Financieel/Stan Huygens Journaal
998217068
Stan Huygens Journaal

Wietze Snaak geëeerd in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk

Hotelkamer 251 vernoemd naar wijnhandelaar

V.l.n.r. Johan-Jordy Noorlander, hoteleigenaresse Marian Noorlander en de emotionele Wietze Snaak.

V.l.n.r. Johan-Jordy Noorlander, hoteleigenaresse Marian Noorlander en de emotionele Wietze Snaak.

Liefst een half jaar woonde de in Groningen geboren en getogen wijnhandelaar Wietze Snaak in Grand Hotel Huis ter Duin in Noordwijk aan Zee. Hij leefde zijn leven vanuit kamer 251, een hotelkamer met zicht op de landzijde.

V.l.n.r. Johan-Jordy Noorlander, hoteleigenaresse Marian Noorlander en de emotionele Wietze Snaak.

V.l.n.r. Johan-Jordy Noorlander, hoteleigenaresse Marian Noorlander en de emotionele Wietze Snaak.

De wijnkoper, die voor het tv-programma Business Class van Harry Mens elke week met een wijnadvies kwam en landelijk nog beroemder werd door de lachbuien en het commentaar daarop van de net met Minouche de Jong getrouwde voetbalcommentator René van der Gijp van Voetbal Inside, vond na zes maanden eindelijk een eigen plekje in Noordwijk. Hij woonde in het hotel na zijn scheiding van zijn vrouw en verhuizing uit hun landelijk gelegen boerderij in Noordbroek van waaruit hij de wijnhandel Jos Beeres Wijnkoperij bestierde alsmede een bed & breakfast had.

Wietze Snaak bij zijn kamer 251.

Wietze Snaak bij zijn kamer 251.

Het afscheid van hotel, staf en de kamer liet eigenaresse Marian Noorlander niet ongemerkt voorbij gaan. Met een kleine ceremonie eerde zij Wietze Snaak door de kamer voortaan zijn naam te geven. Het ontroerde hem zichtbaar. „Ik fietste in de coronatijd maanden door de lege gangen. Het was een heel bijzondere tijd.”

Het hotel kent al diverse penthouse suites met namen van bekende Nederlanders, zoals Dick Advocaat, Rik Felderhof en Bert van Marwijk. En in dit rijtje komt dan nu Wietze Snaak. Hij kwam op Facebook met een mooie ode aan de kamer: „Je gaf mij de meest veilige plek op aarde om mij meer dan thuis te voelen. Je liet me toe met een pasje, je liet me ontbijten, lunchen , dineren, werken, denken, slapen... en uitslapen. Ook mijn tranen van verdriet en vreugde nam je zonder te oordelen in ontvangst. In tijden van corona liet je mij nog meer genieten van je unieke lokatie, mijn kamer 251. Afgelopen maand zei ik ’doei’ tegen jou, mijn te gekke kamer 251. Ik neem je mee, deel een paar van onze geheimen met verhalen en foto’s maar de meeste houden we tussen ons. Je was oprecht het mooiste tussenstation ooit en dat mag iedereen weten.”