Nieuws/Financieel
966226
Financieel

Buy in May, bears walk away

Experts vinden het dit jaar geen goed idee om gehoor te geven aan de lokroep van ‘Sell in May’. Als aandelen mogen, welke moet je dan hebben en nog belangrijker: welke moet je mijden?

Voor sommigen is Sell-in-May koren op de molen van brokers. Zij zouden de enige partij zijn die baat hebben bij het fenomeen. Ook denken tegenstanders dat het zomer-winterpatroon stamt uit de tijd dat beleggers op de camping niet konden handelen. De feiten zijn er De beurswijsheid Sell-in-May is al decennia lang bekend en wordt gestaafd door harde statistieken. Maar dat betekent nog niet dat het zomer-winterpatroon in aandelenrendementen een natuurwet is. Het doet niet jaar in jaar uit zijn opwachting én het blijven resultaten uit het verleden die geen enkele garantie voor de toekomst geven. Ik zou Sell-in-May niet meteen onzin willen noemen. Het seizoenspatroon houdt nauw verband met de productcyclus van de verwerkende industrie, wordt wereldwijd aangetroffen en of je nu erin gelooft of niet, het aanbreken van de maand mei is misschien wel het uitgelezen moment om je aandelenportefeuille eens grondig door te lichten. Welke aandelen zou je met Sell-in-May in je achterhoofd nu willen kopen, welke zitten er nu in je beleggingsportefeuille en zou je ze nu nog kopen? Als je naar de lengte van de huidige bullmarkt kijkt, dan kan de stierenmarkt nu al op zijn einde lopen, maar al wordt de stier oud: An aging bull is still a bull. Er bestaat een reële mogelijkheid dat we nog twee jaar te gaan hebben, tot na de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Het derde en het verkiezingsjaar van de presidentcyclus zijn over het algemeen goede beursjaren. Blik op Europa Als je met een scheef oog naar het koersdoel kijkt van de AEX en naar de hoofdindices van de ons omringende landen, dan kun je bezwaarlijk stellen dat de beleggingsadviezen van financiële analisten blaken van optimisme. Door de bank genomen dobbert het gemiddelde koersdoel ongeveer zes procent hoger dan de actuele koers. Dat neemt niet weg dat op aandelenniveau het winstpotentieel groter is. Het gemiddelde koersdoel van analisten laat uitschijnen dat de AEX over een maand of twaalf net geen zeven procent hoger staat dan nu. Als alle koersdoelen worden gehaald, dan ben je met ASML, SBM Offshore, Philips, ArcelorMittal en Randstad over een jaar zeg maar 18 procent rijker. Wie zijn oog laat vallen op het vijftal van Fugro, Corio, Unibail-Rodamco, Unilever en Boskalis mag ervan uitgaan dat de waarde van zijn aandelenportefeuille pakweg drie procent zal slinken, mits de analisten het bij het rechte eind hebben. Onze directe zuiderburen, het is te zeggen de Belgische hoofdaandelen, worden door analisten duidelijk minder rijkelijk bedeeld. Niet alleen ligt de lat van het gemiddelde koersdoel nauwelijks 3,1 procent hoger dan de actuele koers van de Bel 20, ook het beoogde koersdoel van de vijf favorieten ligt slechts 10,1 procent hoger. En tot overmaat van ramp wordt dat negatieve beeld bevestigd door het gemiddelde koersdoel van Colruyt, Belgacom, UCB, Elia en Umicore. Zak je nog verder af naar het zuiden, naar Frankrijk, dan zie je dat analisten ervan uitgaan dat de CAC 40 over een jaar 6,6 procent hoger staat. Op aandelenniveau vertaalt dat optimisme zich bij de top-5 in een gemiddeld winstpotentieel van ruim 20 procent. En naar verwachting lopen de vijf waterdragers averij op van 8,1 procent. Op zich is het intrinsieke winstpotentieel van de DAX met 7,4 procent hoger dan dat van de CAC 40, maar het gemiddelde koersdoel van de vijf aandelen met het grootste winstpotentieel valt niettemin lager uit. Het strandt op 17,1 procent. Hierbij is het een schrale troost dat de foutenmarge van de minst aantrekkelijke Duitse hoofdfondsen grofweg de helft kleiner is dan bij de waterdragers van de CAC 40. Al met al moet worden geconcludeerd dat de hoofdaandelen uit de €-zone een beperkt winstpotentieel bieden, van 5,3 procent. In theorie bedraagt het gemiddelde koersdoel van de vermoedelijke vijf grootste stijgers, zijnde: Deutsche Bank, Airbus (voorheen: EADS), ASML Holding, BNP Paribas en Philips, wellicht 20,3 procent. Dat van de vijf grootste dalers ligt 5,5 procent onder de actuele koers. Dus kun je wel stellen dat analisten niet of weinig gecharmeerd zijn van Orange (voorheen: France Télécom), Banco Santander, CRH, Iberdrola en Telefónica. Iedereen weet dat voorspellen moeilijk is, maar als belegger ben je altijd op zoek naar aandelen die een leuk rendement in het vooruitzicht stellen. De economie en de financiële markten zijn voorwerp van een complex samenspel en voortdurend in beweging. Door onvoorziene ontwikkelingen kunnen koersdoelen sneller worden bereikt dan voorzien of blijven ze totaal buiten bereik. Oftewel op de beurs kan zich eenmaal alles anders ontwikkelen dan verwacht. @ Ivan Snurer