Nieuws/Financieel
934160
Financieel

Media-aandacht maakt einde aan topbeloningen

Vorige week publiceerde het FD de resultaten van een enquête onder mkb-ondernemers over het beleid van het kabinet-Rutte II. De regeringscoalitie van VVD en PvdA haalde met een rapportcijfer van 5,4 net geen voldoende. Volgens de ondernemers doet het kabinet te weinig om economische groei en werkgelegenheid te bevorderen.

Desondanks hebben ze wel meer vertrouwen in Rutte II gekregen. Dat kan nog toenemen als het kabinet in de Miljoenennota 2015 met een pakket maatregelen komt waarmee de economische groei wordt aangejaagd en banen worden gecreëerd. Een verlaging van de lastendruk op burgers en het mkb is het beste recept.

In de enquête valt op dat een ruime meerderheid van de ondernemers voorstander is van de bonusbeperking bij banken en steun geeft aan de crisisheffing op topinkomens. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen wordt geprotesteerd tegen excessieve beloningspaketten voor de bedrijfstop.

Tot voor kort werd deze onvrede vooral geuit door vakbonden en het publiek via sociale media. De weerstand wordt echter steeds breder, doordat ook ondernemers en aandeelhouders zich bij de protesten aansluiten.

Een mooi Engels voorbeeld zagen we medio juli 2014 bij het Britse modemerk Burberry, het luxemerk met de ruitjes. De nieuwe topman en designer Christoper Bailey kreeg het afgelopen jaar van de raad van commissarissen een beloningspakket van ruim £15 miljoen. Dat riante pakket was volgens de raad nodig om te voorkomen dat deze topbestuurder door concurrenten zou worden 'weggekaapt'. Tijdens de aandeelhoudersvergadering was een meerderheid van de aandeelhouders niet onder de indruk van dit argument en stemde tegen het beloningsbeleid.

Ook loonmatiging aan de top

Excessieve beloningspaketten staan in steeds meer landen op de politieke agenda. Dat is vooral het gevolg van de economische crisis, waarbij topbestuurders met deze pakketten een kwalijke rol hebben gespeeld, maar ook vanwege het economisch herstelbeleid. Om dit herstel te bespoedigen wordt van werknemers loonmatiging gevraagd en dan mag je toch zeker verwachten dat de top ook mee doet.

Maar nee, in te veel gevallen en niet alleen in de financiële sector worden de topbeloningen nog steeds omhoog geschroefd. Niet alleen in de VS en het Verenigd Koninkrijk, maar ook in ons land. Daarbij valt op dat de raden van commissarissen van deze bedrijven die over het beloningsbeleid gaan veelal tot de 55-plusgeneratie behoren en overal maar één argument uit de oude doos hanteren: "We moeten wel, we moeten marktconform belonen." In de praktijk betekent dat altijd: nog hoger.

Omdat deze raden, losgezongen van de nieuwe realiteit en tijdgeest, hun verantwoordelijkheid niet nemen, zien we dat de politiek probeert in te grijpen. Voor de (semi)publieke sector is dat mogelijk door een wettelijk beloningsplafond in te voeren. Zo heeft het kabinet-Rutte II een wetsvoorstel voor verlaging van de norm voor topinkomens in de (semi)publieke sector bij de Tweede Kamer ingediend. De maximale norm wordt 100% van het ministerssalaris.

Voor de marktsector die 'geregeerd' wordt door vraag en aanbod, vrije onderhandelingen en internationale regelingen is een dergelijke wettelijke regeling niet mogelijk. Matiging moet daar vooral gerealiseerd worden door verstandige commissarissen en topbestuurders die de tijdgeest goed aanvoelen en onderkennen dat een te grote kloof tussen de werkvloer en de top een negatief effect kan hebben op de bedrijfsprestaties.

Speciale toptarieven en bonusbelastingen zijn niet effectief

Pogingen in verschillende landen om met toptarieven en bonusbelastingen de groeiende salariskloof tussen de top van het bedrijfsleven en de laagstbetaalde werknemers af te remmen zijn geen succes. Aan deze speciale tarieven kleven nadelen, waardoor ze niet het beoogde effect sorteren en symboolpolitiek zijn.

In de eerste plaats rekenen bestuurders en commissarissen in netto loonbedragen. Op het moment dat het topmanagement extra wordt belast, worden de beloningen zodanig verhoogd dat het management er per saldo door de extra heffing niet op achteruit gaat. Internationale bedrijven hebben vaak ook de mogelijkheid deze belastingen te ontwijken door beloningen van de top over verschillende landen te spreiden.

Daarnaast kan ook besloten worden om het bestuur te verhuizen naar een land met lagere belastingtarieven. Alleen met een blastingregeling voor exorbitante beloningspakketten op Europees niveau zou wellicht enige matiging bereikt kunnen worden. Maar voor een dergelijke regeling is een politieke meerderheid binnen de EU nodig en die is er niet.

Consumentenacties, media-aandacht en onvrede bij aandeelhouders

Openbaarheid, (digitale) media-aandacht en acties van consumenten zijn de effectiefste methoden om de groeiende salariskloof en exorbitante beloningspaketten aan de top aan te pakken. Ook aandeelhouders roeren zich meer en financiële analisten worden kritischer over hoge beloningen. Zo lazen we recent: 'de topbeloningen zijn overdreven voor de omvang en complexiteit van de onderneming en zijn slecht op de prestaties afgestemd'. Beleggers houden niet van dergelijke waarschuwingen.

De praktijk laat zien dat veel media-aandacht kan leiden tot consumentenacties. Bijvoorbeeld via sociale media, waarbij wordt opgeroepen producten en diensten te boycotten van bedrijven met bestuurders die extreem beloond worden.

Het topmanagement en commissarissen zijn gevoelig voor negatieve media-aandacht en terecht bevreesd voor beschadiging van het bedrijfsimago. Dit leidt veelal tot omzetverlies en geeft concurrenten meer mogelijkheden om hun positie te versterken. Steeds vaker zien we dat concurrenten met creatieve campagnes de draak steken met de extreme beloningen van hun 'tegenstanders' op de markt en dat werkt.

Door een recente Europese richtlijn zal de media-aandacht voor topbeloningen toenemen. Beursgenoteerde bedrijven moeten in hun jaarverslag duidelijk aangeven hoe de gemiddelde stijging van de beloning aan de top over de afgelopen drie jaar zich verhoudt tot die bij de 'doorsnee'-werknemers. In de richtlijn wordt voorgesteld het loonverschil tussen deze bestuurders en de werkvloer ter goedkeuring aan de aandeelhouders voor te leggen.

Tegenstanders van het voorstel menen dat dit de taak van commissarissen is. Maar de praktijk laat helaas zien dat de huidige generatie commissarissen tot op heden op de lijn zit van 'hoe hoger, hoe beter'. Zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant dat bij de AEX-bedrijven de loonkloof in vijf jaar is opgelopen van onder de 40% naar bijna 51% nu.

Vanwege vakantie verschijnt de column van Willem Vermeend en Rick van der Ploeg weer op 24 augustus.