Nieuws/Lifestyle
1336606
Lifestyle

En route

Feestend ten onder

Na meer dan honderd jaar auto’s maken in Australië stopt Holden met de productie. We reden een ereronde met de auto die eind dit jaar als laatste van de band rolt.

Een dag voordat ik de Holden ophaal, besef ik de omvang van de ramp pas. In een ontbijttentje in Moorrabin lees ik in de Herald Sun dat de exodus van de autofabrikanten uit Australië, als je toeleveranciers en andere gerelateerde business meerekent, op termijn wel 40.000 banen gaat kosten.

Toyota, Ford en Holden trekken eind dit jaar allemaal de stekker uit de productie op Australische bodem. Ze zullen zich voortaan slechts tot import beperken. Oorzaken zijn een sterke Australische dollar, hoge arbeidslonen en sterke vakbonden.

Dat de gemiddelde Australiër al jaren voor Japanse auto’s kiest, hielp ook niet mee. Al veertien jaar is Toyota leider in een markt die 1,2 miljoen auto’s groot is, waarvan overigens 56 procent bedrijfsauto’s. Mazda stond in 2016 op plaats twee, gevolgd door Hyundai. Holden en Ford pakken plaats vier met respectievelijk dik 94.000 en 81.000 units. De in Australië geproduceerde auto sterft dus uit en wel dit jaar. Moeten we daar rouwig om zijn? Want wat maakt zo’n Holden bijzonder of is het niet meer dan een GM-product? Volgens de verhalen moet dit echt Australisch automobiel-wildlife zijn.

De Commodore is rood als rauw vlees, maar eigenlijk zou hij Gauloiseblauw moeten zijn. Want volgens de geldende uitstootnormen is het een zware roker, een kettingroker zelfs, want deze power-sedan met zijn 6,2 liter LS3 V8 Corvette-motor heeft een CO2-uitstoot van 293 g/km.

Officieel staat deze milieubarbaar te boek als Holden Commodore VFII SS-V Redline. De laatste in zijn soort, die van de old school power-sedans. Exact zo’n auto zal eind dit jaar als allerlaatste van de band rollen in Victoria.

Een druk op de startknop maakt een beer van V8 met 410 pk en 570 Newtonmeters trekkracht wakker. Die schraapt zijn uitlaatpijp even, komt diep, donker grommend tot leven en murmelt dan door vier flinke uitlaatmonden sonoor en laag voort. Wanneer ik de eerste versnelling van de handbak (!) inleg, voelt dat niet als een hefboom waarmee je een wissel omzet. De koppeling is stevig, maar ook precies te doseren.

Dik 400 paarden kun je heel beheerst mennen en bijna schuifelend van hun plek laten komen. De grote sedan voelt minder XXXL en zwaar aan dan je verwacht.

De dik 4,92 meter lange en 1741 kg wegende Commodore is een flinke knaap, maar niet meer dan dat.

Je zit behoorlijk laag in een cabine, waaraan je ziet dat het geen Europeaan is. Design, multimedia en materialen zijn van een vorige generatie, terwijl er wel weer alle mogelijke rijassistenten aan boord zijn. Het doet aan een grote Opel van wat jaren geleden denken.

De SS Redline laat zich mak als een leasebak het drukke Melbourne uitsturen. Verrassend voor een sportsedan met zo’n zware aandrijflijn. Want als je echt een keer gas hebt gegeven, heb je ontzag voor deze machine en weet je dat je feitelijk in een vierdeurs Corvette op pad bent. Die gorgelende V8 klinkt altijd lekker en afhankelijk van je stemming kun je met een Bimodal-knop een klep in de einddempers openen en zo het volume opschroeven. Dan is het een echt feestnummer, met knetterend vuurwerk bij gas los en dikke vette decibellen als je het gaspedaal echt vloert.

De Commodore voelt snel en voldoende handelbaar aan, zeker omdat je ook totaal in control bent met die handbak, de perfect te doseren koppeling en dat goedwerkende sper. Driften met dit beest is een eitje, met het rijke koppel kun je de tractie zo verbreken en verbroken houden. Burn-outs staan ook op zijn repertoire en ook dat is geen handvol; het rubber trekt twee mooie, bijna rechte vette strepen.

Een sprint van 0-100 in 4,5 seconden en topsnelheid van 250 km/h maken er een vierdeurs supercar van. Wil je nog sneller dan een SS-V Redline, dan moet je aankloppen bij HSV, oftewel Holden Special Vehicles. HSV gaat nog verder qua performance. Momenteel kun je daar op basis van de Commodore-serie een GTSR met 590 pk en 740 Nm halen.

Wil je de absolute top, dan is er ook de GTSR W-1 die 645 pk en 815 Nm uit zijn Supercharged LS9 V8 pompt. Deze rasechte supercar heeft maar 4,2 seconden nodig voor de standaardsprint en loopt met zijn handmatige zesbak pas bij 293 km/h zijn toerenbegrenzer in.

Deze feestversie staat bij het artikel in de Herald Sun: ’De duurste Holden Commodore aller tijden is uitverkocht nog voordat hij was onthuld, ondanks zijn extreme prijskaartje van $ 170.000’, stelt de krant. Holden gaat met deze All Australian supercar in stijl ten onder.