Lifestyle/Natuur
1418866988
Natuur

Column

Freek Vonk ontdekt bijzondere vogels op de Galapagoseilanden

Bioloog prof. Dr. Freek Vonk schrijft elke twee weken een column op VRIJ. Vandaag vertelt hij hoe hij een groep bijzondere vogels ontdekt op de Galapagoseilanden.

Een prachtige, zonnige namiddag op de Galapagoseilanden. We zijn net klaar met zeeleguanen te filmen op het eiland Isabela wanneer ik een groepje bijzondere vogels op de lavarotsen ontdek. Toegegeven: zo’n beetje elke diersoort op deze afgelegen vulkanische eilandengroep is bijzonder, maar Galapagos-aalscholvers zijn de grootste van alle 29 soorten aalscholvers. Ze hebben het vermogen om te vliegen verloren.

De grote vogels hebben blijkbaar net een duik in zee gemaakt. Net als je gewone aalscholvers op takken en lantaarnpalen in Nederland ziet doen, drogen Galapagos-aalscholvers hun verenpak door zich met hun vleugels uitgespreid naar de zon te keren. Dit drooggedrag ziet er bij deze jongens alleen minder majestueus uit, want zij hebben slechts vleugelstompjes.

Hun verenpak is dik en haarachtig en doet aan dat van pinguïns denken. Tussen dit dichte verenkleed blijft lucht zitten wat goed isoleert in het koude water rond het eiland. Drogen zou een overblijfsel uit de tijd van hun voorouders kunnen zijn. Het geeft mij in ieder geval de gelegenheid de vogels goed te bekijken. Ze hebben staalblauwe ogen, een massieve kop met grote dolksnavel en zwemvliezen tussen hun tenen.

Galapagos-aalscholvers mogen op het land komisch onhandig lijken, in het water verandert dat. Ze jagen behendig achter vis – vooral paling – en octopus aan en gebruiken hun poten als aandrijving. Hun nek is heel beweeglijk zodat ze overal tussen de rotsen kunnen peuren naar prooien. Ze zoeken overdag voedsel om aan de hitte te ontsnappen en keren ’s avonds terug om bij elkaar op de rotsen te roesten.

Vliegen zou een onnodige kostenpost zijn, want het slurpt energie! Ze hoeven nergens voor te vluchten, want ze hebben geen natuurlijke vijanden. Het eten ligt voor het oprapen omdat er koud, voedselrijk water vlak voor de eilanden opwelt.

Met de komst van mensen naar de Galapagoseilanden kwamen helaas honden, katten en ratten mee die broedende aalscholvers aanvallen. Aalscholvers raken ook verstrikt in visnetten voor de kust. Natuurlijke rampen als El Niño vormen eveneens een bedreiging. Het normaal koele zeewater wordt hier dan een aantal jaar warm; de vissen blijven weg.

Een zware El Niño in 1983 zorgde er voor dat de helft van de populatie Galapagos-aalscholvers stierf. Hun wereldpopulatie beslaat slechts twee Galapagoseilanden! Tegenwoordig gaat het wat beter met deze bijzondere zeeschuimers; er zijn circa duizend broedparen.

Het clubje op de rotsen maakt zich met volle buiken klaar voor de avond en ik wandel terug over het strand.