Financieel/Geld

Doorstroming naar middensegment moet beter

Vraag naar woningen te groot

— Met de boosheid van erfpachters naar woningcorporaties moet het maar eens afgelopen zijn. Zij laten met regelmaat weten het oneerlijk te vinden dat zij veel hogere tarieven voor erfpacht betalen. Egbert de Vries, directeur van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, vindt dat een oneerlijke vergelijking.

De boosheid van erfpachters dat woningcorporaties lagere tarieven betalen is volgens De Vries niet eerlijk.

De boosheid van erfpachters dat woningcorporaties lagere tarieven betalen is volgens De Vries niet eerlijk.

FOTO Amaury Miller

De boosheid van erfpachters dat woningcorporaties lagere tarieven betalen is volgens De Vries niet eerlijk.

De boosheid van erfpachters dat woningcorporaties lagere tarieven betalen is volgens De Vries niet eerlijk.

FOTO Amaury Miller

Iedereen met een koopwoning op gemeentegrond betaalt erfpacht aan de stad. Die tarieven zijn hoog volgens erfpachters. Helemaal in vergelijking met de tarieven die woningcorporaties betalen. De verschillen zijn nooit openbaar gemaakt.

Hoe zit het nu precies?

Egbert de Vries: „Er zit inderdaad een lager erfpachttarief op sociale woningen. Hoe groot de verschillen zijn, weet ik niet. De locatie in de stad telt mee: Zuid is duurder dan Zuidoost.

Corporaties hebben afspraken met de gemeente dat, als ze een sociale woning verkopen, dan direct de erfpacht wordt afgekocht voor een periode van vijftig jaar. Tegen de marktprijs. We betalen dan dus dezelfde hoge afdracht als particuliere woningeigenaren. Pas na vijftig jaar krijgt de koper te maken met een verhoging van zijn tarief.”

Is die lagere erfpacht wel eerlijk?

„Ik vind van wel. Sociale woningbouw levert nou eenmaal minder op dan marktconforme exploitatie. We hebben minder inkomsten, terwijl de kosten voor de woningen hetzelfde zijn. Het is appels met peren vergelijken.”

Een andere actuele discussie is Airbnb. Wat zijn de effecten daarvan?

„Een sociale woning, of kamer daarvan, mag niet aangeboden worden op Airbnb. Dat zou oneerlijke concurrentie zijn. Tegelijkertijd zien we een toename. Echt meten kunnen we het niet, maar het zijn vaak buren die deze illegale verhuur bij ons onder de aandacht brengen. We gaan met Airbnb in gesprek, want we willen dat ze sociale woningen automatisch uitsluiten. Wie toch zijn woning of een kamer verhuurt, riskeert zijn woning te worden uitgezet.”

Zijn er cijfers van?

„Vorig jaar hebben we in Amsterdam in negenhonderd gevallen mensen uit hun huis gezet. Dat was niet alleen vanwege Airbnb, maar ook voor illegale onderhuur of wietplantages.”

Elk jaar is er een discussie over de stijgende vraag naar sociale woningen. Klopt dat beeld?

„Of het stijgt is moeilijk te zeggen. Er is in ieder geval een grote vraag. Je hebt in een stad nou eenmaal een grote groep mensen die weinig geld verdienen, zoals studenten, migranten, starters en mensen met niet goed betaalde banen, zoals in de zorg. Daar moeten we woningen voor hebben. Voor die laatste groep is heel veel werk in de stad. Verzorgingstehuizen schreeuwen om personeel.”

Dat maakt het een dubbel probleem.

„We zullen onder andere met de werkgevers aan tafel moeten. We zijn al een discussie gestart met werkgeversorganisatie VNO-NCW. Zij zien het probleem ook. Ze willen dat het bedrijfsleven goed functioneert in de stad en aan goed personeel kan komen.”

Zijn er genoeg sociale woningen?

„Ongeveer veertig procent van alle woningen in de stad is sociale woningbouw. De voorraad corporatiewoningen daalde vorig jaar, vooral door de verkoop van woningen. Dat moeten we sterk verminderen. We willen mensen met lage inkomens blijven helpen. Tegelijkertijd zijn er veel mensen die in Amsterdam willen wonen. Als ik de markt bezie, blijft het moeilijk om aan een woning te komen. De vraag is te groot.”

Waar stokt het?

„De doorstroming moet beter. Mensen verdienen in de loop der jaren meer. Ze zouden moeten doorstromen naar luxere, grotere woningen. Van al onze huurders heeft zo’n 19 procent eigenlijk geen recht meer op een sociale woning. Ze verdienen teveel. Maar er is voor die mensen lang niet genoeg doorstroom mogelijk. Er zijn te weinig woningen in het middensegment. Het is de taak van investeerders, zoals Bouwinvest, om in dat gat te springen. Daar praten we mee en we maken stappen.”

Hoeveel wordt er inmiddels gebouwd voor de middeninkomens?

„Er is in de stad afgesproken dat we 25 tot 30 procent van alle nieuwbouwwoningen in het middensegment wordt gebouwd. We doen onderzoek of dat voldoende is.”

Een boosmaker bij veel Amsterdammers is dat er groepen worden voorgetrokken bij de verdeling van woningen.

„Tenminste de helft van onze vrijkomende woningen willen we aan Amsterdammers geven. De rest hebben we echt nodig voor urgente gevallen. Bijvoorbeeld daklozen die nu nog op een stapelbedje in een nachtverblijf slapen. Eerlijk delen is gewoon moeilijk.”

Nu zijn er in Amsterdam veel nieuwbouwprojecten. Doen de corporaties mee?

„Zeker. We hebben genoeg geld en bouwen in nieuwbouwgebieden als de Sluisbuurt, Houthavens en het Amstelkwartier. Maar het lukt niet altijd om voor veertig procent van de aangeboden kavels binnen te krijgen. Projecten in Amsterdam worden zwaar overtekend. Iedereen wil hier wonen. Terecht, want dit is een geweldige stad om te wonen.”