962650
Financieel

Verkiezingsuitslag vraagt om nieuw beleid

De verkiezingsuitslag voor het Europees Parlement duidelijk dat het economische beleid van de EU moet worden gericht op het aanjagen van de groei en het terugdringen van de werkloosheid. Het voorstel van onze minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, om in Europa de zogenoemde wig bij lonen te verkleinen daaraan een goede bijdrage kan leveren. Daarnaast moet volop worden ingezet op het investeren in de smart industrie 4.0. Deze high tech maakindustrie is de toekomst  voor groei en banen in de EU.

Het economische beleid in de Europese Unie (EU) moet op de schop. De EU telt ruim 25 miljoen werklozen en met het bestaande beleid is er geen zicht op een snelle daling. Al sinds de start van de economische crisis 2008-2009 hebben internationale denktanks gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen van het Europese beleid van snelle bezuinigingen en lastenverzwaringen. Dit beleid heeft niet alleen geleid tot lage groeicijfers, een oplopende werkloosheid, maar ook tot stijgende staatsschulden binnen de EU. De onvrede over dit slechte resultaat zien we terug in de verkiezingsuitslag voor het Europees Parlement.

De aanhang van anti-Europa partijen is flink gestegen, maar leidt niet tot politieke macht in het Parlement. De pro-Europa partijen hebben daar nog steeds een grote meerderheid. Toch zijn de Europese politieke leiders geschrokken van de opkomst van anti-Europa. De komende maanden gaan ze werken aan maatregelen waarmee de groei en werkgelegenheid in de EU worden aangejaagd en de werkloosheid teruggedrongen. Jeroen Dijsselbloem, onze minister van Financiën, heeft al de prima suggestie gedaan om daarbij in te zetten op een verkleining van de zogenoemde wig die bestaat uit belasting-en premiedruk op lonen. Dat is dringend nodig, want in vergelijking met landen buiten de EU is deze druk veel te hoog en dat kost groei en banen.

Wat is de wig?

De wig is het verschil tussen de loonkosten die voor rekening van de werkgever komen en het nettoloon dat de werknemer ontvangt. Het gaat daarbij om belasting- en premieheffing over het loon De totale wig bestaat uit de optelsom van de werknemerswig en de werkgeverswig. Bij werknemers gaat het om de loonheffing en bij werkgevers om de premies die ze over het brutoloon moeten afdragen. Onderstaand voorbeeld maakt dit duidelijk.

Een werknemer met een bruto maandloon € 2.000 ontvangt een nettoloon van circa € 1.600. De inhouding van € 400 aan loonheffing wordt de werknemerswig genoemd. De werkgever moet over dit brutoloon circa € 320 aan premies betalen, de werkgeverswig. De totale loonkosten voor de werkgever komen dan uit op € 2.320 per maand. Daarvan gaat € 1.600 netto naar de werknemer en het resterende bedrag € 720 naar de schatkist en sociale zekerheid. Dit laatste bedrag is de totale wig. Naarmate het loon hoger ligt, neemt de wig ( tot een bepaald maximum) toe. Zo is bij een bruto maandloon van € 4.000 het nettoloon circa € 2.680 en bedragen de loonkosten voor de werkgever € 4.650. De totale wig is hier € 1.970. Nederland behoort tot de landen met een te grote wig.

Gunstige effecten verkleining wig

Een verkleining van de werkgeverswig leidt tot lagere loonkosten. Dit heeft een gunstige effect op de bereidheid van bedrijven om werknemers in dienst te houden en aan te trekken. Op termijn zal daardoor de structurele werkloosheid afnemen. Er zijn ook ondernemers die de daling van de loonkosten omzetten in een prijsverlaging. Daardoor verbetert hun internationale concurrentiepositie;      de productie voor de export stijgt en de werkgelegenheid toeneemt. Een verkleining van de werknemerswig heeft op een andere manier positieve effecten voor de economie. Een deel van het hogere nettoloon zal worden besteed aan extra consumptieve bestedingen. Winkels gaan meer verkopen, bedrijven meer produceren en dat leidt op termijn tot meer banen.

Leren van fouten

Voordat de Europese leiders met maatregelen komen, moeten ze eerst het belangwekkende boek van de econoom en publicist Philippe Legrain lezen dat vorige maand verscheen. In European Spring, why our Economies and Politics are in a Mess and How to Put Them Right toont hij aan dat de Europese leiders de crisis verkeerd hebben aangepakt en hadden moeten kiezen voor de aanpak van de VS. De keuze voor snel en hard bezuinigen op een moment dat banken nauwelijks geld uitlenen aan burgers en bedrijven was fout en heeft de Europese economie zwaar beschadigd. Legrain meent dat de EU moet beginnen met het schoonvegen van banken, zorgen voor voldoende kredieten voor investerende bedrijven en stoppen met blind bezuinigen.

Welke maatregelen moeten we nemen?

Bij de aanpak van de werkloosheid komen ook weer recepten uit de oude doos op tafel. Voorbeelden zijn VUT-regelingen, voorstellen voor een kortere werkweek, tijdelijke banenplannen en subsidies voor werkgevers die werkzoekenden aannemen. In het verleden heeft de praktijk al uitgewezen dat deze lapmiddelen niet werken. Ze zijn niet effectief en kosten de belastingbetaler veel geld. Ook voor de jeugdwerkloosheid bieden deze regelingen geen oplossing. Daar moet de nadruk liggen op het voorkomen dat jongeren zonder diploma de arbeidsmarkt op gaan. Bij de keuze van hun opleiding moet veel meer rekening worden gehouden met kansen op een werkkring en met toekomstige ontwikkelingen.

Die toekomst is al begonnen en maakt duidelijk dat er een groeiende behoefte is aan vakmensen, aan technici op allerlei niveaus, aan werknemers die goed thuis zijn in de wereld van het internet en nieuwe fabricage methode, zoals 3d-printen. Daarnaast moeten om- en bijscholingsprogramma’s niet alleen gericht worden op bedrijfssectoren waar nu werknemers gevraagd worden, maar ook (nieuwe) sectoren die in opkomst zijn en een belangrijke rol gaan spelen in de nieuwe economie die we in eerdere columns hebben aangeduid als de smartphone en tableteconomie.

Voor lager opgeleiden die moeilijk aan de slag komen is de beste maatregel het verkleinen van de werkgeverswig. Dit leidt tot lagere loonkosten voor werkgevers die daardoor eerder geneigd zijn om werknemers aan te trekken voor werk dat nu blijft liggen omdat het te duur is. In verschillende bedrijfssectoren komt het voor dat de productiviteit van oudere werknemers afneemt waardoor ze ten opzichte van de loonkosten te duur zijn. Met vrijwillige afspraken over een loonsverlaging is het soms mogelijk om aan de slag te blijven. Wij zien dat in andere landen deze afspraken veel meer gemaakt worden dan in Nederland; de ouderenwerkloosheid ligt daar lager.

Naast wigverkleining moeten Europa en Nederland volop gaan investeren in de smart industrie 4.0. Daar ligt de toekomst van de EU en de werkgelegenheid.