Nieuws/Lifestyle
1317574
Lifestyle

FC de Aftakeling

Deel 2: Doodgaan kan altijd nog

Weekeinde… Tijd voor honderduizenden Nederlanders om weer de voetbalvelden op te zoeken. Onder hen steeds meer oudere mannen. Zij houden, als veteranen met krakende knieën en zere ruggen, zichzelf overeind en vaak ook (als bestuursleden tegen wil en dank) hun club. Belegen belevenissen, verpakt in een op het boek FC De Aftakeling geënte serie.

Het veteranenelftal bestaat uit voetballers van wie de jongste 45 jaar is. Vorig seizoen werden de heren afgetekend kampioen. Binnen de club  verdenken velen de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond ervan de tegenstanders te hebben geronseld in een bejaardentehuis voor oorlogsslachtoffers. Inmiddels is het vertrouwde beeld hersteld: meestal verlies, soms een gelijkspelletje, heel soms een overwinning. Wekelijks voetballen tegen gemiddeld evenoude rivalen, allemaal al voor het eerste fluitsignaal verslagen door de vergankelijkheid, allemaal geplaagd door pijntjes.

‘Het lijkt hier verdomme wel de wachtkamer van Medisch Centrum West’, zei de leider in de kleedkamer, na een wedstrijd die weer veel te lang had geduurd. De voorstopper drukte een ijszak tegen zijn gekneusde bovenbeen, naast hem was de laatste man druk bezig om een gezwollen enkel in te zwachtelen. De rechtsbuiten deed z’n brace af, de keeper wreef Spiroflor op z’n verdraaide rug en dan was er ook nog de oude back van 75, uitgeput leunend tegen de wc-deur, overeind gehouden door twee joekels van knielappen.

Hun vrouwen reageren al lang niet meer als ze strompelend thuiskomen. Ze hebben het geprobeerd. De mannen voor gek verklaard. Hun kerels uitgelachen en uitgefoeterd in de hoop dat ze eindelijk zouden stoppen met dat voetbal. Toen ze zagen dat het zinloos was, volgde een onheilspellend zwijgen. Blessures raken hun niet meer. Heel af en toe komen ze kijken. Als het een beetje lekker weer is, zoals vandaag. Toeschouwers vol leedvermaak. De veteranen weten het. De tijd dat vrouwenhormonen werden geprikkeld door hun rennende blote benen, bezwete hoofden en strakke billen is dood en begraven. Wat rest zijn smalende geluiden na een zoveelste mislukte actie en schoolmeisjesachtig gegiechel wanneer de rechtshalf z’n te zware lijf net niet hoog genoeg van de grond krijgt om met z’n hoofd de bal te kunnen raken. Als er een kil windje over het gras waait, zijn ze weg. Naar de kantine, waar de wijnfles wacht.

‘Waarom houden jullie er niet gewoon mee op?’ vraagt een dertiger van het vierde na het laatste fluitsignaal aan de spits van de veteranen. De oude aanvaller snuift geïrriteerd. Stoppen met voetballen is voor veteranen een beetje sterven. En doodgaan kan altijd nog.

Lees ook:

Deel 1: klussen voor de club