995673
Financieel

5% verdienen met nietsdoen

Plaats van handeling is een verjaardagspartijtje van mijn achterneef en achternicht. Hun ouders runnen al meer dan vijftien jaar een klein hotel in Brabant. Toen ze het kochten sliepen de gasten nog in houten barakken. Na jaren van verbouwen ziet alles er nu pico bello uit en logeer je in een modern hotel.

De service is hartelijk, de prijzen zijn schappelijk en de gastvrouw is van bijzondere klasse. De gastheer-tevens-kok verwent de gasten met een dagelijks wisselend driegangenmenu. De gemiddelde bezettingsgraad van boven de 80% is het bewijs dat de gasten er graag voor terugkomen.

Door keihard te werken – zeven dagen per week gedurende acht maanden per jaar – weten ze waarvoor ze het doen en elke gespaarde euro is dan ook veilig ondergebracht bij de Rabobank. Normaal zou de naam van de bank er niet toe doen, maar in dit verhaal wel.

Sparen of beleggen

De balans op de spaarrekening is door de jaren heen inmiddels aardig opgelopen. Het precieze bedrag weet ik niet, maar wel van belang is de vergoeding op de – zakelijke – spaarrekening: 1,3%. Toen ik dat cijfer hoorde, ontstond namelijk een levendige discussie.

Op mijn vraag of dat geld niet beter (voor een deel) in de certificaten van de Rabobank belegd kon worden, antwoordde de gastheer dat hij geen oog meer dicht zou doen als hij met het spaargeld zou gaan beleggen.

Ik antwoordde daarop dat ik geen oog meer dicht zou doen als ik zoveel geld bij een bank op een spaarrekening zou hebben staan.

Dat zag ik verkeerd, zo reageerde mijn neef, want als de Rabobank zou omvallen, dan zou ik als bezitter van achtergesteld schuldpapier van de Rabo alles kwijt zijn.

Waarop ik hem vertelde dat als de Rabobank omvalt hij ook zijn spaargeld kwijt zou zijn, in zijn geheel of op een ton na, afhankelijk van het feit of zijn zakelijke rekening ook onder het depositogarantiestelsel zou vallen. (In tegenstelling tot privérekeningen vallen zakelijke rekeningen alleen in bijzondere gevallen onder de regeling).

1,3% of 6,3%

En als we dan in beide gevallen toch ons geld kwijt zouden zijn, zei ik, dan kun je maar beter 6,3% rendement op een certificaat ontvangen dan 1,3% op een spaarrekening. Van de andere kant, als de Rabobank in de tussentijd niet zou omvallen – het meest waarschijnlijke scenario – dan zou mijn geld door het bekende rente-op-rente effect na elf jaar ongeveer zijn verdubbeld, terwijl zijn spaargeld bij een gelijkblijvende rente zou zijn aangegroeid tot 115% van de inleg.

Op een bedrag van bijvoorbeeld 100.000 euro is het effect van 5% extra rente na 11 jaar opgelopen tot 85.000 euro, gewoon door niks te doen. Ook al wil je niet beleggen, een verschil van 7.700 euro op jaarbasis zou je toch ten minste aan het denken moeten zetten.

Twee lessen

We kunnen uit dit verhaal twee lessen trekken. Allereerst kan het zinvol zijn om verschillende scenario’s onder de loep te nemen, mits de overige voorwaarden (vrijwel) gelijk zijn. Als de risico’s in beide gevallen nagenoeg hetzelfde zijn, dan kun je maar beter kiezen voor het plan dat het meeste oplevert.

Les twee is dat een rendementsverschil van enkele procenten op het eerste gezicht niet veel lijkt uit te maken, maar het tegendeel blijkt waar: een paar procent meer rente op de lange termijn doet wonderen met je vermogen. Vergelijk het maar met een sneeuwbal die je van een lange helling af rolt.

Ron Boer is partner bij Het Effectenhuis Commissionairs B.V., een onafhankelijke specialist in de advisering en handel in obligaties en tevens beheerder van het OK Wereld Fonds, dat in aandelen belegt en zijn vastrentende evenknie, het Wereld Rente Dividend Fonds. Cliënten van Het Effectenhuis kunnen een positie hebben in de behandelde fondsen op het moment van publicatie. Mocht u tot koop of verkoop overgaan, overleg vooraf altijd met uw adviseur/beheerder.