Lifestyle/Natuur
1477576084
Natuur

Dit zijn de ’Big Five’ van Amsterdam (en wij gingen naar ze op zoek)

Nu we voorlopig geen verre safari’s kunnen maken om wilde dieren te spotten, zoeken we het dichter bij huis. Wist u dat elke stad haar eigen ’Big Five’ heeft? Samen met stadsecoloog Fred Haaijen gingen we op zoek naar de grote vijf van Amsterdam.

’Jaja, kijk, daar vliegt-ie!” roept Fred Haaijen en wijst in de verte. Haaijen is als stadsecoloog verbonden aan de gemeente Amsterdam en we zijn in het oudste bos van de stad – het Vliegenbos – op zoek naar de Big Five: de top vijf van bijzondere wilde dieren.

Hem aankijkend krijg ik het gevoel dat hij me voor de gek houdt. Ik zie namelijk helemaal niks vliegen. „We gaan hem zoeken”, zegt Haaijen. „Als ik een ijsvogel was, zou ik het liefst daar in het rustige gedeelte op die schuine takken gaan zitten, vlak boven het water zodat ik elke vis voorbij zie komen, want daar jaagt-ie op.” Hij pakt z’n verrekijker: „Jaaaa, daar zit-ie, met z’n felblauwe en oranje kleuren!”

Ik geloof er werkelijk niks van maar kijk toch maar even door mijn kijker. Verdomd! Daar zit gewoon de mooiste vogel van Nederland, op nog geen 20 meter van me vandaan. Die kunnen we afvinken! Op naar de andere vier.

„Verderop woont een bosuil”, weet de ecoloog alsof hij een oude bekende gaat bezoeken. „Er stond daar een boom die gevaarlijk zwak was en eigenlijk weg moest. Hij zou zo kunnen omvallen. Maar door de boomtop eraf te halen, bleef er een veilig stuk staan waar al heel snel allerlei dieren dankbaar gebruik van maken, want dood hout leeft! Zo ging er binnen een week een bosuil wonen.”

Check!

Haaijens verrekijker wijst schuin omhoog. „Hij is thuis”, fluistert hij. Ik denk er het mijne van en kijk voor de vorm toch maar mee. Als ik in de grote uilenogen kijk, weet ik het zeker: Deze man weet ze te vinden. Nummer 2 van de grote vijf: check!

„Als je je ook maar een beetje in de dieren verdiept, zijn ze veel makkelijker te vinden’, zegt de stadsecoloog. „Want als je weet waarvan ze houden, weet je ook waar je moet zoeken.”

We verlaten het Vliegenbos en fietsen richting Schellingwoude over de dijk. Haaijen wijst naar een paar struiken aan de rand van een weiland en vertelt dat daar in het voorjaar een moeder vos leefde en spelend met haar twee welpen door het weiland rolde. Helaas gaan we in de winter dit lid van de big 5 niet zien.

Eieren

Dat geldt ook voor de volgende kandidaat. Aan de oever van het buiten-IJ liggen broeihopen van takkenbossen en maaisel. „Speciaal neergelegd zodat de ringslangen er hun eieren in kunnen leggen”, vertelt Haaijen. „In de eerste werden tien jaar geleden vijftig eieren gelegd, nu zijn dat er in totaal in alle hopen zo’n 2200!” Jammer dat ook de ringslang zich vandaag niet laat zien, maar ook dat is natuur. Reden te meer om nog eens terug te komen.

Verderop hebben we meer geluk. Laag boven het riet cirkelt met sierlijke slagen de bruine kiekendief, op zoek naar een prooi. Natuurlijk weet onze gids ook nu waar hij moet zoeken. „De bruine kiekendief houdt van drassig moerasland met veel riet. Zo heeft elk dier een voorkeur voor een bepaald gebied. Als je die eenmaal kent, wordt zoeken een stuk gemakkelijker!”

Voor fauna hoef je dus niet altijd ver te reizen. Gewoon in of vlak bij de stad zie je veel. Als je maar weet waar je moet kijken.

Dit zijn ze

IJsvogel: Hoewel opvallend blauw/oranje gekleurd laat deze schuwe vogel zich weinig zien. Ook al doet zijn naam anders vermoeden, aan ijs heeft-ie een hekel. Het is waarschijnlijk een verbastering van het Germaanse ’Eisenvogel’ (ijzervogel) door zijn metaalachtige glans.

Bosuil: Deze grijsbruine uil woont het liefst in een holle boom en gaat ’s nachts op jacht naar kleine zoogdieren. Uilskuikens moeten zodra ze kunnen vliegen, het nest verlaten en op zichzelf wonen. Meestal binnen een straal van 50 km.

Ringslang: Ongevaarlijk voor de mens, ook al kan-ie langer dan een meter worden. Als hij zich bedreigd voelt, kronkelt hij zich op zijn rug, draait de ogen weg, doet zijn bek open, tong eruit en doet alsof hij dood is.

Vos: Dit prachtige roofdier is even geliefd als gehaat. De haters vinden dat hij te veel schade aanricht onder onder meer weidevogels terwijl liefhebbers vinden dat hij te vaak als zondebok wordt aangewezen.

Bruine kiekendief: Met een spanwijdte van 1 meter 25 net zo groot als een buizerd, maar met een kleinere kop. Hij leeft vooral in moerassig gebied en broedt op de grond.