Lifestyle/Natuur
142137414
Natuur

Freek Vonk zwemt in Canada met zeeleeuwen: ’Geweldige ervaring’

Bioloog Prof. dr. Freek Vonk schrijft elke twee weken een column op VRIJ. Vandaag vertelt hij over een ontmoeting met een groep zeeleeuwen in het ijskoude water van de Grote Oceaan.

Vanuit een klein watervliegtuig is het uitzicht richting het Canadese Vancouver Island adembenemend: groen gematigd regenwoud wisselt zich af met kristalblauwe meren, witte gletsjers en gitzwarte fjorden waarin het koude water van de noordelijke Grote Oceaan barst van het leven.

Ik ben natuurlijk niet te beroerd om in een van die fjorden te duiken om dat leven te bekijken. Zeker nadat ik eerder een grote kolonie Stellerzeeleeuwen op een rotspartij aan de kust heb gezien. Een overweldigend tafereel, vooral voor mijn neus en oren. Het waren zeker een paar honderd zeeleeuwen, hutjemutje rustend en ruziënd op de rotsen.

De mannetjes waren veruit in de minderheid, en met reden. Eén dominante zeeleeuwman kan een harem van maar liefst dertig vrouwtjes om zich heen verzamelen. De grootste mannen zijn echte krachtpatsers, met een dikke nek en kop en grote manen. Bij deze jongens is het makkelijk te zien hoe ze aan de naam ’zeeleeuw’ zijn gekomen.

Op de plek waar we vandaag naartoe zijn gevaren, zijn nog geen zeeleeuwen te zien. Toch trek ik een dik pak aan en spring het water in. Dit wordt geen lange duik; het is ontzettend koud. Stellerzeeleeuwen hebben daar geen last van. Ze hebben niet alleen een dikke laag onderhuidse blubber, maar ook een dichte vacht: dubbeldik isolatiemateriaal.

Nadat ik allerlei kleine dieren heb bekeken, doemt er vanuit het diepe blauw ineens een grote hondenkop op. Ja, een zeeleeuw! En nog een. Een hele groep verzamelt zich nieuwsgierig rond me heen en ze scheuren rakelings langs mij en cameraman Ivo heen. De onderwatercamera vinden ze ook machtig interessant.

Het zijn natuurlijk zeeroofdieren die wel drie meter lang kunnen worden en een ton zwaar kunnen zijn, maar ik voel me geen moment ongemakkelijk. Geen onverwachte bewegingen maken en kalm blijven. Stellerzeeleeuwen jagen vooral ’s nachts op snelle roofvissen als kabeljauw, zalm en makreel. Soms pakken ze zelfs een zeehond. Ze kunnen tot bijna 300 meter diep duiken en honderden kilometers afleggen in hun zoektocht naar voedsel.

Bovendien kunnen ze dertig kilometer per uur aantikken. Toch zijn Stellerzeeleeuwen niet snel genoeg voor hun natuurlijke vijanden: orka’s. Maar zij hebben een voordeel op deze grote dolfijnen: dit zijn onwijs wendbare gasten. Ik zie een orka niet zulke schijnbewegingen maken. Dat is ook precies de reden dat orka’s vaak kiezen voor de onervaren, jonge zeeleeuwtjes die net leren zwemmen. Een volwassen Stellerzeeleeuw kent alle trucjes om ze te slim af te zijn.

Wat een geweldige ervaring om even onderdeel van deze vriendelijke lokale bewoners te zijn. Maar de kou trekt nu dwars door mijn duikpak. Tijd voor een warme douche op de boot!