Nieuws/Lifestyle
1202114
Lifestyle

Vervolg op Waarom reiskostenvergoeding

Daarom reiskostenvergoeding?

De huidige belastingregels maken het voor werkgevers mogelijk een deel van het loon onbelast aan een werknemer uit te betalen, namelijk een vergoeding ter compensatie van de gemaakte reiskosten. Het afschaffen van de onbelaste reiskostenvergoeding in het woon-werkverkeer betekent dat de reiskosten meer voor rekening komen van de werknemers of dat werkgevers met een hogere bijdrage de werknemers tegemoet moeten komen.

De afschaffing van de onbelaste reiskostenvergoeding heeft twee doelen. In de eerste plaats is het voor de overheid een manier om extra inkomsten te verkrijgen (ruim een miljard euro). Daarnaast is het de bedoeling door de kosten te verhogen, het toenemende woon-werkverkeer terug te dringen. Over het begrotingsdoel kan men van mening verschillen, door bijvoorbeeld elders (meer) te bezuinigen of door op een ander terrein meer belasting te heffen. Het debat dat na het voorjaarsakkoord ontstond, ging vooral over de vraag of de afschaffing moet doorgaan of dat deze moet worden afgezwakt. Het andere doel, vermindering van het woon-werkverkeer, werd nauwelijks door politici op wenselijkheid en/of haalbaarheid bekritiseerd. De politiek draagt echter (net als werknemers en werkgevers) zelf ook verantwoordelijkheid voor de groei van het woon-werkverkeer.

Het toegenomen woon-werkverkeer is niet alleen het resultaat van geboden reiskostenvergoedingen, maar ook van andere factoren. De overheid stimuleerde bijvoorbeeld het woon-werkverkeer door de keuzes die ze maakte in de ruimtelijke ordening. Na de Tweede Wereldoorlog werden nieuwe woonkernen zelden bij spoorstations aangelegd, meestal hadden ze een (korte) verbinding met een snelweg. Achtereenvolgende kabinetten streefden naar een hoger bezit van eigen woningen, waardoor nu velen wellicht gemakkelijker van baan dan van huis kunnen wisselen. Dat de woningmarkt vast zou lopen was te voorzien. Daarnaast streefden de overheid en werkgevers naar grote arbeidsparticipatie van beide partners, waardoor nu de mogelijkheden van tweeverdieners om flexibel op grotere afstand van woning te veranderen geringer zijn dan in het geval er sprake is van een eenverdiener. Het streven van de overheid naar efficiëntie en lagere kosten stimuleerde de schaalvergroting in bijvoorbeeld de (semi)publieke sectoren. Het beleid leidde onder meer tot fusies, verplaatsingen en concentratie van activiteiten. Kabinetten streefden en streven naar een flexibele arbeidsmarkt, een beleid dat eveneens invloed heeft op het woon-werkverkeer.

Door de toegenomen welvaart en relatieve daling van autokosten, nam het autobezit sterk toe en groeide ook het bezit van twee of meer auto’s. Meer autobezit leidt tot meer autogebruik. Toenemend gebruik van de wagen leidt tot aanpassing en dat tot afhankelijkheid van de auto. De afhankelijkheid wordt amper doorbroken door alleen de onbelaste reiskostenvergoeding af te schaffen. Dat zorgt slechts voor hogere kosten voor de werknemer en/of de werkgever. Aan onderliggende factoren die de afhankelijkheid creëren of in standhouden verandert er niet veel. Omdat naar de toekomst een oplopende olieprijs te verwachten is, zullen de reiskosten verder toenemen. De oplopende olieprijs maakt onze economie kwetsbaar, waardoor het van belang is de afhankelijkheid van de auto te verkleinen. Dat vraagt om de ontwikkeling van een bredere visie op de (auto)mobiliteit van de politiek, van de werkgevers en van de werknemers.