Lifestyle/Reizen
1608214071
Reizen

Tjerk liep met een ezel van Parijs naar Groningen: ’Een mentale en fysieke reis’

Hoe zou het leven zijn als je jezelf vertraagt tot de snelheid van je eigen benen, vroeg theatermaker, singer-songwriter en schrijver Tjerk Ridder zich af. Drie maanden lang wandelde hij met ezel Lodewijk van de Eiffeltoren in Parijs naar de Martinitoren in Groningen. Voor onderdak, een douche en eten en drinken was hij afhankelijk van anderen. Zijn avonturen zijn te lezen in zijn boek Bonne Route! dat vandaag verschijnt.

De tocht van Tjerk Ridder bleek er een van vele levenslessen. Een van de leerde hij van Lodewijk. De ezel groef al na een paar dagen al zijn hoeven in het zand en wilde niet meer lopen. “Wat ik ook deed, hij verzette geen stap meer. Ik wist echt niet meer wat ik moest doen. Dan maar doorlopen, dacht ik. In eerste instantie verzette hij nog steeds geen poot, maar toen kwam hij toch in beweging en holde hij achter me aan.” Tjerk realiseerde zich dat Lodewijk hem net een les had geleerd: je moet niet hardnekkig aan iets blijven trekken dat niet vooruitgaat.”

De noordroute van het Martinuspad dat van Parijs via België naar Utrecht en Groningen loopt is 1234 kilometer lang. Vernoemd naar de heilige Sint-Maarten, die het het symbool werd voor barmhartigheid toen hij de helft van zijn mantel deelde met een bedelaar. Juist op deze route wilde Ridder ontdekken wat er gebeurt als je een kwetsbare en open kant laat zien. Krijg je hulp? Wat zijn mensen bereid om voor je te doen?

De muzikant sliep op de meest bijzondere plekken: binnen de muren van het Muiderslot in Nederland, bij een boerenfamilie in de pelgrimskamer in Frankrijk, maar ook alleen onder de sterrenhemel in een donker stil bos in België. Ridder: “Heel bijzonder was de nacht bij een miljonair. Hij bood mij een slaapplek aan en we hebben samen gezongen. De man vertelde over zijn passie voor muziek en dat hij nooit zijn dromen achterna is gegaan. Hij wilde namelijk muziekleraar worden. Dat soort gesprekken vergeet je niet snel meer.”

Onderweg maakte Ridder kennis met verhalen uit de geschiedenis en leerde hij veel over de Eerste Wereldoorlog. “Ik wist er eerst niet veel over, maar onderweg ontdekte ik dat het in Frankrijk en België enorm veel impact heeft gehad. In België, bij de Menenpoort in het stadje Ieper, wordt er al honderd jaar elke avond stilgestaan bij de overledenen. De bommen van de oorlog liggen er nog in de grond. In 2015 is er nog een jongen van zestien omgekomen door een granaat. Een verhaal waar ik kippenvel van kreeg.”

In de weken van de voorbereiding realiseerde Ridder zich ineens dat hij het hele traject helemaal alleen zou gaan afleggen. Maar op een morgen viel zijn oog tijdens het ontbijt op een schilderij met daarop een ezel. “In één klap wist ik het: Ik neem een ezel mee op mijn tocht!” De schrijver bezocht twee opvanghuizen voor verwaarloosde ezels. Een kleine grijze ezel in de hoek trok gelijk zijn aandacht. Lodewijk werd zijn kameraad tijdens dit reisavontuur.

Onderweg trok Lodewijk veel bekijks. “Mensen wilden hem aaien of een stukje meelopen.” Met de gitaar die hij op zijn rug meedroeg schreef Tjerk tijdens zijn wandeltocht songs voor zijn muziekalbum. Als het vanwege de taal niet lukte om contact te maken, maakten Tjerk en de mensen die hij onderweg tegenkwam samen muziek en zongen ze. Het hielp hem vaak om een slaapplek te regelen voor hem en zijn Lodewijk.

Een mentale en fysieke reis noemt hij het. “Je gaat nadenken over jezelf: wie ben ik, waar heb ik spijt van? Maar door het lopen kon ik rust vinden. Ook de mensen om me heen hielden me op de been. Ze waren zo lief, zo trouw en bovenal zo nieuwsgierig.”

Lodewijk is inmiddels geadopteerd door Tjerk en staat te grazen in een veldje bij zijn ouders. In januari gaat Ridder opnieuw wandelen met een ezel. Deze keer op het eiland Sint-Maarten. Het thema van de wandeling zal dan racisme zijn.

Bonne route! komt uit op 21 september op World Peace Day. “Ik hoop dat mijn muziek, boek en theatershows mensen laten nadenken over wie zij zijn in deze wereld en over welk pad zij willen wandelen.”