Nieuws/Lifestyle
1613075778
Lifestyle

Plakkende Smac en een flirtende Kostas

Nu reizen verder weg lijkt dan ooit, zijn daar gelukkig nog altijd onze vakantieherinneringen. De redactie van VRIJ dook in zijn fotoalbums en vertelt over die onvergetelijke vakantie van vroeger.

Plakkende Smac

Noorwegen, 1991

Geef mij een nummer van BZN en ik zing alles woord voor woord mee. Uren reden mijn vader, moeder, broer en ik door het ruige landschap van Noorwegen. Ieder uur het cassettebandje (we spreken begin jaren 90, mensen) met andermans favoriete muziek op. Confessie: mijn lievelingsmuziek was Clouseau (ik herhaal: we spreken begin jaren 90, mensen, ik was 12).

Boodschappen deden we voor veel te veel geld kilometers verderop, Noorwegen was toen al niet een van de goedkoopste landen.

De dagen vulden we met het beklimmen van steile rotsen, het met een zakmes maken van een houten pijl en boog en vuurtje stoken in de open haard van het houten huisje. En met uitjes naar gletsjers (over duizenden jaren vinden ze vast die in de gletsjerspleet gevallen zonnebril terug) en openluchtmusea (let op: als de antieke traptreden nat zijn van de regen, glij je uit en stuiter je naar beneden).

’s Avonds doken we weer in de pastelgele Peugeot, in de schemer speurend naar elanden.

Op een goede dag hadden we weer kilometers gereden naar de dichtstbijzijnde, te dure supermarkt. Dat deden we niet op dagelijkse basis en dus keken we uit naar de verse kaiserbroodjes uit de doorzichtige zak. Smac (we spreken begin jaren 90, mensen) uit de zorgvuldig met zes weken blikvoer ingepakte achterbak van de auto erop. Een koningsmaal! Al smaakten de broodjes wel wat vreemd, merkten we na een hap of drie op. Bij nader inzien zagen ze er ook wat bleekjes uit. De zak liet echter geen gebruiksaanwijzing zien...

Zie hier de anekdote die we nog regelmatig aanhalen: het was wellicht handig geweest als we die broodjes eerst hadden afgebakken. Niet afgebakken te dure kaiserbroodjes met plakkende Smac. Wie is er niet groot mee geworden?

Sigrid Stamkot, verslaggever

Puberfeest in Londen

Londen, 1979

En óf er interesse was in een schoolreisje naar Londen in 1979. Heel havo-5 ging mee, dertig pubers op reis. Verzamelen op school, met de bus naar Vlissingen en daar met de pont naar Sheerness. Zul je net zien: storm op zee! Met z’n allen togen we naar het bovendek om in het midden te gaan zitten en ons te concentreren op de horizon. Alles om maar niet over de reling te hoeven hangen en ons vorige maal niet de zee in te spugen.

We werden ondergebracht bij gastgezinnen, in groepjes van 4 of 5 leerlingen. Die gezinnen stonden in London te wachten alsof ze hun pleegkinderen gingen ontmoeten en ’in a way’ was dit ook zo. Gelukkig had ons groepje meteen een klik. Dat bleek ook die avond toen er een feestje was, georganiseerd door een soort Miss Marple. „No Alcohol!” riep de strenge dame op voorhand al meerdere malen op dreigende toon. En ze had gelijk natuurlijk, maar ja, pubers...

Onze vakantieouders wisten daar wel wat op: een fles cola met daarin een flinke scheut rum, niemand die het ziet. Ook Miss Marple niet. Maar ze rook het wel en het hele feest werd gecanceld. Gek dat dat me net zo is bijgebleven als de schoonheid van de Britse hoofdstad, waar ik nog steeds graag kom. Leuk ook om te zien dat veel plekken, zoals London Bridge, Windsor Castle en Trafalgar Square nu nog precies zo zijn als toen.

Frank van der Vleuten, beeldredacteur

Slapen op rieten strandmatjes

Eilandhoppen Griekenland, 1986

Natuurlijk zou ik me gedragen, vaak een telefooncel opzoeken en goed op mijn geld, mezelf en mijn vriendinnetje Nicole passen. Toch spannend, twee meiden voor het eerst alleen op vakantie.

We hadden net eindexamen gedaan, waren 17 en ik herinner me hoe ik me verheugde op twee weken eilandhoppen in Griekenland. De vliegtickets waren geboekt, de hotelkamers zouden we ter plekke regelen. Al na aankomst in Athene ging het bijna mis. We ontmoetten Kostas; bloedmooi, 42 en eigenaar van een luxe jacht. Hij kon ons wel afzetten op een eilandje naar keuze. Ik vond het verleidelijk, gelukkig had Nicole meer verstand. Dus namen we gewoon de veerboot.

