Nieuws/Lifestyle
1319229
Lifestyle

FC De Aftakeling

Deel 1: Klussen voor de club

Weekend! Tijd voor honderduizenden Nederlanders om weer de voetbalvelden op te zoeken. Onder hen steeds meer oudere mannen. Zij houden, als veteranen met krakende knieën en zere ruggen, zichzelf overeind en vaak ook (als bestuursleden tegen wil en dank) hun club. Belegen belevenissen, verpakt in een op het boek FC De Aftakeling geënte serie. Vandaag deel 1: het dak lekt.

Ze zitten op het dak van de kantine. De ondergaande zon trekt een oranje waas achter de bomen die het sportpark begrenzen. De spits, de spelbepalende middenvelder en de verdediger, eigenlijk zouden ze nu moeten trainen, maar het dak lekt en dus roept de plicht.

‘Je vergeet je voetbaltas’, zei de vrouw van de spelbepalende middenvelder toen ze hem met lege handen weg zag gaan.

‘Die heb ik niet nodig’, antwoordde hij.

‘Hoezo niet nodig, je gaat toch naar de club?’

‘Ja, maar niet om te trainen. Het clubgebouw heeft lekkage, moeten we snel wat aan doen.’

‘Wie is wij?’

‘Ons elftal. De veteranen.’

Haar ogen schoten vuur. ‘Wel godallemachtig, ik vraag al weken of je hier in huis eindelijk wat wilt doen. Deurknoppen hangen los, er moet nog een schilderij worden opgehangen. En jij maar roepen dat je geen tijd hebt. Maar wel voor die kloteclub van je aan het werk gaan.’

En nu zit hij op dat dak.

‘Gezeik thuis, omdat ik hier meer doe dan daar’, mompelt hij.

‘Jij ook al’, zucht de verdediger.

Op het trainingsveld spelen de jongens van het vijfde een partijtje.

‘Waarom zitten díe gasten niet op het dak?’, vraagt de spelbepalende middenvelder.

‘Ze zeggen dat ze geen tijd hebben’, reageert de spits.

‘Dus moeten wij oudjes het maar weer doen’, moppert de belegen verdediger.

Ze zien het elk jaar minder worden, met hun clubje, maar ze blijven vechten tegen de onvermijdelijke aftakeling. Met de herinnering aan vervlogen mooie tijden als brandstof in hun steeds vaker haperende motor. De spits pakt z’n hamer, de spelbepalende middenvelder een dakpan van teer. In de verte horen ze spelers van het vijfde juichen. De ploeg met de gele hesjes heeft geschoord.

‘Wij gaan het anders doen!’, zegt de verdediger, verbeten trek om z’n mond. Heeft hij er echt genoeg van? Gaat hij eindelijk roepen dat anderen in de club nu maar eens de rotklusjes moeten opknappen?

‘Jij en ik’, zegt hij tegen de spelbepalende middenvelder. ‘Wij nemen de volgende keer als we weer aan het dak gaan werken onze voetbaltassen mee. Zeggen we thuis dat we gaan trainen. Zijn we in elk geval van het gezeik van die vrouwen af.’