983213
Financieel

VVD en PvdA moeten doorregeren, maar wel anders

Vooral sinds de jaren negentig is het kiezersgedrag in ons land wispelturig en moeilijk voorspelbaar. De vaste aanhang van veel partijen is sterk afgenomen en zwevende kiezers bepalen in belangrijke mate de uitslag van verkiezingen. Daardoor kan de electorale winnaar van vandaag de verliezer van morgen zijn en omgekeerd is dat ook het geval.

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen deze week is daarvan een goed voorbeeld. De PvdA leed een ongekend zware nederlaag en ook de VVD behoorde tot de verliezers.

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in september 2012 waren de VVD met lijsttrekker Mark Rutte en de PvdA met Diederik Samsom nog de grote winnaars. Dankzij een voortreffelijke campagne van Samsom behaalde de PvdA, die toen laag in de peilingen stond met rond de 20 zetels, een mooie uitslag van 38 Kamerzetels.

Veel van de toenmalige kiezers gingen ervan uit dat de PvdA het ‘rechtse’ beleid van het kabinet Rutte 1 zou terugdraaien. Kiezers op de VVD hadden het gevoel dat hun Mark zou voorkomen dat Den Haag zou worden overgenomen door een links kabinet. Bovendien paaiden de liberalen kiezers met beloften, zoals een fiscale werkbonus van €1000 en het behoud van de hypotheekrenteaftrek. De VVD-campagne was succesvol en met 41 Kamerzetels werd een historisch resultaat behaald. 

Na de verkiezingen werden de twee winnaars, in de Haagse politiek van oudsher min of meer politieke tegenpolen, tot een ongemakkelijke coalitie veroordeeld. Veel kiezers, zowel van de PvdA als de VVD, hadden dit kabinet niet in gedachte toen ze in het stemhokje stonden.

Na de start dalen VVD en PvdA al snel in de peilingen

Tijdens de formatiebesprekingen ruilden de winnaars in snel tempo belangrijke verkiezingsprogramma’s tegen elkaar uit, sloten compromissen en november 2012 ging Rutte 2 van start.

De glans van deze daadkrachtige formatie verbleekte al snel door de ophef in de coalitie over de nivellerende ziektekostenpremie en het besef dat de coalitie-onderhandelaars de machtspositie van de Eerste Kamer hadden onderschat. Rutte 2 moest al snel bij de oppositie aankloppen om in de Senaat een meerderheid te realiseren.

Ook met het beleid van lastenverzwaringen en bezuinigingen maakte het kabinet zich niet populair en beloften werden niet waar gemaakt. Al binnen een jaar na het aantreden van Rutte 2 lieten de peilingen een fors verlies voor de regeringspartijen zien, vooral de PvdA zakte naar een laag niveau. Dit beeld zien we terug in de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen

Geen goede analyse mogelijk van de uitslag

Vertalen we die uitslag naar de landelijke politiek, dan zou de coalitie van VVD en PvdA van de huidige 79 Kamerzetels er nog 42 overhouden. Om een aantal redenen geeft deze omrekening een verkeerd beeld van de landelijke politieke verhoudingen. De opkomst was laag, veel kiezers zijn thuisgebleven en niet alle landelijke partijen hebben met de raadsverkiezingen meegedaan.

Het gaat bovendien om lokale politiek, wat we ook terugzien in de grote winst van de lokale partijen. Dit houdt in dat het niet goed mogelijk is een solide analyse te maken van de verkiezingsuitslag en de mogelijke gevolgen voor het kabinetsbeleid.

Wel ligt er een signaal dat dit beleid door een belangrijk deel van de kiezers wordt afgewezen. Maar aan de andere kant zien we ook dat D66, de partij die Rutte 2 in het zadel houdt, de glorieuze winnaar van de lokale verkiezingen is.

Maar het is de vraag of deze kiezers daarmee steun aan het beleid willen uitdrukken. Het is eerder een beloning voor de heldere en consequente opstelling van D66 en het overtuigende optreden van partijleider Alexander Pechtold. Hij weet kiezers duidelijk te maken waar zijn partij voor staat: snellere noodzakelijke hervormingen van onze economie, de wenselijkheid van investeren in onderwijs en belastingverlaging, helder pro Europa en vooroplopen als het er om gaat de doldrieste acties van Wilders aan de kaak te stellen.

Daarnaast heeft de partij van Pechtold het voordeel de successen van het meeregeren te kunnen uitventen en niet verantwoordelijk wordt gehouden voor de pijnlijke maatregelen die kiezers van het kabinetsbeleid ervaren. Binnen de fractie van de PvdA wordt daarover gemord. Maar de eigen partijtop heeft zelf de mogelijkheid afgewezen D66 in het kabinet op te nemen; een strategische fout.

Linkse stokpaardjes remmen het economisch herstel

In kringen van de PvdA wordt gezinspeeld op een aanpassing van het beleid van Rutte 2. De linkervleugel van de sociaaldemocraten wil meer naar links en wat dat betekent, weten we maar al te goed: bekende stokpaardjes als nivelleren, belastingverhogingen voor hoge inkomens en grote bedrijven worden dan van stal gehaald.Funeste maatregelen die niet alleen het herstel van onze economie afremmen, maar ook de coalitie zullen splijten.

De partijtop van de PvdA zou daar nu al duidelijk afstand van moeten nemen. Het kabinet zit er nog maar kort en VVD en PvdA hebben er beiden geen belang bij het kabinet te laten vallen.

Bovendien is het van landsbelang dat er gewoon wordt doorgeregeerd. Nieuwe verkiezingen leiden tot uitstel van noodzakelijke hervormingsmaatregelen en betekenen een klap voor onze economie. Bovendien zijn we met vijf kabinetten in tien jaar tijd nu al de risee van Europa.

Ruimte voor extra groei en extra werkgelegenheid

De regeringscoalitie heeft nog drie jaar de tijd om kiezers terug te winnen. De geschiedenis leert dat de kans daarop toeneemt als de VVD en de PvdA aan het eind van de rit bij nieuwe verkiezingen kunnen pronken met een goed draaiende economie, een laag werkloosheidscijfer, gezonde overheidsfinanciën en een eerlijke verdeling van de lusten en lasten van het gevoerde beleid.

Kijken we naar de jongste prognose van het Centraal Planbureau voor de Nederlandse economie dan heeft de coalitie als alles meezit de komende jaren financiële ruimte om naast de noodzakelijke bezuinigingen meer nadruk te leggen op extra economische groei en het sneller terugdringen van de werkloosheid.

Bij de begrotingsbesprekingen voor 2015 die binnenkort beginnen, zou daar al mee gestart moeten worden. Gegeven het feit dat Rutte 2 zich verplicht heeft binnen de 3%-tekortnorm van Brussel te zullen blijven, lijkt er een veilige ruimte te zijn van circa €2,5 miljard.

Dit bedrag zou dan moeten worden besteed aan koopkrachtverbeteringen voor burgers (belastingverlaging) en het eerder door ons voorgestelde stimuleringplan voor kleinere bedrijven in het mkb. Het mkb is de motor van onze economie en kan met een extra impuls veel meer banen creëren dan met de ineffectieve banenplannen waarmee Rutte 2 werkgelegenheid probeert te scheppen.