923136
Financieel

Kabinet moet alle kaarten op werkgelegenheid zetten

Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg laten de economische kerncijfers van het Centraal Plan Bureau (CPB) zien dat Nederland twee grote problemen heeft: een te lage economische groei en een gebrek aan voldoende werkgelegenheid.  Daarom vinden zij dat het kabinet Rutte 2 nu alle kaarten moet zetten op het bevorderen van groei en banencreatie.

Vanaf maandag gaat het kabinet aan de slag met het opstellen van de begroting 2015. Daarbij spelen de voorspellingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) een hoofdrol. Volgens deze rekenmeesters mogen we in 2014 een economische groei verwachten van 0,75% en 1,25% in 2015. Maar de groei kan lager uitvallen als gevolg van internationale spanningen rondom de Oekraïne. Bovendien stagneert de Europese economie en dat is slecht voor onze uitvoer en werkgelegenheid. Uit de cijfers van het CPB blijkt dat het begrotingstekort dit jaar uitkomt op 2,7% BBP en volgend jaar daalt naar 2,1%.

Dat is ruim binnen de Europese begrotingsnorm van 3% BBP. Dit betekent dat in politiek Den Haag voor het eerst sinds jaren extra bezuinigen en lastenverzwaringen niet op de agenda staan. De economische kerncijfers en de verwachtingen voor de komende jaren maken duidelijk dat voor het kabinet meer groei en meer werk de absolute topprioriteiten moeten zijn. Berekeningen wijzen uit dat voor het behoud van onze huidige welvaart, het terugdringen van de werkloosheid en gezonde overheidsfinanciën de komende jaren een economische groei nodig is die gemiddeld rond de 2,5% ligt. Dat is de echte opgave waarop Rutte 2 zich moet richten; groei en werk moeten centraal staan.

Zorgen over werkloosheid

We moeten ons ernstig zorgen maken over de hoge werkloosheid. Die loopt dit jaar nog op van 600.000 tot gemiddeld 620.000 personen en zal volgend jaar enigszins dalen naar 605.000. Die daling is vooral het gevolg van een sterker dalend arbeidsaanbod en niet van banencreatie. Dit moet voor het kabinet een reden zijn om kritisch naar het werkgelegenheidsbeleid te kijken. Dit beleid bestaat nu in hoofdzaak uit bureaucratische banenplannen. Op zich kunnen ze in bepaalde bedrijfssectoren tot een tijdelijk behoud van banen leiden en dat telt zeker mee, maar deze aanpak biedt geen perspectief op een structurele groei van de werkgelegenheid. Omdat met deze plannen vele honderden miljoenen zijn gemoeid, moet dit gegeven voor het kabinet een extra argument zijn om de kosten tegen de baten af te wegen. De middelen die aan banenplannen worden uitgegeven kunnen effectiever worden ingezet voor echte werkgelegenheid.

De banencreatie van vandaag en morgen zal vooral moeten komen van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf. Zowel bij grotere bedrijven als de overheid  is er sprake van een afnemende werkgelegenheid. Daarnaast wordt de arbeidsmarkt gekenmerkt door een mismatch tussen vraag en aanbod. Zo is er op alle niveaus sprake van een groot tekort aan technisch opgeleide mensen. Door de razend snelle digitalisering en  automatisering ( onder meer de inzet van robottechnologie)  is er bovendien een overschot aan mensen met opleidingen waarnaar geen of minder vraag is.

Rapporten met voostellen voor extra banencreatie

Alleen met een onorthodox pakket aan maatregelen gericht op kleinere bedrijven en speciaal de nieuwe maakindustrie (www.smartindustry.nl bestaat er zicht op meer werkgelegenheid. Daarbij gaat het om een verlaging van werkgeverslasten, meer mogelijkheden voorbedrijfskredieten, minder administratieve lastendruk, meer mogelijkheden voor flexwerken en (fiscale) faciliteiten voor start ups. Daarnaast helpt het ook als de consumptieve bestedingen worden gestimuleerd met een belastingverlaging. Kijken we naar het geraamde begrotingstekort voor 2015 en houden we voorzichtigheidshalve rekening met een tegenvallende groei dan beschikt het kabinet over ten minste 2-3 miljard euro aan ruimte voor lastenverlichting voor burgers en bedrijven.

Voor een effectief groeibeleid kan het kabinet Rutte putten uit verschillende rapporten die de afgelopen jaren zijn gepubliceerd. De kernboodschap is dat het verdienvermogen van onze economie moet worden versterkt. Ondernemers spelen daarbij een hoofdrol. ‘Ondernemers vormen de welvaartsmotor van Nederland. Alleen met dynamisch en ambitieus ondernemerschap kunnen we een hogere groei bereiken,’ aldus de conclusie van Cees Oudshoorn in zijn notitie ‘Verdienen met een ondernemende samenleving’ (VNO-NCW 2014). Volgens Oudshoorn is de Nederlandse thuismarkt voor veel ondernemingen te klein. Verdienkansen zijn er met internationaliseren, innoveren en investeren. Daarnaast ziet hij verdienen met duurzaamheid (SER-advies 2012/07) en inzetten op nieuwe technologie als groeikansen.

In het WRR-rapport ‘Naar een Lerende Economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland’ wordt gepleit voor brede investeringen in kennis. Ook het cruciale economische belang van innovaties wordt benadrukt. Volgens de WRR dient het innovatiebeleid niet gekoppeld te worden aan sectoren, maar aan maatschappelijke uitdagingen en gedecentraliseerd te worden naar regionale niveaus; Eindhoven en Wageningen worden als voorbeelden genoemd. De WRR beveelt daarnaast aan in menselijk kapitaal te investeren waardoor ondernemers en werknemers in staat zijn om steeds snel te kunnen inspelen op veranderende maatschappelijke en economische ontwikkelingen. We moeten in Nederland veel meer werk maken van life long learning, zo luidt de boodschap.

In verschillende landen zien we een herleving van de maakindustrie. Deze industrie is de afgelopen decennia door de politiek in de meeste Europese landen, waaronder Nederland, zwaar verwaarloosd. Duitsland is de belangrijkste uitzondering. Daarom valt het toe te juichen dat in ons land initiatieven worden ontplooid om een smart industry op te bouwen. Voor een succesvolle opbouw is een nauwe samenwerking met het onderwijs nodig en is een eerherstel van vakmanschap nodig.

Het aanpakken van job killers

Het valt op dat Nederland Europees gezien slechts een bescheiden middenmoter is als het gaat om slimme internettoepassingen bij overheden en het bedrijfsleven. Landen die met deze toepassingen vooroplopen laten extra groei zien (www.ebusinessbook.nl). De combinatie van digitalisering en nieuwe technologie biedt ondernemers in het MKB extra kansen op groei. Ook de overheid kan met deze toepassingen de efficiency en kwaliteit van overheidsdiensten verbeteren.

Bij de meeste voorstellen die de afgelopen jaren zijn gepresenteerd om groei en werkgelegenheid te bevorderen, missen wij de prominente rol die belastingen daarbij spelen. Na Zweden heeft Nederland de zwaarste lastendruk op arbeid. Vooral de partijen links van het midden beseffen te weinig dat hoge belastingen op inkomens, winsten en vermogens onze economie afremmen. Ze hebben een negatief effect op economische groei, ontmoedigen ondernemerschap en bedrijfsinvesteringen, leiden tot verlies aan talenten die het land verlaten en kosten werkgelegenheid. Kortom: het zijn job killers.  Dit moet voldoende reden zijn om in de Miljoennota 2015 de weg naar een lagere lastendruk in te slaan.