectoren en stijlfactoren wil je of beter gezegd moet je hebben? De combinatie van biotech, dividendaristocraten en laagvolatiele aandelen lijkt een winnende strategie. Ook de drie-eenheid van dividendaristocraten, biotech en internetaandelen, maar dat is allemaal voorkennis achteraf. @ Ivan Snurer