998330
Financieel

Nederland heeft nieuwe banen nodig

Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg staan we aan de vooravond van een dramatisch verlies aan banen. Door digitalisering en nieuwe technologische ontwikkelingen worden er de komende twintig jaar vele honderdduizenden banen ‘weggeautomatiseerd’. Ons land dat nu al kampt met een hoog opgelopen werkloosheid is daarop niet voorbereid.

Er dreigt een dramatisch verlies aan banen

Volgens een recente studie van Oxford University zullen over 20 jaar bijna 50% van de huidige banen verdwenen zijn. Door nieuwe technologische ontwikkelingen worden ze ‘weggeautomatiseerd’. Daarbij gaat het om functies die worden overgekomen door internettoepassingen, door robottechnologie, door super snelle computers en door 3D-printers. Uit het onderzoek blijkt dat er vooral administratieve functies verloren, maar ook functies in de verzekeringswereld, in de retail, in de onderzoekssector, bij telemarketing en in de logistieke sector.

Zware klappen vallen er ook op het terrein van de accountancy. Slimme computerprogramma’s nemen daar veel werk over. De minst bedreigde banen vinden we in de zorgsector en de techniek. In het rapport wordt vastgesteld dat regeringen op deze ontwikkelingen niet zijn voorbereid. Op het eerste gezicht lijkt de uitkomst van deze studie dramatisch, maar we weten uit eerdere technologische revoluties dat er tegelijk ook nieuwe soorten beroepen en banen worden gecreëerd.

Het netto effect zal daardoor aanzienlijk lager liggen dan de verwachte 50%. Niettemin is het de hoogste tijd om dit vraagstuk op de politieke agenda te zetten. Nu al kampen we met het probleem van een hoog opgelopen werkloosheid en een mis match op onze arbeidsmarkt. De Britse studie maakt duidelijk dat de kans groot is dat het nog erger wordt en dat er snel nagedacht moeten worden hoe op deze ontwikkeling te reageren.

We hebben banen nodig

Voor Nederland staat vast dat er extra economische groei nodig is die tot nieuwe werkgelegenheid leidt. Afgelopen vrijdag hield SER-voorzitter Wiebe Draijer in het FD een pleidooi voor een nationale groeiagenda. Hij vindt dat er een breed maatschappelijk debat moet komen over de mogelijkheden voor toekomstige groei van de Nederlandse economie.

Er moeten volgens Draijer nu cruciale stappen worden gezet waarmee onze economie wordt versterkt, de internationale concurrentiekracht wordt vergroot en perspectief op werk wordt geboden. Op zich valt het initiatief van de SER-voorzitter toe te juichen, maar dan moet het niet uitmonden in het zoveelste rapport of akkoord over de toekomst van onze economie en welvaart. Het Oxford rapport maakt duidelijk dat alleen met een concreet pakket aan effectieve maatregelen adequaat kan worden ingespeeld op de digitale en technologische revolutie.

Omdat de export de motor van de Nederlandse economie is zal daar het zwaartepunt dienen te liggen. Met nieuwe producten en diensten moeten we onze internationale concurrentiekracht versterken. Dit betekent in de eerste plaats dat er in ons onderwijs meer dan thans rekening wordt gehouden met de wereld van morgen die gekenmerkt wordt door digitalisering en nieuwe technologieën.

Dat vraagt om het nieuwe denken, leren, werken en ondernemen, waarbij het internet en nieuwe technologieën een centrale plaats innemen. Ook het ‘aanleren’ van ondernemerschap is van groot belang.  In veel andere landen zien we meer dan in ons land start ups van jongeren die met een laptop, tablet, smartphone en website succesvol de concurrentieslag aangaan met bestaande traditionele bedrijven.

Tot de concrete maatregelen behoort ook het realiseren van een optimaal bedrijfs- en vestigingsklimaat. De huidige en toekomstige werkgelegenheid wordt in hoofdzaak gecreëerd in het MKB. Daar moet de focus liggen. De maatregelen liggen voor de hand: minder administratieve rompslomp, een lagere lastendruk op arbeid en meer mogelijkheden voor bedrijfskredieten. Daarnaast is het nodig dat bedrijven en overheden voorop gaan lopen op het terrein van nieuwe technologie. Dat onderstreept de noodzaak van meer nadruk op de maakindustrie in ons land.

Technologische ontwikkelingen

Landen en bedrijven worden steeds meer geconfronteerd met technologische ontwikkelingen. Deze zullen zowel een sterke invloed hebben op economieën als op de bedrijfsresultaten van een toenemend aantal bedrijven. Volgens internationale onderzoeken spelen nieuwe internettoepassingen daarbij een cruciale rol. Deze toepassingen staan in de kopgroep van innovaties met een sterke economische impact. Het gaat daarbij om het mobiele internet en internettoepassingen op allerlei terreinen, zoals e-business, e-government, e-health, e-education, e-towns, e-security, e-entertainment, e-energy.

Daarnaast zullen slimme robottechnologie, het zogenoemde Internet of Things, 3D-printen, nano-technologie, cloudcomputing en analysetechnologie voor big data een sterke invloed gaan uitoefenen op het beleid van politieke beleidsmakers, bedrijfsmanagers en ondernemers. Daarom moeten nieuwe technologische ontwikkelingen hoog op alle beleidsagenda's staan. Verwacht wordt dat de komende decennia de economieën van veel landen meer gaan veranderen dan de afgelopen veertig jaar. Ondernemers die pro actief op deze ontwikkelingen weten in te spelen, behoren tot de winnaars van morgen.

Wie wil weten wat ons te wachten staat kan bijvoorbeeld terecht bij de publicaties van het McKinsey Global Institute, Gartner en Daniel Burrus een bekende Amerikaanse innovatie-expert. Daarbij staat nu al vast dat een toenemend aantal bedrijven hun verdienmodel ingrijpend moeten aanpassen. Ondernemers die dat niet snel genoeg doen, lopen het risico dat hun bedrijf niet zal overleven.

Van cruciaal belang daarbij is ook dat bedrijven gebruik gaan maken van alle beschikbare interne en externe digitale informatie die van belang is voor hun omzet en winst. Internationaal onderzoek wijst uit dat veel ondernemers met een adequate analyse en de juiste toepassingen van deze Big Data hun concurrentiepositie kunnen versterken en zo hogere omzetten en winsten realiseren. Maar ook overheden, de gezondheidssector en onderwijsinstellingen kunnen daarmee voordelen behalen.

Alleen met een concrete nationale groeiagenda kan het perspectief op toekomstige werkgelegenheid worden verbeterd.