Nieuws/Financieel

Groothandelsgebouwen houdt alle opties open

Groothandelsgebouwen is de recente woelige jaren goed doorgekomen. Het kersverse AScX-fonds ziet zich nu echter gedwongen drastische strategische keuzes te maken, waaronder een mogelijke ingrijpende renovatie van het Rotterdamse gebouw. Topman Marius Meurs sluit een overname of zelf overnemen ook niet uit.

Groothandelsgebouwen exploiteert het grootste bedrijfsverzamelgebouw van Nederland, dat pal naast Rotterdam Centraal gelegen is. Terwijl nogal wat branchegenoten flink te lijden hadden onder de recente financiële en economische crisis, hield het vastgoedfonds zijn huurinkomsten goed op peil. Mede dankzij het achterwege blijven van grote afboekingen kon het dividend jaarlijks worden verhoogd. Althans tot 2013, want de verwachte winstdaling in het lopende jaar vormde aanleiding de winstuitkering niet te verhogen.

Meurs wijst erop dat de bezettingsgraad vorig jaar slechts licht daalde tot 88,6%, maar dat het eerste kwartaal van dit jaar moeizaam verliep met een terugval tot 85,6%. „Bovendien heeft LyondellBasell zijn huurovereenkomst van 12.000 m2 (12% van het totale vloeroppervlakte) per april 2015 opgezegd. Wij kijken nu hoe we dat kunnen invullen. De recente oplevering van het nieuwe stationsgebied in Rotterdam zou een voordeel moeten zijn, maar dan moet de markt wel aantrekken. Rotterdam loopt echter nog achter bij de rest van Nederland, omdat de werkgelegenheid zich slechter ontwikkelt, er veel is bijgebouwd en enkele grote spelers zijn vertrokken.”

Niet alleen voor de korte maar ook voor de lange termijn staat Groothandelsgebouwen voor grote uitdagingen. Zo presenteerde IBUS Asset Management drie maanden geleden een rapport met drastische aanbevelingen om de huren meer in lijn met die van omliggende gebouwen te kunnen brengen. Meurs onderschrijft de analyse dat het gebouw aantrekkelijker moet worden gemaakt, maar zet vraagtekens bij de investering van €28 miljoen die IBUS voor ogen staat. „Tot dusverre zetten wij steeds kleinere stappen van enkele miljoenen per jaar. Duidelijk is wel dat als het gebouw zo ingrijpend wordt gerenoveerd, de organisatie ook moet worden aangepast. Met hulp van adviseurs werk ik nu aan een strategisch plan, dat ik in het vierde kwartaal op een buitengewone vergadering aan de aandeelhouders wil presenteren.”

 

De topman benadrukt zeer ingrijpende voorstellen niet uit te sluiten. „Om meer schaalgrootte en een betere spreiding te bereiken, zou de conclusie kunnen luiden dat het voor de lange termijn beter is om overgenomen te worden. Maar dan moet er natuurlijk wel een partij gevonden worden die een goede prijs wil betalen. Anderzijds is zelf overnemen een reële mogelijkheid. De bestaande aandeelhouders dienen dan bereid te zijn om via een claimemissie de benodigde financiering te verschaffen.”