Op de ferry kwamen we in contact met Sjoerd en Maarten, twee Nederlandse jongens die vroegen of we meegingen naar hun camping. Leuk! Op Paros kochten we rieten strandmatjes en een tafelkleed. De bloedhete tent van Sjoerd en Maarten diende als opslag, wij sliepen twee weken buiten op ons matje. Slapen is een groot woord, daar kwam niet veel van. Deze foto is de meest fatsoenlijke. Op de andere foto’s uit de Griekenland-serie zie ik mezelf vaak op een bar staan, altijd samen met uitzinnige tieners en veel drank. Onze vriendengroep werd met de dag groter, ons geld vloog erdoorheen. Op het tafeltje ligt een pakje Marlboro, maar we rookten vooral Griekse Papastratos, zonder filter. Lekker goedkoop.

Af en toe belde ik mijn ouders, zo schor dat ze me nauwelijks konden verstaan. Ook voor hen werden het twee onvergetelijke weken.

Babette Wieringa, chef

Het beste van twee werelden

Rhodos, 1996

Als dochter van een Griekse vader was onze volgende vakantiebestemming nooit een vraag; die breng je door bij de familie. Dat betekende in mijn geval elk jaar zes weken naar Rhodos, wat overigens nooit een straf was. Nog altijd vind ik het met zijn prachtige oude stad, natuur en stranden een van de mooiste Griekse eilanden. Ja, het is toeristisch. Maar je vindt er ook genoeg rust in stille bergdorpjes en adembenemend mooie verlaten baaitjes.

Elk jaar als we na drie volle dagen in de auto dan eindelijk aankwamen in Archangelos (Griekser dan in dit dorp wordt het niet), rende yiayia (oma) ons met open armen tegemoet om mijn zus en mij al zoenend en wangenknijpend te vertellen hoe groot we wel niet waren geworden. Op het binnenplaatsje van haar huis legden we elke avond matrasjes neer en sliepen we samen onder de sterrenhemel.

We genoten tijdens die vakanties van het beste van twee werelden. Deden wat toeristen doen, maar leefden tegelijkertijd het Griekse leven. Gingen vissen met de boot van opa die visserman was en bleven met z’n allen slapen op het strand; hoe meer mensen hoe beter. We waren erbij op bruiloften, dorpsfeesten en doopfeesten. Mochten met oma mee om de geiten te voeren (oef, wat schrok ik als ik de koelkast weer eens opentrok en een geitenkop me aanstaarde) en hielpen met het bakken van brood in de traditionele houtoven op de binnenplaats van oma’s huis.

Tegenwoordig is Rhodos als vakantiebestemming niet meer zo vanzelfsprekend als toen. Yiayia is een paar jaar geleden overleden en er zijn nog te veel andere plekken om te ontdekken. Maar nog altijd als ik weer voet op het eiland zet, voelt het alsof ik thuiskom.

Katina Stavrianos, coördinator

Strijd om het meisje

Duitsland, 1996

Het was op de camping in het Duitse Moezelgebied toen ik voor de eerste keer écht verliefd werd; Debbie was met afstand het knapste meisje van de camping. Die mening én haar aandacht waren helaas niet alleen aan mij toebedeeld, maar ook aan een andere jongen. Een stoere gast uit de stad met een cool kapsel.

Debbie verdeelde haar aandacht tussen mij en de Stoere Gast en ik verdeelde mijn aandacht tussen zwijmelen en zeer fanatiek tafeltennissen. In week twee van de vakantie werd een rond-de-tafel tafeltennistoernooi georganiseerd. De Stoere Gast deed ook mee en was – net als ik – behoorlijk goed in vorm. Debbie stond in het publiek en moedigde ons beiden aan.

Na een felle competitie kwam ik in de finale tegenover de Stoere Gast te staan. De strijd om de winst én om Debbie was begonnen. Vlak voor de laatste set zag ik twijfel in de ogen van mijn tegenstander ontstaan, waarna ik hem finaal van de tafel sloeg.

Na mijn overwinning kreeg ik een kus van Debbie, mijn eerste kus ooit. Twee dagen later gingen we terug naar huis. Mijn tranen waren niet te stoppen, want ik zou mijn grote liefde nooit meer zien.

Jaren later, op de middelbare school, kreeg ik een Hyves-bericht van een jeugdvriend die ik na een verhuizing uit het oog was verloren. Hij was bevriend geworden met ene Debbie en zij had mij herkend op een foto van hem en mij samen. Bizar! Ze was nog steeds ontzettend knap, maar de connectie die we naast de tafeltennistafel voelden, was verdwenen.

Leroy van den Berg, redacteur

Berggeiten en Edelweiss

Oostenrijk, 1971

Wát een vakantie! Besneeuwde bergtoppen, dalen vol met edelweiss, klaterende bergbeken en knapperige kaiserbroodjes bij het ontbijt. Als kind werd ik vele zomers achter elkaar meegenomen naar Oostenrijk. Bofferd? Welnee, ik vond er helemaal niets aan.

Wat wilde ik dan wel? Dat wist ik als tienjarige, we spreken begin jaren zeventig, nog niet precies. Iets met ver weg en exotisch en zo. Japan, dat leek me wel wat. Maar ik wilde in ieder geval nièt elke dag een bergwandeling maken. Mijn vader wel. Plattegrond in de hand, camera om de nek, en daar gingen we de paden op en de dalen in. Ik sjokte er verveeld achteraan en zuchtte diep als ik werd gewezen op prachtige vergezichten en paarse bloemetjes in het veld.

