994259
Financieel

Economische groei, maar te weinig banen

Volgens economische berekeningen hebben we de komende decennia een economische groei nodig van gemiddeld 2%-3% per jaar om het huidige welvaartsniveau min of meer te kunnen handhaven. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat onze economie zo hard gaat draaien. De meest optimistische prognose ligt rond de 1,5%.

Groei moet naar ten minste 2%

Begin deze maand is er op initiatief van SER-voozitter Wiebe Draijer een debat gestart over een mogelijk maatregelenpakket waarmee de economische groei in ons land kan worden aangejaagd tot ten minste 2%. Dat is een uitdagende opgave, omdat het Nederlandse groeivermogen wordt geremd door de vergrijzing en een afname van de beroepsbevolking.

Kijken we naar de tot op heden gepubliceerde inbreng van de deelnemers aan dit debat dan valt op dat iedereen een structurele groei in de buurt van 2% mogelijk acht. De meest genoemde maatregelen om de groei op te peppen zijn een verlaging van de lastendruk op arbeid en een verhoging van de gemiddelde arbeidstijd, zowel door langer door te werken en later met pensioen te gaan als door meer arbeidsuren per week.

Daarnaast is het volgens de deelnemers nodig dat er veel meer nadruk wordt gelegd op innovaties, het stimuleren van het midden- en kleinbedrijf en een meer flexibele arbeidsmarkt. Ook zouden vrouwen in staat gesteld moeten worden hun huidige deeltijdbanen uit te breiden. Op zich gaat het hier om maatregelen die inderdaad zoden aan de dijk zetten, maar waarschijnlijk niet voldoende om rond de gewenste 2% groei uit te komen. Bovendien moeten een aantal van deze maatregelen, zoals een lagere lastendruk, gefinancierd worden uit de schatkist en die is momenteel leeg.

Nationaal beleid is niet effectief genoeg

Afgelopen donderdag merkte Jeroen Dijsselbloem in het Europese Parlement terecht op dat nationaal groeibeleid onvoldoende effectief is. Extra groei in de eurolanden is alleen maar mogelijk als de regeringen met een gezamenlijk groeipakket komen. Door de krachten te bundelen en gezamenlijk de Europese economie te stimuleren worden de effecten overal versterkt. Bedacht moet worden dat binnen de EU de economieën van de lidstaten sterk met elkaar verweven zijn.

Omdat de economische groei in Nederland voor een belangrijk deel wordt bepaald door onze Europese export, zal een dergelijk groeipakket met name voor ons land gunstig uitpakken. Maar omdat de Europese bureaucratie veel tijd vergt, mag de Nederlandse politiek niet afwachten, maar moet ook in eigen land aan de slag gaan. Wel zou onze premier, Mark Rutte, steun kunnen geven aan het voorstel van Angela Merkel om te komen tot een Europees internet. Gezien ook de huidige dominantie van Amerikaanse bedrijven op dit terrein, zou dit idee snel uitgewerkt moeten worden. Het betekent een geweldige impuls voor Europese bedrijven in deze sector en leidt tot een groot aantal innovatieve start ups.

Groei levert minder banen op dan vroeger

Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat het herstel van de Nederlandse economie niet kan voorkomen dat de afbraak van werkgelegenheid nog steeds voortgaat.  De groei kan het verlies aan werk niet stoppen. Vorige maand zijn er opnieuw 20.000 banen verloren gegaan. Sommige economen menen dat we in een baanloze groei te recht zijn gekomen. De praktijk laat wat anders zien. De groei schept wel banen, maar aan de andere kant is het verlies zo groot dat de werkgelegenheid per saldo daalt.

In onze vorige column wezen wij op een studie van de universiteit van Oxford met de onheilspelende boodschap dat door automatisering en robotisering binnen twintig jaar bijna de helft van de huidige banen verdwenen zal zijn: weggeautomatiseerd.  Op basis van baanbrekende technologische vernieuwingen in het verleden, bijvoorbeeld de introductie van de stoommachine, was de heersende opinie onder economen dat het banenverlies in voldoende mate gecompenseerd zal worden door nieuwe banen in andere sectoren. Inmiddels begint het er op te lijken dat deze vorm van compensatie niet opgaat voor de huidige golf aan technologische vernieuwingen.  Hoewel het nog te vroeg is om een harde conclusie te trekken, lijkt het er op dat de aard en snelheid van deze golf zodanig is dat er per saldo in snel tempo werkgelegenheid verloren gaat.

Deze dreiging vraagt om een breder debat dan over extra groei. Naast groei moet het nu vooral over werkgelegenheid gaan en als de afbraak echt doorzet dan belanden we al snel in een discussie over een eerlijke verdeling van werk en komt ook de pensioenleeftijd weer terug op de politieke agenda. Daar is niemand bij gebaat.