Nieuws/Lifestyle
1130951714
Lifestyle

Margje (81) fietst nog wekelijks tientallen kilometers: ’Leeftijd is maar een getal’

Tot voor kort tikte de 81-jarige Margje Oosterdijk, ook bekend als het ’fietsvrouwtje uit Wolvega’, drie à vier keer per week ritten van zo’n 60 tot 80 kilometer aan, met een bewonderingswaardige snelheid van zo’n 27 kilometer per uur. Nu de herfst zich aandient, laat zij het van het weer afhangen. Maar fietsen zal ze!

Zestig was Margje toen ze haar eerste rit maakte. „Mijn man was wielrenner en ik dacht alleen: die is gek, wat is daar de lol van?” vertelt ze in onvervalst Weststellingwerfs. „Ik hield niet van fietsen, vond er niks aan. Hij kwam ten val en tijdens het herstel van zijn bekkenbreuk kon hij alleen maar zeggen hoe hij hoopte dat hij ooit weer kon fietsen.”

Ergens maakte haar dat zo nieuwsgierig dat ze op de racefiets van haar wielrennende zoon stapte. „Ik had geen idee hoe ik uiteindelijk weer van dat ding af kon komen. Om te remmen, ben ik heel voorzichtig tegen de muur aan gefietst, afgestapt en besloot: mooi niet.”

Mooiste tocht

Mooi wél, want daar gaat ze nu, de straat uit, richting groen. Inclusief blitse, gele bril met versterking die haar zorgvuldig opgemaakte ogen beschermt. „Ik maak me altijd mooi als ik ga fietsen. Dat snappen mensen niet, maar ik doe gewoon wat ik zelf wil.”

Die instelling maakt dat Margje al de nodige mooie tochten op haar naam heeft staan. Eenmaal thuis haalt ze de fotoboeken en VHS-videobanden erbij. Vijf keer de Dam tot Dam-rit, tien keer de Gerrie Knetemann-tocht en drie jaar achter elkaar bedwong ze de bergen in Oostenrijk.

De mooiste tocht was de beroemde Alpe d’Huez in 2000. „Ik was nog nooit in het buitenland geweest en had nog nooit in de bergen gefietst. Opeens hoorde ik iemand ’Zet hem op, ma!’ roepen. Stonden mijn zoon en schoondochter me als verrassing aan te moedigen. Kippenvel.”

Leeftijd is maar een getal

Natuurlijk is het ook weleens mis gegaan, zoals toen tussen de meren van Zwartsluis en Giethoorn door een kitesurftouw werd gelanceerd en met een gebroken sleutelbeen en gekneusde ribben in een ambulance werd afgevoerd.

Al snel zat ze weer op het zadel. „Ik moet uitdaging hebben en ben geen opgever. Toen ik 60 was, hoopte ik dat ik op mijn 70e nog zou wielrennen. Toen ik 70 was, hoopte ik dat op mijn 80e nog te kunnen. Nu ben ik 81 en hoop ik dat ik op mijn 82e nog fiets.”

„Mensen snappen niet dat ik het nog doe. Nou en? Leeftijd is maar een getal. Het heeft me zoveel gebracht: vrijheid, plezier, nieuwe mensen, nieuwe landen. Ik blijf het tot het eind aan toe doen. Laten ze mij uiteindelijk maar naast m’n fiets vinden. Als ik even down ben, pak ik de fiets en na vijf minuten voel ik me een heel ander mens. De wind voelen geeft me een geluksgevoel.”