Omdat mijn vader enthousiast amateurfotograaf was werden we bovendien geacht regelmatig halt te houden zodat hij berggeiten/besneeuwde toppen/edelweiss kon fotograferen. Of we werden ingezet als beeldvulling, waarbij er wel enige actie werd verwacht; zo zijn er tientallen foto’s waarop we enthousiast wijzen naar niets.

Als troost kreeg ik een wandelstok waarop je metalen schildjes kon sparen van de verschillende plaatsen die we aandeden in die jaren. De echt ouderwetse exemplaren werden bevestigd met kleine spijkertjes, de moderne varianten werden vastgeplakt. Ik heb ’m nog steeds en bekijk de namen: Sankt Anton, Salzburg, Zell am See...

Wat een prachtige vakantiebestemmingen. Ik zou er wat voor over hebben om er weer te staan. Nu helemaal natuurlijk, maar ook buiten corona om. Gelukkig ben ik met gelijke munt terugbetaald. Toen ik jaren geleden met mijn twee zoons door Zwitserland reisde en ze vanuit de panoramatrein Glacier Express enthousiast op de bergtoppen wees, keken ze me verveeld aan. Konden we volgende vakantie misschien naar Japan?

Marjolein Schipper, verslaggever

Magische reis door Florida

Orlando, 1988

Het besef dat je als kind flink bent verwend, komt vaak pas later. Maar dat mijn zomervakantie in 1988 wel erg bijzonder was, had ik als 10-jarig ventje wel in de gaten! Twee weken mocht ik met mijn tweelingbroertje los in Florida, de grootste speeltuin ter wereld, en we gingen ook nog eens voor de eerste keer (bewust) met het vliegtuig.

Onze magische tocht begon – hoe kan het ook anders – in Orlando, in Walt Disney World. Zoevend in Space Mountain, knuffelend op de foto met Mickey en Goofy en natuurlijk deinend over het water in It's a Small World... Ik wist niet waar ik kijken moest! Natuurlijk gingen we door naar Universal Studio’s, Epcot Center en Sea World. Om daarna in de huurauto koers te zetten naar Cape Canaveral – al hield ik het toen op Cape Carnaval: ruimteraketten kijken en plaatjes schieten in een astronautenpak.

De vele uren in de auto vlogen – zonder iPad of smartphone – voor mijn gevoel zo voorbij. Al is het maar omdat er om de zoveel ’miles’ wel een magische gele M voorbijkwam, waar we absoluut moesten stoppen voor een burger. Het liefst had ik ze ook voor het ontbijt gehad. (Op dat vlak is overigens weinig veranderd.) Miami maakte zich onsterfelijk door het strandplezier en het zeeleven in Sea Aquarium waar we werden gekust door een levensechte zeehond en door orka’s kletsnat werden gemaakt. Wilde dieren kunnen inmiddels niet meer, toch zal ik die shows nooit meer vergeten. Inmiddels ben ik 41 jaar, maar nog steeds als een kind zo blij als ik door een pretpark loop, en net zo opgewonden als toen voor een (verre) reis. Door corona ligt een verre bestemming niet meer zo voor de hand. Dat maakt die zomer van 1988 alleen maar specialer.

Reza Bakhtali, eindredacteur

Strandplezier met oma

Spanje, jaren 90

Ik ben jarenlang in de meivakantie met mijn oma, moeder en tante naar Malaga gevlogen. De eerste keer was ik nog geen 2. We verbleven elk jaar in hetzelfde hotel in La Carihuela aan de Spaanse Costa del Sol, naast Torremolinos). We gingen maar een week, maar voor mijn gevoel duurde de vakantie veel langer. Via de achtertuin van het complex liepen we zo het strand op. Ik heb daar heel wat schelpjes gezocht samen met oma. Langs het strand liep een lange boulevard met allerlei restaurantjes. Er lagen krabben en kreeften in bakken die je gewoon kon aanraken. Soms bewogen ze dan.

Wij aten altijd in het restaurant van het hotel. Elk jaar was daar dezelfde aardige ober met grote neus die mij meenam naar de keuken, waar ik zelf mijn toetje mocht maken. Ik hoopte altijd dat mijn moeder met een van de obers zou trouwen zodat we altijd konden blijven...

Toen ik wat ouder werd maakte ik snel vrienden met de Engelse kinderen in het hotel. We lagen dan uren in het zwembad van het hotel en verzonnen allemaal spelletjes. Die vrienden stuurde ik nog heel lang kaartjes en briefjes totdat de volgende zomer aanbrak.

Op een gegeven moment werd mijn oma te oud en gingen we niet meer. De laatste keer dat wij er waren, waren ze de hele boulevard aan het volbouwen met restaurantjes, zodat je de zee niet meer kon zien. Ik ben er al twintig jaar niet meer geweest, maar ik kan me de geur van de lobby nog steeds herinneren.

Eva van Lentere, redacteur

Heeft u ook een mooie vakantieherinnering? Mail uw anekdote en foto naar [email protected].