Nieuws/Gesponsord
1228776240
Gesponsord
Gesponsord door Rijksoverheid
Deze inhoud valt buiten de verantwoordelijkheid van de hoofdredactie van De Telegraaf.

Depressie: ‘Zeg niet dat het wel goedkomt’

Nina (links) bood een luisterend oor aan haar vriendin Tember.

Nina (links) bood een luisterend oor aan haar vriendin Tember.

Wat als je last hebt van een depressie, of iemand in je omgeving hebt die daaraan lijdt? Praten helpt, weten de vriendinnen Tember (32) en Nina (31) uit eigen ervaring. Hoe lastig het ook is om erover te praten en hoe uitzichtloos de situatie ook is: het gesprek aangaan, is altijd een goed idee.

Nina (links) bood een luisterend oor aan haar vriendin Tember.

Nina (links) bood een luisterend oor aan haar vriendin Tember.

Twee beste vriendinnen die besluiten om samen in een huis te gaan wonen: dat moet één groot feest worden. Bij Tember en Nina verliep dat anders. Tember trok zich vaak terug op haar eigen kamer en maakte een sombere indruk.

Nina vertelt: “Ik had wel door dat er iets aan de hand was, maar had geen idee van de ernst van de situatie. Soms vroeg ik weleens: je hebt een slecht humeur, wat is er? Maar dan wimpelde ze dat af en zei ze dat ze moe was, of een rotdag op werk had gehad.”

Gevoelens verbergen

Tember beaamt dat ze goed was in het verborgen houden van haar gevoelens. “Ik heb sinds mijn puberteit last van depressieve periodes. Lang heb ik gedacht dat het bij mijn karakter hoorde, dat ik gewoon een somber persoon was. Ik snapte mezelf niet, dus hoe zou ik dat aan een ander moeten uitleggen?”

Voor de buitenwereld zo normaal mogelijk doen: Tember werd er een ster in. “Ik voerde een showtje op. Ik ging naar mijn werk, sprak met mensen af. Niemand wist dat ik de uren daarvoor had gehuild en dat ik dat thuis opnieuw zou gaan doen. Erover praten durfde ik niet. Ik was bang dat ze me voor gek zouden verklaren, een aansteller.”

De drempel over

Dat Tember uiteindelijk toch het gesprek aanging met Nina, had twee redenen. “Ik belandde in de ergste depressie ooit. Tijdens die periodes voelde ik me altijd al verloren, machteloos en verdrietig, maar deze keer ging het licht uit. Ik had suïcidale gedachtes en begreep dat als ik geen hulp zou zoeken, dit het einde zou zijn.”

Daarnaast hielp de houding van Nina Tember over de drempel heen om over haar depressie te praten. “Op een avond heb ik al mijn moed verzameld en het Nina verteld. Van tevoren was ik bang dat ze me niet zo begrijpen. Maar omdat ze zo rustig bleef, kreeg ik het vertrouwen dat het oké was om dingen te delen. Vanaf dat moment begon ik dat vaker te doen. Er viel een last mijn schouders.”

Oogje in het zeil

Nina herinnert zich het moment dat Tember haar in vertrouwen nam. “Ik schrok ervan, vooral van het feit dat ze er al zo lang mee rondliep. En dat ze het zo goed verborgen had weten te houden, terwijl het zo ernstig was. Ergens voelde ik me opgelucht dat ze het in ieder geval vertelde, want een gesprek is toch een eerste stap om er iets aan te doen.

Tember: “Gelukkig reageerde Nina heel rustig en nam ze me serieus. Het ergst wat je op zo’n moment kan doen, is zeggen: het komt wel goed. Het kómt niet zomaar goed. Ik had hulp nodig.”

Ruimte om te vertellen

Nina gaf Tember de ruimte om beetje bij beetje dingen te vertellen. “Ik wilde haar dat vertrouwen geven, in plaats van steeds vragen op haar af te vuren als ze terugkwam van therapie of aan nieuwe medicijnen begon. Maar ik worstelde daar wel mee. Vaak vroeg ik me af of ik het wel goed deed, of ze iets aan me had. Ook maakte ik me zorgen: ik was bang haar te verliezen. Wat moest ik dan, zonder haar?”

Die gevoelens uitte Nina niet. “Ik wist dat ze daar niets aan zou hebben. En ik was tegelijkertijd hoopvol dat ze er doorheen zou komen. Dus ik was vastberaden er voor haar te zijn. Mijn eigen zorgen bespreken, zou haar niet verder helpen.”

Tember: “Nina voelde mij heel goed aan. Haar relaxte en toegankelijke houding maakte dat ik steeds meer durfde te delen. Juist omdat het er niet altijd over hoefde te gaan. De zeldzame momenten dat ik me goed genoeg voelde om in de woonkamer te zijn, hielden we het luchtig. Maar ik wist dat Nina een oogje in het zeil hield. Dat gaf me heel veel steun.”

Onzichtbare pijn

In ons land krijgt bijna 1 op de 2 Nederlanders op enig punt in het leven te maken met een psychische aandoening. Klachten nemen in deze tijd van onzekerheid vaak toe. Erover praten helpt altijd, maar het kan voor omstanders lastig zijn het gesprek aan te knopen.

Ook Nina vond dit soms lastig. “Elke situatie is anders, elke depressie is anders. Maar je wil niet op een landmijn stappen. De ander ruimte en vertrouwen geven, zich veilig laten voelen, is het eigenlijk enige dat je kunt doen. Ik probeerde zo goed mogelijk aan te voelen waar Tembers behoefte lag.”

Nina probeerde vooral Tembers schuldgevoel over haar depressie weg te nemen. Tember: “Ik was lichamelijk gezond, maar was tot niks in staat omdat het mentaal niet goed zat. Mijn pijn was onzichtbaar. Daar schaamde ik me voor. Nina oordeelde niet, maar liet me in mijn waarde.”

Praten helpt altijd

Tember: “Wat je kunt doen voor iemand die aan een depressie lijdt, is: er zijn. Dat is het meest liefdevolle dat je kunt doen. Laat merken dat je wil luisteren en voel je niet afgewezen als diegene nog niet klaar is om te praten. Pak een stofzuiger of vul de koelkast als iemand niet in staat is zijn bed uit te komen, pak iemands hand vast, verdwijn niet uit het zicht. En heb geduld.”

Nina vult aan dat er altijd mensen te vinden zijn die naar je willen luisteren als je mentale klachten hebt. “Voel je niet afgewezen als iemand je niet begrijpt, maar ga door naar de volgende. Er zijn heel veel mensen die wél willen luisteren en je kunnen helpen.”

“Praten helpt écht,” vervolgt Tember. “Al die tijd dat ik er niet over praatte, zat ik vast in mijn hoofd. Als je depressief bent, zijn dat heel irrationele gedachtes. Nu ik erover praat, merk ik dat ik er steeds beter mee om kan gaan. Het gaat nu al lange tijd goed met me, langer en beter dan ooit. Dus praat erover, want het ligt niet aan jou. Nooit. Maak van je hart geen moordkuil.”

Dit verhaal is gemaakt in samenwerking met de Rijksoverheid en is onderdeel van de campagne Hey, het is oké, die als doel heeft de drempel te verlagen om te praten over psychische problemen.

Denk jij aan zelfmoord? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-113 (gratis) of de chat.