967739
Financieel

Alle hens aan dek voor werkgelegenheid

De economieën van de EU-landen, ook in Spanje, Portugal en Griekenland, groeien weer en de tekorten dalen. In de gehele EU zal de economie dit jaar groeien met gemiddeld 1,6% en in 2015 met 2%. Maar de werkloosheid blijft met ruim 11% zeer hoog.

Daarnaast zien we dat internationale beleggers en investeerders weer volop vertrouwen in Europa hebben. Ze verwachten ook dat ECB-president Draghi met maatregelen komt om de te lage inflatie en de te harde euro aan te pakken. Bovendien stellen internationale denktanks vast dat de EU de komende decennia op het wereldtoneel zowel politiek als economisch een prominente rol blijft spelen. Zonder de handelsvoordelen van dit grootse mondiale handelsblok zullen de economieën van individuele Europese landen, zelfs die van Duitsland, overheerst worden door de concurrentiekracht van de VS en opkomende economieën als China en India. Die overheersing leidt in Europa tot een verlies aan banen en welvaart. Met het EU-euroblok wordt dit voorkomen. Niettemin moeten de pro-Europa partijen zich zorgen maken over het afkalvende draagvlak voor de EU onder de Europese bevolking. Niet alleen als gevolg van de Europese schuldencrisis, maar ook door bureaucratie, een gebrek aan voldoende democratie en ongewenste bemoeienis met nationaal beleid.

Opmars anti-Europa partijen

Al sinds de invoering van de euro in 1999 is door een bont gezelschap bestaande uit economen, doemdenkers en tegenstanders van de EU de ondergang van de eurozone voorspeld. Die is tot op heden uitgebleven en daarom wordt het stiller in deze kringen. Maar dat geldt niet voor de anti-Europa partijen, die timmeren flink aan de weg. Ze paaien kiezers met de belofte dat ze uit de EU treden en een eigen nationale munt gaan invoeren. Buiten de EU wordt alles beter, meer werk, meer welvaart. Dat is de populaire boodschap van de Britse UKIP en de extreemrechtse partijen het Franse Front National en de Oostenrijkse FPO. In ons land wil de PVV dat Nederland uit de EU stapt en de gulden invoert.

Deze nationalistische partijen hebben ook met elkaar gemeen dat ze de grenzen willen sluiten. In de internationale pers worden ze afgeschilderd als populistisch, fascistisch en racistisch. Dat deert ze niet. Volgens peilingen behalen ze bij de verkiezingen voor het Europees Parlement veel stemmenwinst. Die komt vooral van kiezers uit lagere inkomensgroepen die door de crisis hard zijn getroffen en mensen uit de 50-plus generatie die menen dat ze vroeger, zonder de EU, beter af waren. Volgens de anti-Europa partijen is dat allemaal de schuld van de EU en de euro.

De opmars van deze partijen kan niet alleen aan de crisis worden toegeschreven. Tijdens de Europese schuldencrisis zag het Europese publiek aarzelende regeringsleiders met weinig daadkracht. Bovendien krijgen de anti-Europa partijen in eigen land ongewild steun van de pro-Europa partijen die Brussel de schuld geven van pijnlijke maatregelen in eigen huis, zoals bezuinigingen en lastenverzwaringen.

Pro-Europa partijen overtuigen niet

Voorstanders proberen nu tijdens de verkiezingscampagnes de voordelen van de EU voor het voetlicht te brengen. Daarmee boeken ze geen succes. In het verleden hebben ze Europa te vaak de schuld geven van onpopulaire maatregelen in plaats van de noodzaak van die maatregelen uit te leggen. Ze zouden daarnaast ook de nadelen van de EU duidelijk moeten benoemen en daarvoor goede oplossingen moeten aandragen. Ook missen wij een goed doortimmerde aanpak van de Europese werkloosheid en aandacht voor de sociale kant van de EU. Het valt op dat de anti-Europa partijen niet worden uitgedaagd om aan te geven hoe ze los van de EU met een eigen nationaal muntje, zonder de handelsvoordelen van de EU en de bescherming van een sterke wereldmunt als de euro, de kiezers werk, inkomen en extra welvaart kunnen beloven. Dat het een valse belofte is kan simpel worden duidelijk gemaakt. Europese bedrijven hebben de handelsvoordelen en de euro nodig om internationaal te kunnen concurreren; zonder deze voordelen en de kracht van een wereldmunt worden ze door internationale concurrenten verslagen. Landen die uit de EU treden, krijgen daarom te maken met het vertrek van ondernemingen die naar EU-eurolanden verhuizen waar ze de voordelen en euro kunnen behouden; in de uittredende landen zullen door deze verhuizing en afnemende bedrijfsinvesteringen vele duizenden banen verloren gaan.

Koers naar verder herstel

Is de crisis in Europa nu definitief voorbij? Nee. Achter de mooie groeicijfers die deze week zijn gepubliceerd, gaan een forse schuldenberg en een hoge werkloosheid schuil; bij economische tegenwind levert dat extra risico’s op. Maar de cijfers maken wel duidelijk dat de EU in rustiger vaarwater zit en koers zet naar een verder herstel. Dat geldt ook voor de economie van Nederland. Nadat ons land de afgelopen jaren tot de slechtst presterende EU-landen behoorde, draaien we nu mee in het economische midden van de eurozone (1,2%). Volgend jaar stijgt de groei verder naar 1,4%, de export neemt toe, het begrotingstekort neemt snel af (1,8% BBP in 2015), de staatsschuld daalt licht en het consumentenvertrouwen is weer terug van weggeweest.

Maar voor een feestje is het nog te vroeg. Sterker nog, we moeten ons ernstig zorgen maken over de hoge werkloosheid. Ondanks de aantrekkende groei zal de werkloosheid in 2015 ten opzichte van dit jaar nauwelijks dalen; van 7,4% naar 7,3%. Dit moet voor het kabinet een reden zijn om kritisch naar het werkgelegenheidsbeleid te kijken. Dit beleid bestaat tot nu toe vooral uit bureaucratische banenplannen die geen perspectief bieden op een structurele groei van de werkgelegenheid. Die groei moet komen van het mkb. Zowel bij grotere bedrijven als de overheid is er de komende jaren sprake van een afnemende werkgelegenheid. Daarnaast wordt de arbeidsmarkt gekenmerkt door een mismatch tussen vraag en aanbod. Alleen met een onorthodox pakket aan maatregelen gericht op kleinere bedrijven en speciaal de maakindustrie bestaat er zicht op meer werkgelegenheid. Daarbij gaat het om een verlaging van werkgeverslasten, meer mogelijkheden voor krediet, minder administratieve lastendruk, versimpeling en versoepeling van ontslagregelingen en (fiscale) faciliteiten voor start ups.