Lifestyle/Geschiedenis
136867274
Geschiedenis

Mariniers sloegen oproer werklozen bloedig neer

Hoe in 1934 de volksoproer in de Jordaan ontstond

Zeven doden en meer dan 100 gewonden vielen 85 jaar geleden bij een volksopstand in de Amsterdamse Jordaan. Nu wonen er welgestelde burgers maar toen was het een stinkende arbeiderswijk zonder elektriciteit en verlichting waar velen werkloos waren.

„De hele Jordaan was in handen van verzetplegers’, schreef het Haagse dagblad Het Vaderland. De vernielingen waren volgens de liberale krant ’vreselijke kenmerken van een volslagen volksoproer’.

De ongeregeldheden begonnen begin juli 1934 nadat het Werklozen Agitatie Comité, gelieerd aan de communistische partij CPH, in De Harmonie aan de Rozengracht een protestvergadering had belegd tegen de door het kabinet-Colijn afgekondigde verlaging van de werklozenuitkering. De deelnemers trokken na de bijeenkomst de nabijgelegen Jordaan in en raakten slaags met de politie. Politiemotoren met zijspan scheurden door de smalle straten, terwijl vanuit ramen en vanaf daken met dakpannen en stenen werd gegooid. Barricaden werden opgeworpen en straten opengebroken.

Op de Lindengracht viel de eerste dode: de 26-jarige militante socialist Jan Geressen. In de Laurierstraat werd een marechaussee zwaar gewond doordat hij een naar beneden geworpen fornuis op zijn hoofd kreeg. Nadat de bruggen om de Jordaan werden opgehaald en een paar in brand gestoken, trok de politie zich terug en bleef het nog de hele week onrustig.

Na een week besloot burgemeester Willem de Vlugt in Den Haag hulp te vragen en rukten politietroepen, mariniers alsmede de Grenadiers en Jagers met pantserwagens de opstandige buurt in en herstelden met harde hand de orde.

Opmerkelijk was dat premier Hendrik Colijn, die samen met de minister van Defensie naar Amsterdam was gekomen, de burgemeester op zijn kop gaf omdat er bij het neerslaan van de opstand zo weinig geweld was gebruikt. De minister-president was dan ook een keiharde oud-militair die in 1894 als officier op het opstandige Indonesische eiland Lombok zonder pardon vrouwen en kinderen had laten executeren.

De publieke opinie steunde over het algemeen het harde optreden van de overheid. Ook de socialistische partij SDAP en de vakbond NVV veroordeelden ’deze wilde strijd op geïmproviseerde barricaden’. Alleen sommige communistische gelederen juichten de gewelddadigheden toe. Zoals het communistische weekblad De Tribune, dat hoopte dat de oproer zou leiden tot massale demonstraties ’die een machtig eenheidsfront van werkloze en werkende arbeiders’ zouden vormen. Deze teksten deed premier Colijn op Kamervragen antwoorden: „Intussen is wel aannemelijk dat de opruiende taal in de artikelen van het dagblad De Tribune het ontstaan van onlusten bevordert.”

Ook in andere steden kwam het tot ongeregeldheden, zoals in Rotterdam, waar een dode viel.

De eersten van de ruim honderd opgepakte Jordaanrelschoppers werden al op 11 juli tot zes maanden cel veroordeeld. In de maanden daarna volgenden tientallen anderen.

De gemeente ging na het oproer snel investeren in de buurt. Zo werden de straten netjes geasfalteerd. Fijn voor de bewoners maar vooral voor de politie want nu konden die bij nieuwe rellen niet meer worden opengebroken.